Wat er in Iran gebeurt laat Mo Qaem niet los. Zijn familie woont er nog en het nieuws volgt hij dagelijks, vaak met een knoop in zijn maag. Toch probeert hij zijn werk en zijn persoonlijke zorgen niet in elkaar te laten overlopen. „Wat er in Iran gebeurt raakt mij persoonlijk, want ik maak deel uit van die samenleving”, zegt hij in gesprek met De Ondernemer. „Maar wat veel mensen niet begrijpen, is dat de islamitische regering niet hetzelfde is als het land of het volk.”
Zijn familie woont in het noorden van Iran, relatief ver van de gebieden waar de spanningen het grootst zijn. Toch is het contact niet vanzelfsprekend. „Het internet wordt door de overheid geblokkeerd, waardoor we alleen telefonisch contact kunnen hebben. We hebben dus nog contact, maar minder regelmatig dan voorheen.”
Fris smaakje voor koud kraanwater
Tegen die achtergrond werkt Mo ruim 4.000 kilometer verderop in Nederland aan zijn bedrijf oostaMo. Hij maakt zakjes met botanicals waarmee je gewoon koud kraanwater een fris smaakje geeft – een soort thee, maar dan anders. Het drankje is gebaseerd op kruiden en planten, zonder alcohol of toegevoegde suikers. Met het merk probeert hij niet alleen een ander soort drankje te maken, maar ook duurzamer geteelde ingrediënten een plek in de markt geven. „Veel dranken bestaan vooral uit water dat wordt gebotteld en vervoerd, terwijl je dat thuis al uit de kraan hebt. Met dit concept gebruik je juist je eigen kraanwater.”
Lees ook: Iran-conflict raakt Nederlandse ondernemers: ‘Wie volledig op gas draait met een variabel contract, is kwetsbaarder’
Bedrijf verkocht in Iran
Mo kwam tweeënhalf jaar geleden naar Nederland met een startupvisum. Dat visum geldt voor één jaar, waarna ondernemers doorstromen naar een regeling voor zelfstandigen. Mo zit inmiddels in die fase. Organisatie Dockwize begeleidde hem in zijn eerste jaar en ondersteunt hem nog altijd. Daarvoor had hij in Iran al een bedrijf opgebouwd. „Dat heb ik verkocht aan investeerders. Daardoor had ik genoeg middelen om opnieuw te beginnen.”
In Iran had hij zijn zaak weten uit te bouwen tot een organisatie met zo’n veertig medewerkers. Maar na de verkoop wilde hij niet opnieuw hetzelfde rondje draaien. Hij wilde weten wat er nog meer in zat, buiten zijn eigen land. Daarom begon hij opnieuw, dit keer in Europa. Ook zijn eerste bedrijf in Iran draaide al om landbouw. „Het was een platform waarmee boeren direct aan klanten konden verkopen en hun eigen verhaal konden vertellen. Daardoor konden ze meer verdienen.”
Nog geen paar maanden na aankomst in Nederland begon hij al met zijn startup. Het eerste jaar was Mo nog wel erg zoekende, vertelt hij. „2024 was eigenlijk een jaar van experimenteren. Ik probeerde verschillende richtingen en ontdekte wat wel en niet werkte. Op basis daarvan konden we in 2025 echt gaan bouwen.”
Kwetsbaar door oorlog in Iran
In 2025 kwam daar verandering in. „De omzet verviervoudigde. De absolute cijfers zijn nog niet groot, maar het laat wel zien dat de markt goed reageert.” Voor dit jaar legt Mo de lat weer een treetje hoger. „Mijn doel voor 2026 is om de omzet opnieuw ongeveer te vervijfvoudigen.”
Volgens hem gaat het niet alleen om het drankje zelf, maar om de manier waarop de ingrediënten worden geproduceerd. „Als boeren hun werkwijze veranderen, zien ze de resultaten pas na vijf of zelfs tien jaar. Bijvoorbeeld in de bodem of in het water. Daarom wil ik met mijn bedrijf een markt creëren voor boeren die duurzamer willen werken.”
Zijn ingrediënten komen uit verschillende delen van de wereld. „Niet alles kan hier groeien. Sommige botanicals haal ik uit andere landen: gember uit Nepal, vlindererwt uit Indonesië en hibiscus uit Afrika.”
Ik wil met mijn bedrijf een markt creëren voor boeren die duurzamer willen werken
Die internationale keten maakt hem ook kwetsbaar voor wat er buiten Nederland gebeurt, zoals nu de oorlog in het Midden-Oosten. „Ik werk bijvoorbeeld met regeneratieve boeren in Nepal voor gember. Door problemen met vluchten in de regio konden zij de zending nog niet organiseren, waardoor die levering nog niet is aangekomen.”
Lees ook: Samenwerking met Charlie’s én nieuwe gepatenteerde koeling: hoe bij Aquablu smaak, fun en innovatie samenkomen
Drie generaties ondernemerschap
Inmiddels haalt Mo Qaem een deel van zijn ingrediënten ook bij Nederlandse boeren. Eén ingrediënt haalt hij nog altijd uit Iran: saffraan. „Mijn familie verbouwt saffraan, dus dat komt nog van hen. Maar saffraan gaat lang mee. De laatste keer heb ik een paar kilo gekocht en daar kan ik lang mee vooruit.”
Hoewel hij als Iraniër sterke banden heeft met zijn moederland en de huidige gebeurtenissen op de voet volgt, wil hij zijn bedrijf buiten de politiek houden. ,,Mijn bedrijf gaat over verandering in de markt hier in Nederland." Daarom praat hij er zakelijk weinig over. ,,Ik praat graag over mijn land, maar dat voelt persoonlijk. In mijn business wil ik daar een beetje afstand van houden."
Voor hem begon het ondernemerschap al vóór zijn eigen generatie. ,,Mijn grootvader bouwde iets op. Mijn vader bouwde daarop verder en werd huisarts. En ik bouw weer verder op wat zij hebben gedaan."
Zijn grootvader was boer en legde volgens Mo de basis voor zijn ondernemende blik op landbouw en natuur. „Mijn successen zijn dus eigenlijk niet alleen van mij. Ze zijn het resultaat van drie generaties in mijn familie.”
Nederland als basis voor verdere groei in Europa
Voordat hij oostaMo startte, keek de ondernemer uitgebreid naar mogelijke landen om te beginnen. Duitsland, Engeland, Frankrijk, Nederland en Estland stonden op zijn lijst. „Ik vergeleek landen op basis van bevolking, marktgrootte, innovatie en startupmogelijkheden. Uiteindelijk sprong Nederland eruit.”
Voor Mo is Nederland vooral de basis, het startpunt van waaruit hij verder wil groeien. „Nederlanders zijn heel open en ondersteunend, dat had ik eerlijk gezegd niet verwacht. Soms zelfs meer dan mensen uit mijn thuisland”, lacht hij. „Mijn plan is om eerst hier in Nederland te ontwikkelen. Daarna wil ik naar Duitsland en later misschien naar Engeland.”
Zijn strategie daarbij is om in elk land ook lokale productie te zoeken. „Als ik bijvoorbeeld naar Duitsland ga, wil ik daar met lokale boeren werken en misschien een sociale werkplaats gebruiken voor verpakking. De recepten blijven vanuit Nederland komen, maar ik wil het combineren met lokale productie.”
Misschien ga ik over tien jaar terug om daar iets terug te doen en mensen te helpen
Op lange termijn sluit Mo een terugkeer naar Iran niet uit. „Misschien ga ik over tien jaar terug om daar iets terug te doen en mensen te helpen.” Maar eerst is er hier werk te doen. „Nederland geeft ruimte aan ambitieuze ondernemers om ideeën te ontwikkelen en nieuwe markten te bouwen.”
Lees ook: David en Storm verkopen in jaar tijd 250.000 kopjes thee: ‘De markt is klaar voor Teazie’