Een grote plas water met veel zand eromheen, de restanten van jarenlange zandwinning. Meer was het eigenlijk niet toen Recreatieplas Hemelrijk in Volkel op 4 mei 1986 openging. Zonnen, zwemmen en surfen, dat was het wel zo’n beetje.
Gemeenteambtenaar Ton Derks sprong letterlijk en figuurlijk in het diepe, want zonder enige ervaring en geld begon hij met zijn vrouw Gerrie aan een ongewis avontuur als recreatieondernemer, schrijft de Gelderlander.
Eerste jaar direct 50.000 bezoekers
„Het verschil tussen een goede ondernemer en een failliete ondernemer is het eerste jaar zon”, grapt hij veertig jaar later. „We hadden in 1986 een zomer met mooi weer en meteen veel aanloop. In dat eerste jaar kwamen er al 50.000 bezoekers. Maar als we toen slecht weer hadden gehad, waren we hartstikke failliet gegaan.”
Ton zocht vanaf het begin naar een combinatie van natuur en recreatie. Zijn eerste attractie was dan ook geen glijbaan of duikplank maar een wand voor oeverzwaluwen. „Ik zat bij natuurorganisatie IVN en dat leek me gewoon leuk”, zegt hij.
De Vogelwacht bouwde de muur waar zwaluwen kunnen nestelen, Ton betaalde de helft van de kosten. De wand is er nog steeds, net als de zwaluwen; ook herkenbaar in mascotte BillyBird van Hemelrijk.
„Natuur is altijd prachtig. Je kunt nog steeds een rondje om de hele zwemplas lopen. Dat is echt hartstikke mooi. Maar ik moet eerlijk zeggen dat de meeste mensen de natuur toch vooral vanaf het terras beleven”, lacht hij.
In 1993 opende de Brabander zijn eigen invulling van wat hij in Amerika had gezien: een family entertainment center, oftewel een overdekte kinderkermis. „Een draaimolen, botsauto’s, springkussen en een ballenbak in een oude kippenschuur; veel meer was het niet. Zoals ik er nu naar kijk, was het geen goede attractie maar als je de eerste bent, ben je toch de beste. En op dat moment zeker”, lacht Ton.
Ondergedompeld in wereld van plezier
In die hal konden en kunnen kinderen samen met hun ouders en opa’s en oma’s spelen en plezier maken. Want dat is echt het allerbelangrijkste voor een attractiepark, doceert Ton. Of zoals hij het ook wel noemt: ‘Happy Together!’.
„Ik was eens in Las Vegas bij een splinternieuw attractiepark van filmstudio MGM. Dat had meer dan een miljard dollar gekost, maar je zag nergens dat mensen lol hadden. Helemaal fout dus. Je moet juist ondergedompeld worden in een wereld van plezier.”
“Het ziet er gevaarlijk uit, maar er gebeurt eigenlijk nooit iets”
Ton Derks
En dat kan heel simpel, zoals hij in 2004 bewees met zijn klim- en klauterberg Hemelaya. Eigenlijk een combinatie van dertien aparte toestellen, verpakt in een hoge, zwarte berg bij de ingang van het park.
„Het ziet er gevaarlijk uit, maar er gebeurt eigenlijk nooit iets. Kinderen voelen dat haarfijn aan”, zegt de ondernemer tijdens een rondleiding. „En zie je die traptreden waar de ouders omhoog kunnen? Die zijn expres allemaal anders, dan raak je ontregeld en kom je vanzelf in de speelmodus. Gewoon een kwestie van goed ontwerpen.”
Lees ook: Einde aan roemruchte carrière: pretparkondernemer Hennie van der Most failliet verklaard
Een ongeschreven wet in de wereld van de attractieparken luidt dat je elke drie jaar iets nieuws moet brengen voor de gasten. „Bij ons klopt dat niet helemaal. Wij doen gewoon wat we leuk vinden, en dan sparen we voor het volgende project”, vertelt Ton.
Achtbaan op een A4’tje
Een achtbaan stond al heel lang op het verlanglijstje van Ton Derks. In 2009 was het zover. De toren ontwierp hij zelf op een A4’tje, maar ook met de baan en de karretjes bemoeide hij zich intensief. „Je moet flink van links naar rechts gaan, dan wordt je evenwichtsorgaan goed opgeschud en dan wordt een ritje fijn”, legt hij uit.
Minder fijn was dat de nieuwe attractie 1,5 miljoen euro kostte, een half miljoen meer dan begroot. Dat werd dus iets langer sparen voor het volgende project.
‘Ieder kind moet hier kunnen spelen’
Inmiddels telt het park tientallen attracties, overdekt en buiten, en kunnen gasten zich er met gemak een hele dag vermaken. „Ieder kind moet hier kunnen spelen”, is daarbij zijn uitgangspunt.
„Tijdens een lezing hoorde ik eens het verhaal van een paar grote pretparken die zoveel mogelijk winst willen maken. ‘Je moet je richten op de 20 procent bezoekers met de hoogste inkomens, daar kun je geld aan verdienen’, verkondigde iemand. ‘De rest kun je laten lopen.’ Dat druist in tegen alles wat ik belangrijk vind”, snuift Ton. „Wij willen er voor iedereen zijn, arm, rijk, maakt niet uit wat.”
Hemelrijk: 94.000 leden
Als onderdeel van die filosofie streeft Hemelrijk vooral naar abonnementen, of leden zoals Ton het noemt. Een los dagkaartje is met 21 euro behoorlijk duur, maar voor iets meer dan het dubbele ben je meteen lid en mag je het hele jaar gratis naar binnen, ook bij collega-park Drakenrijk in Limburg en zwembad Het Run in Drunen.
Hemelrijk telt inmiddels 94.000 leden, vooral uit Volkel en omgeving, Drakenrijk 12.000 en Het Run 5000. „En we groeien nog steeds”, zegt de ondernemer.
Inmiddels is zoon Paul aangeschoven. Met broers Maarten en Herman zijn ze medeaandeelhouder en allemaal werkzaam binnen het bedrijf. Zij zullen op termijn het bedrijf overnemen. Papa Ton blijft op de achtergrond adviseren en meedenken. „Heel lang zag het daar niet naar uit, maar op een of andere manier is het toch zo gekomen”, vertelt Paul.
Net als zijn vader kijkt hij ook graag vooruit. In het andere park Drakenrijk hebben ze net een overdekte speeltuin van 5 miljoen euro geopend, helemaal zelf ontworpen en gebouwd, dus moet er even pas op de plaats worden gemaakt.
Een derde recreatiepark?
„Hier op Hemelrijk wil ik het stuk rondom de achtbaan graag aanpakken. Dat moet een nieuw gebied worden met extra horeca en toiletten”, vertelt Derks junior. „Maar ja, Zeeroversland is inmiddels ook al behoorlijk oud en vraagt aandacht. Dat moeten we nog bekijken.”
„En we denken ook nog steeds aan een derde recreatiepark”, verklappen vader en zoon. Wat, waar en hoe willen ze niet zeggen: „Je moet een broedende kip niet storen, toch? Maar we zijn er volop mee bezig.”
Dit artikel is geschreven door Hans van Alebeek voor de Gelderlander.