Als opvolger kijk je naar je voorganger en vooral als tweede generatie zie je dat je vader of moeder alles zelf heeft opgetuigd. Ze kennen het bedrijf als hun broekzak, zij zijn soms het bedrijf. De nieuwe generatie krijgt het beeld dat dat leiderschap is en dat het zo hoort.
Vervolgens wordt van hen geëist dat ze eerst een periode meedraaien om te ervaren hoe het bedrijf werkt. Tel daarbij op dat de meewerkende kinderen niet te veel mogen afsteken tegen de collega’s; zij zijn gelijkwaardig aan hen. En als het bedrijf dan ook nog eens een doe-cultuur heeft waarin vakmanschap hoog is aangeschreven, dan is de overtuiging dat je alles moet kunnen voordat je geschikt bent om het bedrijf over te nemen snel geboren. Voor je het weet slaat dit door in bewijsdrang, want je wilt als potentiële opvolger toch niet door de mand vallen.
Lees ook: De eeuwige schade van een keiharde ‘nee’ bij bedrijfsopvolging: ‘Hij loopt al 40 jaar met onverwerkte pijn’
Overtuiging of realiteit
Mijn poll bood eerlijk gezegd weinig inzicht in de algemene opvatting hierover, want ik ontving maar een handjevol reacties. De ene helft vond dat je wel ‘alles moet weten, maar niet alles hoeft te kunnen’. De andere helft vond dat je vooral moet ‘delegeren en vertrouwen’. Ik heb het idee dat (familie)bedrijfseigenaren eerder vinden dat je alles moet weten en dat bedrijfsadviseurs eerder vinden dat je mag delegeren en vertrouwen. Beide groepen hebben gereageerd.
Alles weten wordt gelijkgesteld aan grip hebben. Maar volgens mij hoef je het niet allemaal te weten, als je het maar snapt. Een respondent vergeleek het leiden van een bedrijf met een dirigeren van een orkest: ‘je speelt niet elk instrument zelf, maar je weet wel hoe het geheel moet klinken.’
Het bedrijf is een optelsom van vakken
Een bedrijf bestaat uit marketing, verkoop, personeelszaken, boekhouding, montage, logistiek, administratie enzovoort. Elk onderdeel vraagt om eigen kennis, ervaring en jarenlange scholing. Niemand kan tegelijk een topverkoper, een scherpe controller én een excellente lasser zijn. Dat wordt ook niet van medewerkers verwacht, toch verwachten opvolgers het vaak wel van zichzelf.
Het vak dat de opvolger te leren heeft is ondernemerschap. Dat gaat over risico’s kennen en durven te nemen, richting geven, netwerken, kansen zien en sturen op vernieuwing. Daar heb je vakmensen bij nodig. Je kan keuzes maken op basis van hun input. ‘Je moet weten wat er speelt, wat cruciaal is en waar de risico’s zitten. Dat is je kompas’, aldus dezelfde respondent.
Wat is een goede leider
Als goede leider moet je het geheel kunnen overzien en snappen hoe al die vakmensen samen tot het beste resultaat komen voor het bedrijf. Alles wat specialistisch is, hoort bij deze vakmensen. De rol van de ondernemer is niet om daar zelf het beste in te zijn. Het gaat er niet om wie het meeste weet, het gaat erom wat het beste werkt. Uit de poll-reacties: ‘Echt leiderschap is misschien wel weten wat je zelf moet doen en erkennen wat beter wordt als een ander het doet.’ En dat is – weet ik als opvolgerscoach en ondernemer – het allermoeilijkst.
Alleen ga je sneller, samen kom je verder. Als je blijft denken dat je alles zelf beter kan, dan zit er een limiet aan de groei. De oplossing zit niet in nog harder werken, maar in richting geven en ruimte te laten voor vakmanschap. Alles zelf kunnen betekent beheersing, maar een goede ondernemer en een goede leider zorgt voor beweging en groei.
Lees ook: Geheimen voorbij de keukentafel: ‘Praat als opvolgers binnen familiebedrijven meer over elkaars vuile was’