Ondernemers stappen zelden lichtzinnig in een franchisenetwerk. Ze investeren tijd, geld en energie, spreken met andere franchisenemers en krijgen stapels informatie toegestuurd. Toch komt het geregeld voor dat de onderneming niet draait zoals verwacht. De kosten zijn hoger, de omzet blijft achter en op een gegeven moment is de rek eruit. Dan dringt zich de vraag op: kan ik hier nog onderuit?
In de praktijk zien we regelmatig ondernemers die in precies zo’n situatie belanden.
Lees ook: Waarom slimme ondernemers het wiel niet meer zelf uitvinden: de verrassende cijfers achter het franchisesucces
Te rooskleurige prognoses?
Neem de franchisenemer die vol enthousiasme startte bij een horecaconcept met meerdere succesvolle vestigingen in Nederland. Hij ontving omzetprognoses, er werd een marktonderzoek uitgevoerd en hij had ruim de tijd om alle documentatie te bestuderen. Hij sloot een huurovereenkomst voor tien jaar en tekende een franchisecontract voor vijf jaar. Alles leek zorgvuldig voorbereid. Toch bleven de resultaten achter bij de verwachtingen.
De eerste gedachte is dan dat er iets niet klopt aan (het verhaal van) de ander. De ondernemer meent dat de prognoses te rooskleurig waren, want ze worden niet gehaald. En dat het marktonderzoek niet realistisch was, want de werkelijkheid wijkt af. De franchisegever wijst daarentegen op de andere vestigingen die wel goed draaien en stelt dat het probleem vooral in de uitvoering zit. Het is een herkenbaar spanningsveld, dat risicovol is voor beide partijen.
Als de cijfers blijven dalen
Een vergelijkbare dynamiek speelde bij een franchiseorganisatie in verzorgingsproducten. De franchisevestiging zag de omzetten maand na maand teruglopen totdat de franchisenemer de inkoopfacturen niet meer kon betalen. De betalingsachterstand bij de franchisegever liep op en die overwoog de levering van nieuwe voorraad stop te zetten. Contractueel was dat verdedigbaar. Maar zonder nieuwe producten zou de omzet verder dalen en daarmee de kans op herstel verdwijnen.
Tegelijkertijd nam de franchisenemer zelf weinig initiatief om het tij te keren. Er lag geen concreet herstelplan en de situatie raakte in een impasse. In plaats van te escaleren, kozen partijen voor een tijdelijke oplossing: de franchisegever nam de exploitatie korte tijd over om te beoordelen of met andere aansturing verbetering mogelijk was. Uiteindelijk werd de winkel verkocht en volgde een zakelijke afwikkeling.
Wat zegt het contract?
Een franchiseovereenkomst voor bepaalde tijd kan in principe niet tussentijds worden opgezegd. Anders dan veel ondernemers denken, geldt tegenvallende omzet op zichzelf niet als geldige reden om te stoppen. Ondernemen brengt risico’s met zich mee, ook binnen een franchiseformule. Als het contract geen tussentijdse opzeggingsmogelijkheid bevat, zit je daar in beginsel aan vast. Dat geldt zelfs als doorgaan financieel onverstandig voelt. Soms bevat het contract wel een opzeggingsregeling, maar is die eenzijdig. De franchisegever kan bijvoorbeeld beëindigen bij slechte resultaten, terwijl de franchisenemer die mogelijkheid niet heeft. Dat voelt ongelijk, maar is juridisch niet ongebruikelijk. Juist daarom is het cruciaal om vooraf te begrijpen wat er in het contract staat en wat daarmee bedoeld wordt.
Lees ook: Koninklijke ‘snoepjuwelier’ Jamin maakt succesvolle comeback: ‘Ons niet gek laten maken’
Ligt het aan de formule of aan de ondernemer?
In een andere zaak binnen een dienstverlenende franchiseformule bleef het aantal opdrachten achter. De franchisegever vond dat de franchisenemer onvoldoende acquisitie pleegde en te weinig zichtbaar was. De franchisenemer stelde juist dat de formule commercieel onvoldoende onderscheidend was en dat de ondersteuning tekortschoot. Beide partijen wezen naar elkaar. Juridisch waren er aanknopingspunten voor een discussie over tekortkomingen. Maar de kern was eenvoudiger: de samenwerking leverde te weinig op en kostte vooral energie. Uiteindelijk besloten partijen in overleg uit elkaar te gaan, zonder handhaving van het concurrentiebeding. Een strikt juridisch gelijk was minder belangrijk dan een werkbare oplossing.
Dwaling, ontbinding en de Wet Franchise
Ondernemers denken bij tegenvallende resultaten vaak aan dwaling. Het idee is dan dat het contract nooit zou zijn gesloten als de juiste, minder rooskleurige, informatie was verstrekt. In theorie kan dat, maar in de praktijk is dit een lastige route. Er moet worden aangetoond dat de franchisegever onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt en dat daarop mocht worden vertrouwd. Hoe zorgvuldiger het instaptraject, hoe kleiner die kans.
Sinds de invoering van de Wet Franchise is de informatiepositie van franchisenemers versterkt. Uitgebreide informatieverplichtingen en de verplichte standstill-periode van vier weken bieden extra waarborgen. Maar ook nu nog geldt dat een tegenvallende omzet op zichzelf het contract niet aantast.
Een beroep op ontbinding wegens wanprestatie slaagt alleen wanneer de franchisegever aantoonbaar tekortschiet in zijn verplichtingen. Het feit dat ondersteuning niet het gewenste effect heeft, is doorgaans onvoldoende.
Daarnaast bevat vrijwel elke franchiseovereenkomst een exploitatieverplichting. Stoppen zonder formele beëindiging kan leiden tot schadeclaims. De gedachte ‘ik trek de stekker eruit’ is juridisch zelden zonder gevolgen.
Meer dan een juridische vraag
Wat uit deze situaties duidelijk wordt, is dat franchise geen vangnet is voor ondernemersrisico. Het is een samenwerkingsvorm met duidelijke kaders. Wie instapt, verbindt zich niet alleen aan een merk, maar ook aan een contract met beperkte flexibiliteit. Rechters zijn terughoudend in het openbreken van franchiseovereenkomsten wanneer vooraf voldoende informatie is verstrekt en geen evidente fouten zijn gemaakt. Dat betekent dat oplossingen vaker worden gevonden in overleg dan in de rechtszaal.
De belangrijkste les zit niet aan het einde, maar aan het begin. Franchise vraagt om meer dan enthousiasme voor een concept. Het vraagt om kritisch doorvragen, scenario’s doorrekenen en nadenken over wat er gebeurt als het niet loopt zoals gehoopt. Hoe lang kun je verliezen dragen? Wat zegt het contract over de situatie dat je wilt stoppen? Wie dat vooraf scherp heeft, maakt bewustere keuzes. En wie al midden in een tegenvallende exploitatie zit, doet er verstandig aan om tijdig inzicht te krijgen in de juridische speelruimte.
Franchise kan een sterke basis zijn voor ondernemerschap. Maar het blijft ondernemen, met echte risico’s en echte consequenties. Dat besef maakt het verschil tussen een moeilijke fase die beheersbaar blijft en een situatie die escaleert.