„Het is niet zo dat ik er wakker van lig, maar fijn is anders.” Dat zegt Dick Modderkolk, de trotse eigenaar van een klein taxibedrijf in Apeldoorn, in het AD. Met lood in de schoenen gooit hij de laatste week zijn vier auto’s en busjes vol aan de pomp.
Vanwege de oorlog in Iran is de adviesprijs voor een litertje diesel al 2,50 euro. En de kans is groot dat de stijging nog wel even doorgaat. „Ik heb prijzen van 3,50 euro voorbij horen komen. Nou, dan schiet er voor mij weinig over”, zegt Modderkolk.
Spoeling wordt dun
„Neem de rolstoelbus, waarmee ik dagelijks naar Barneveld rij. Die gooide ik eerst voor 110 euro vol, maar nu is dat al zo’n 60 euro meer. De marges zijn al niet verschrikkelijk groot. Maar op zo’n ritje naar Barneveld verdien ik nu bijna niks meer.”
Het is een probleem waarvoor brancheorganisatie Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) aandacht vraagt. Voorzitter Fred Teeven roept het kabinet op alert te blijven op al te grote prijsstijgingen. „We willen voorkomen dat bedrijven die bijvoorbeeld kwetsbare mensen vervoeren, straks niet meer kunnen rijden of zelfs omvallen door de sterk stijgende kosten.”
Harder werken door hoge brandstofprijs
Met name in de taxiwereld is de ruimte om kostenstijgingen op te vangen beperkt, vertelt KNV-woordvoerder Sarah Nienke van Voorthuisen. „Voor reguliere taxi’s gelden bijvoorbeeld maximumtarieven. Die bewegen niet mee met de brandstofprijs. En in de zakelijke markt wordt vaak gewerkt met langlopende contracten.”
„Om personeelskosten te drukken doe ik zoveel mogelijk ritten zelf. Maar daar zitten natuurlijk wel grenzen aan.”
Dick Modderkolk eigenaar taxibedrijf Apeldoorn
Dat geldt ook voor Modderkolk, die zijn diensten aanbiedt aan grote vervoerder Munckhof. „Ik heb geen clausule waarbij tarieven worden aangepast aan de brandstofprijs. Maar als die blijven stijgen, ga ik toch met ze bellen.”
Voorlopig hoopt hij maar dat het niet te lang gaat duren. „Om personeelskosten te drukken, doe ik zoveel mogelijk ritten zelf. Maar daar zitten natuurlijk grenzen aan.”
Klant betaalt
Wat dat betreft heeft rijschoolhouder Mido Zadeh uit Zutphen meer opties. Bijvoorbeeld door de benzinekosten door te berekenen aan de klant. Zijn branchevereniging verwacht niet dat dit meteen op grote schaal zal gebeuren. Maar wel als de prijsverhoging de komende weken en maanden doorzet.
„Het is een optelsom”, zegt Hugo Mentink, secretaris van Vereniging Rijschool Belang (VRB). „Zo komt de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering eraan. De grootste kostenpost van een rijschool is echter de aanschaf van een auto. En die zijn al fors duurder geworden. Daar komt de brandstofprijs nog eens bovenop.”
Ik heb familie in het Midden-Oosten. Ik maak me meer zorgen om hun situatie dan om de olieprijzen
Mido Zadeh Rijschoolhouder in Zutphen
Voorlopig lost Zadeh het op door de lessen iets anders in te delen. „Iets minder kilometers per rit, en wat meer uitleg in de auto met de motor uit.” Hij berekent dat de hogere benzineprijs hem nu ongeveer 1 euro per les extra kost. „Maar als die blijft stijgen, moet ik gaan doorberekenen.”
Toch is het niet iets waar de in Iran geboren rijschoolhouder echt wakker van ligt. „Dat is maar geld. Ik heb familie in het Midden-Oosten. Ik maak me meer zorgen om hun situatie dan om de olieprijzen.”
Teruggeven ‘kwartje van Kok’
Relativering is er ook te vinden in Wezep, waar Erik Kroeze een klein aannemingsbedrijf heeft met zo’n twintig medewerkers in de infrasector. „We doen vooral openbare verlichting. Het plaatsen van lichtmasten en dergelijke.”
Ook hij ziet zijn winstmarge behoorlijk slinken door de brandstofprijs. Contracten worden ook in zijn branche jaarlijks vastgesteld, dus zijn de kosten voorlopig voor zijn rekening. „Maar och, ik maak me niet zo snel druk. We wachten eerst maar eens af en zien wel wat er gebeurt.”
Hij maakt van de gelegenheid wel gebruik om een dringende oproep te doen aan het kabinet. „Misschien wordt het nu eens tijd om eindelijk dat ‘kwartje van Kok’ terug te geven.”