Veel mkb’ers hebben hun dak al vol liggen met zonnepanelen. Dat was de eerste golf: simpelweg zoveel mogelijk zelf stroom opwekken. De tweede golf is strategischer. Zijn het er genoeg? Gebruik je die stroom op het juiste moment? En hoe kwetsbaar ben je als de prijzen opnieuw de pan uitrijzen?
Die verschuiving ziet ook energieonderzoeker Ad Breukel van expertisecentrum MNEXT bij Avans Hogeschool. „Energie was lange tijd een commodity: belangrijk, maar wel een bijzaak. Ondernemers willen vooral bezig zijn met hun corebusiness. Maar door netcongestie en prijsschommelingen werd de energie al steeds meer een belangrijke factor waar je goed over moest nadenken.”
Wie alleen naar de dagkoersen kijkt, mist volgens energie-expert Dennis van der Meij het grotere plaatje. „Voor veel ondernemers voelt dit als een onbeheersbaar risico, maar je hebt meer invloed op je energierekening dan je denkt.”
Lees ook: Iran-conflict raakt Nederlandse ondernemers: ‘Wie volledig op gas draait met een variabel contract, is kwetsbaarder’
Goedkope middaguren en dure avonduren
Bij eigen stroom draait het uiteindelijk om één vraag: wat is die kilowattuur waard op het moment dat jij ’m nodig hebt? Dat zag je goed tijdens de energiecrisis in 2022, na de Russische inval in Oekraïne. De gasprijzen gingen door het dak, stroom steeg mee en liep op tot 80 à 90 cent per kilowattuur. „Dan hoef je niet eens meer over terugverdientijd na te denken”, zegt Van der Meij. „Iedere kilowattuur die je zelf opwekt en niet uit het net hoeft te halen, is op dat moment gewoon 90 cent waard.”
Op de Amsterdamse gasbeurs (TTF) steeg de prijs maandagochtend met zo’n 30 procent naar ongeveer 69 euro per megawattuur. Begin maart lag die nog rond de 32 euro. In minder dan twee weken, mede door het conflict rond Iran, is de inkoopprijs dus meer dan verdubbeld. „We maken nog steeds veel stroom van gas”, zegt Van der Meij. „Dus als gas duurder wordt, wordt stroom ook duurder.”
Hoe groter de spreiding tussen lage en hoge uren, hoe interessanter het wordt om slim te sturen
Dennis van der Meij
Midden op de dag ligt de kale stroomprijs nu rond de 7 cent per kilowattuur. In de avond loopt die op naar 24 cent. „Dat is een spread van 17 cent.” Dat verschil tussen goedkope middaguren en dure avonduren is volgens hem minstens zo belangrijk als de hoogte van de prijs zelf. „Hoe groter de spreiding tussen lage en hoge uren, hoe interessanter het wordt om slim te sturen.”
Energieprijzen bakkerij
De eerste stap, zegt Van der Meij, is het verkleinen van je marktblootstelling. Iedere kilowattuur die je niet hoeft in te kopen, maakt je minder kwetsbaar voor nerveuze markten.
Neem een bakkerij. Stel dat die bakker 100.000 euro per jaar aan energie betaalt, waarvan een deel elektriciteit is en een deel gas. Met zonnepanelen wekt hij 35 procent van zijn stroomverbruik zelf op. Dat deel van zijn elektriciteitskosten ligt buiten de markt. Maar hij bakt ’s nachts, gas blijft volledig afhankelijk en netkosten blijven staan. En de stroom die hij ’s avonds of ’s nachts nodig heeft, koopt hij nog steeds in tegen de prijs van dat moment. Hoe groot is die beschermingslaag dan echt, gemeten over zijn totale energierekening?
„Dat hangt helemaal af van je consumptieprofiel”, zegt Van der Meij. „Wanneer bakt een bakker zijn brood? ’s Nachts. Dan heeft hij dus niets aan zijn zonnepanelen.” Dat is precies het punt: niet ieder bedrijf gebruikt stroom op hetzelfde moment. Een fabriek die ook overdag draait, kan veel meer van zijn eigen opwek direct zelf benutten. Dat zonnestroom op piekmomenten in de zomer soms weinig oplevert, doet daar volgens hem weinig aan af. „Juist in onrustige markten beschermen veel panelen je tegen hoge tarieven.”
Sterk veranderend energiesysteem
Hij ziet in de praktijk dat het daar vaak misgaat. Bedrijven die hun gasovens vervangen door elektrische ovens en hun dak vol leggen met panelen, lopen soms tegen hun netaansluiting aan. Het extra vermogen past simpelweg niet binnen het contract. Verduurzamen is daarmee niet alleen een investeringsvraag, maar ook een netvraag.
„Voor veel ondernemers was groei altijd vanzelfsprekend”, zegt Breukel. „Maar op veel bedrijventerreinen zie je nu dat uitbreiden niet meer kan omdat het elektriciteitsnet vol zit. Vanwege deze ontwikkelingen investeren de netbeheerders de komende jaren miljarden euro’s om de transportcapaciteit voor elektriciteit te vergroten.”
Er is een de-centraler systeem nodig waar energievraag en -aanbod lokaal op elkaar worden afgestemd
Ad Breukel
Volgens Breukel laten deze ontwikkelingen zien hoe sterk het energiesysteem aan het veranderen is. „Ons elektriciteitsnet is gebouwd op basis van een top-down-model waarin energie centraal in centrales wordt opgewekt en vervolgens naar beneden wordt verdeeld en verbruikt. Maar met zonnepanelen en windmolens die zelf ook stroom invoeden en met de toenemende elektrificatie door warmtepompen - omdat er van het gas af wordt gegaan -, batterijen en elektrische auto’s, is er een veel de-centraler systeem nodig waar energievraag en -aanbod lokaal op elkaar worden afgestemd.”
Opslag van stroom steeds lucratiever
En dan komt opslag in beeld. „Waarom zou je het overdag terugduwen naar het net, terwijl je het ’s avonds nodig hebt?”, aldus Van der Meij. „Misschien moet je dan wel een accu inzetten. Puur om je energiekosten te verlagen.”
Wie overdag stroom overhoudt en die bijna gratis teruglevert, terwijl hij ’s avonds tegen hoge tarieven moet inkopen, laat geld liggen. „Je kunt je zonnestroom in feite verplaatsen in tijd”, zegt Van der Meij. „Met een accu laad je overdag op en gebruik je die stroom op het dure moment.”
Zelfs zonder zonnepanelen kan dat interessant zijn. „Als de prijs midden op de dag 7 cent is en ’s avonds 24 cent, dan kun je ook zeggen: ik laad mijn batterij goedkoop op en ontlaad die op het dure moment. Puur om je energiekosten te verlagen.”
Automatische energiemanagement
Die flexibiliteit vraagt volgens Breukel ook om technologie die energie automatisch kan aansturen. „Zonnepanelen en batterijen alleen zijn niet genoeg. Je moet ze ook kunnen aansturen. Met een energiemanagementsysteem kun je bepalen wanneer stroom naar je bedrijf gaat, wanneer naar een batterij of bijvoorbeeld naar een elektrische auto.”
Dat betekent bijvoorbeeld: elektrische busjes niet opladen tussen acht en tien ’s ochtends, maar midden op de dag als de prijs laag is. Processen waar mogelijk verschuiven naar goedkopere uren. Niet wachten tot de factuur komt, maar vooraf nadenken over wanneer je energie inkoopt. „Het vergt dat je snapt hoe die markt zich beweegt”, zegt Van der Meij. „Hoop is geen strategie.”
Breukel wijst er daarnaast op dat ondernemers op bedrijventerreinen steeds vaker samen naar energie kijken. „Daar zie je dat bedrijven hun energievoorziening gezamenlijk proberen te organiseren, bijvoorbeeld via energy hubs, energiecoöperaties of vanuit de samenwerking met parkmanagers. Samen kun je vaak meer dan wanneer je het als individuele ondernemer moet oplossen. ”
Lees ook: Dreigend stroomtekort: hoe ondernemers rekening houden met waarschuwing overheid en leveranciers
Praktijkvoorbeelden van ondernemers
Volgens hem speelt ook iets anders mee als ondernemers besluiten te investeren. „Ondernemers begrijpen eerder praktijkvoorbeelden van andere ondernemers dan analyses en voorstellen van onderzoekers of ambtenaren.”
Juist die praktijkvoorbeelden zijn belangrijk. „Als ondernemers zien dat een collega ergens succes mee heeft gehad, dan denken ze: dat wil ik ook. Zo verspreiden nieuwe energiemodellen zich in het mkb. En het is onze taak als praktijkgerichte onderzoekers van bijvoorbeeld de Hogescholen om samen op trekken met die innovatieve ondernemers, en hen te ondersteunen bij het opzetten van samenwerkingen met andere ondernemers en belangrijke partijen zoals netbeheerders, energiebedrijven en gemeenten.”
Vergeet niet dat elke kilowattuur van het net ook energiebelasting en btw bevat. Die vaste componenten maken het verschil
Dennis van der Meij
De kernvraag blijft: wanneer gebruik je stroom en hoe flexibel ben je daarin Garagebedrijven, showrooms en retail gebruiken het grootste deel van hun stroom overdag. Daar sluit zonne-opwek beter aan. Een fabriek die 24 uur draait heeft weer een ander profiel. „Er is geen standaardoplossing”, aldus Van der Meij.
Wie investeert in apparatuur met voldoende functionaliteit, kan inspelen op veranderende prijzen. Van der Meij: „Vergeet daarbij niet dat elke kilowattuur van het net ook energiebelasting en btw bevat. Die vaste componenten maken het verschil tussen eigen opwek en dure netstroom alleen maar groter.”
Lees ook: Wachtlijst door overvol stroomnet langer en langer: duizenden bedrijven erbij