Zijn liefhebberij is een beetje uit de klauwen gelopen, beaamt Cees Slob. In 1984 maakte hij als zoon van een melkveehouder zijn eerste kaasje. Gewoon, voor de lol. De kaas viel zo in de smaak dat hij begon met verkopen. Eerst aan bekenden, later aan dorpsgenoten en langs de weg.
Nu maken er bij ‘boer Slob’ dagelijks twintig medewerkers kaas, om aan de grote vraag te kunnen voldoen. Ook worden de kazen over de grens verkocht, schrijft het AD.
Het kaaswalhalla van de familie Slob
Van vroeg in de ochtend tot ‘s avonds laat draait de productie op volle toeren; zeven dagen per week. Voor wie dol is op kaas, is de ruimte een walhalla: in hoge stellages staan rijen vol opgestapelde kazen. De kazen worden zorgvuldig gerijpt en gekeerd.
Een vrouw is druk in de weer met een romige witgele massa in een gigantische aluminium kuip. „Dit is wrongel’’, legt Cees uit.
De wrongel is het hart van de kaas: een zachte massa die ontstaat zodra de melk begint te stremmen. Cees laat wat wrongel proeven. Het lijkt opvallend veel op hüttenkäse.
Liefde voor koeien
De kaasmakerij is, net als de melkveehouderij, een echt familiebedrijf. De broers van Cees runnen de boerderij. Enkele jaren terug stapte ook zijn neef Wouter in bij de kaasmakerij, op een moment dat daar behoefte was aan versterking.
Wouter: „Ik werkte als productontwikkelaar, maar Cees had hulp nodig en ik wilde wel instappen. De liefde voor de koeien heb ik van huis uit meegekregen en het kaasmaken is me letterlijk met de paplepel ingegoten.”
De taakverdeling is duidelijk: Wouter bekommert zich vooral over het operationele gedeelte en Cees stort zich met name op de verkoop.
Dat met Wouter een volgende generatie kaasmakers is opgestaan, emotioneert Cees. „Ik heb geen kinderen’’, vertelt hij, terwijl de tranen in z’n ogen schieten. „Dus ik vind het heel mooi dat Wouter nu in het bedrijf zit. Hij voelt voor mij als een zoon.’’
Lees ook: Goudse Tobias bouwt aan kaaskartel in Colombia: ‘1000 kilo kaas per maand’
200 koeien, 6.000 liter melk voor de kaas
Cees vertelt over het ambacht. Het kaasmaken begint bij de koeien. „Zonder koeien, geen kaas.” Een gezonde melkkoe geeft gemiddeld 30 liter melk per dag. „Wij melken 200 koeien, dus dat is dagelijks goed voor zo’n 6.000 liter melk. Daarnaast nemen we ook nog melk af van boeren in de omgeving.’’
Ik heb geen kinderen, dus ik vind het heel mooi dat Wouter nu in het bedrijf zit. Hij voelt voor mij als een zoon
Cees Slob
De verse melk komt terecht in een gigantische ketel, waar de melk verwarmd wordt tot zo’n dertig graden. „Daar voegen we bacteriën aan toe voor de juiste smaak; vervolgens laten we het geheel stremmen met zuur en enzymen. Zo ontstaan vet- en eiwitdeeltjes die samen de wrongel vormen.”
Die wrongel wordt gesneden en gewassen met warm water, waardoor kleine, gelijkmatige brokjes ontstaan. „De grootte van die stukjes wrongel bepaalt later de structuur van de kaas; romig, stevig of juist vol van bite.”
Daarna wordt alles als één massa naar de draineerbak gepompt. „Daar scheiden we de wei van de wrongel, voegen we eventueel kruiden toe en wordt de kaas geperst.” Het juiste vochtgehalte is daarbij cruciaal: hoe meer vocht, hoe smeuïger de kaas.
De paradepaardjes van Slob
Tot slot volgt het pekelbad, vaak met zo weinig mogelijk zout. „Daar is vanuit gezondheidsperspectief steeds meer aandacht voor’’, legt Cees uit. Het vraagt om precisie. ,,Te veel zout doet de smaak geen goed, maar te weinig is ook een risico.”
De kaasboeren danken hun bekendheid inmiddels vooral aan de kruidenkazen. „We maken zo’n dertig verschillende soorten kaas en ongeveer zeventig procent daarvan is kruidenkaas,” vertelt Wouter.
Het assortiment is breed: van klassieke komijnkaas tot varianten met eekhoorntjesbrood, Italiaanse kruiden, peper, groene en rode pesto, truffel, brandnetel en mosterd. „Op dit moment is de hele pikante kaas met habanero-salsa erg in trek.”
Kruidenkazen zijn de afgelopen vijftien jaar sterk in populariteit toegenomen en de kaasboeren spelen bewust in op die veranderende vraag vanuit de markt. ,,Juist door goed te luisteren naar klanten en de retail, blijven we ons assortiment steeds vernieuwen.’’
Dat vraagt om veel experimenteren: met verschillende kruiden, smaken en rijpingstijden wordt gezocht naar de juiste combinatie. „Niet alles haalt de eindstreep’’, erkent Wouter. „Het is een kwestie van proberen en verfijnen.’’ Wat het precieze recept van de geslaagde kruidenmelanges is, blijft uiteindelijk het geheim van de chef.
Ondernemers luisteren naar de markt
Dat de kaasmakers goed luisteren naar de vraag vanuit de markt illustreert de zoutarme kaas van Slob. „Die vraag kwam echt vanuit de voedingsmarkt en de retail, zoals van Albert Heijn”, vertelt Cees. „Er was behoefte aan een gezondere kaas met minder zout en minder vet. Met name voor de 50-plusgroep, waarin hoge bloeddruk en cholesterol vaker voorkomen.”
Maar kan een kaas tegelijk smaakvol én gezond zijn? Cees: „Vroeger zou ik gedacht hebben: daar ga ik niet aan beginnen. Maar omdat we zo nadrukkelijk die vraag kregen vanuit de markt, hebben we er toch gehoor aan gegeven en zijn we gaan experimenteren.”
Het zou fantastisch zijn om ooit kaas te maken van koeien die gevoerd worden met gras van een vertical farm
Wouter Slob
Voor dit project sloegen de kaasmakers de handen ineen met magnesiumproducent Nedmag uit Veendam. Samen werkten ze aan een recept waarbij een deel van de natriumzouten in de kaas kon worden vervangen door magnesiumzouten.
De toekomst van het familiebedrijf
Wat zijn Cees’ en Wouters dromen voor de kaasmakerij? „Groeien is mooi, maar dat is geen doel an sich’’, stelt Cees. „Het waarborgen van de kwaliteit is belangrijker.” Toch is het duo volop bezig met innoveren.
Zo won Wouter in 2025 de Dutch Dairy Challenge met zijn idee voor vertical farming, het verticaal telen van gras. „Dat is veel duurzamer”, zegt hij. „Bovendien levert het een kwaliteitsslag op, omdat met het voeren van vers gras de melkkwaliteit constanter blijft. En dat proef je weer terug in de kaas.”
Het idee staat nog in de kinderschoenen, maar de ambitie is helder: „Het zou fantastisch zijn om ooit kaas te maken van koeien die gevoerd worden met gras van een vertical farm.”