Blog

Onderneming betaalt 4,4 miljoen euro niet: zijn de bestuurders privé aansprakelijk voor 4 ton boete?

Wesley Terhaerdt, advocaat ondernemingsrecht bij Nysingh advocaten-notarissen. Foto: Dingena Mol Wesley Terhaerdt, advocaat ondernemingsrecht bij Nysingh advocaten-notarissen. Foto: Dingena Mol
Wesley Terhaerdt, advocaat ondernemingsrecht bij Nysingh advocaten-notarissen. Foto: Dingena Mol
Leestijd 5 minuten
Over de expert:
wesley terhaerdt
Wesley Terhaerdt
Expert ondernemingsrecht
Lees verder onder de advertentie

In juli 2024 bood een vastgoedonderneming vrijblijvend op een bedrijfsruimte in Amsterdam. Deze bedrijfsruimte was eigendom van een stichting die zich bezighoudt met het aankopen, (her)ontwikkelen, renoveren en beheren van vastgoed in Amsterdam.

In november 2024 sloten de vastgoedonderneming en de stichting een koopovereenkomst voor de (ver)koop van de bedrijfsruimte. Zij spraken onder meer af dat:

  • de koopprijs voor de bedrijfsruimte 4.425.000 euro bedroeg;

  • de koopprijs betaald moest worden vóór het ondertekenen van de leveringsakte op 17 december 2024;

  • voor de vastgoedonderneming geen financieringsvoorbehoud gold; en

  • een partij de overeenkomst kon ontbinden en recht had op een boete van 10 procent van de koopprijs als de andere partij haar afspraken niet nakwam.

Dit laatste gebeurde. De vastgoedonderneming betaalde de koopsom niet uiterlijk op 17 december 2024. Hoewel de stichting de vastgoedonderneming daarna in de gelegenheid stelde om de koopprijs alsnog te betalen, voldeed de vastgoedonderneming niet aan haar verplichtingen. De stichting vordert bij de rechtbank Amsterdam de contractuele boete van 442.500 euro van de vastgoedonderneming, maar stelt ook de bestuurders van de vastgoedonderneming persoonlijk aansprakelijk.

Lees ook: Je grootste klant valt om, maar je krijgt nog 109.000 euro: zo beperk je de schade bij een faillissement.

Lees verder onder de advertentie

Wanneer is een bestuurder persoonlijk aansprakelijk?

Wanneer een onderneming haar verplichtingen uit een overeenkomst niet nakomt, geldt als uitgangspunt dat alleen de onderneming aansprakelijk is voor de schade die de wederpartij daardoor lijdt. Ondernemen kent nu eenmaal risico’s en daarbij past dat bestuurders in zekere mate worden beschermd tegen persoonlijke aansprakelijkheid.

Toch kan die bescherming worden doorbroken. In uitzonderlijke gevallen kan namelijk niet alleen de vennootschap, maar ook de bestuurder in privé aansprakelijk zijn. Daarvoor is vereist dat de bestuurder onrechtmatig heeft gehandeld én dat hem daarvan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Anders gezegd: er moet sprake zijn van duidelijke en verwijtbare misstappen.

De lijnen uit de rechtspraak van de Hoge Raad

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgen twee concrete gevalstypen van bestuurdersaansprakelijkheid voor het onbetaald laten van schuldeisers:

  1. 1

    de zogenoemde ‘Beklamel-situatie’

  2. 2

    de zogenoemde ‘Ontvanger/Roelofsen-situatie’

Lees verder onder de advertentie

Van een Beklamel-situatie is sprake wanneer een bestuurder namens de vennootschap een verplichting aangaat, terwijl hij op dat moment al wist, of redelijkerwijs moest begrijpen, dat de vennootschap die verplichting niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden. Een klassiek voorbeeld is een bestuurder die weet dat het faillissement onafwendbaar is of zelfs al is aangevraagd, maar toch nog goederen of diensten bestelt. De leverancier blijft vervolgens met onbetaalde facturen zitten.

De Ontvanger/Roelofsen-situatie ziet op het geval dat de bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. Ook hier geldt dat pas aansprakelijkheid ontstaat als het handelen of nalaten zo onzorgvuldig is dat de bestuurder daarvan persoonlijk een ernstig verwijt treft. De maatstaf is streng: het moet gaan om gedrag dat onder dezelfde omstandigheden van geen redelijk handelend bestuurder verwacht zou mogen worden. Een vaak genoemd voorbeeld is de bestuurder die geld aan de vennootschap onttrekt, waardoor schuldeisers onbetaald blijven.

Het standpunt van de stichting

Terug naar de casus. De stichting is van mening dat de bestuurders van de vastgoedonderneming persoonlijk aansprakelijk zijn voor de door haar geleden schade, althans voor het deel waarvoor de vastgoedonderneming geen verhaal biedt.

Volgens de stichting hebben de bestuurders onrechtmatig gehandeld door verplichtingen aan te gaan waarvan zij wisten, althans redelijkerwijs behoorden te weten, dat de vastgoedonderneming deze niet zou kunnen nakomen. De bestuurders zouden steeds hebben aangegeven dat er voldoende geld aanwezig was, waardoor geen financieringsvoorbehoud hoefde te worden opgenomen. Daarnaast vertrouwden zij op een externe financier, zonder eerst na te gaan of die financier solide was. Als zij dat onderzoek wel hadden gedaan, hadden zij kunnen weten dat de externe financier onvoldoende betrouwbaar was en dat zij de verplichtingen tegenover de stichting niet konden nakomen.

Wat oordeelt de rechtbank?

De rechtbank Amsterdam veroordeelt de vastgoedonderneming tot betaling van de contractuele boete aan de stichting. Van bestuurdersaansprakelijkheid is volgens de rechtbank echter geen sprake.

Uit de stellingen van de stichting blijkt namelijk dat zij gedurende het onderhandelingsproces wist dat de vastgoedonderneming niet over eigen vermogen beschikte en afhankelijk was van externe financiering. De stichting kon onvoldoende aantonen dat de bestuurders hadden moeten begrijpen dat de financiering fictief of onbetrouwbaar was en dat de vastgoedonderneming de koopsom daarom niet tijdig kon betalen. De enkele aanwezigheid van zogenoemde ‘red flags’ was onvoldoende om de norm voor bestuurdersaansprakelijkheid te halen.

Lees verder onder de advertentie

Welke lessen zijn hieruit te trekken?

De uitspraak van de rechtbank Amsterdam laat zien dat:

  1. 1

    De lat voor bestuurdersaansprakelijkheid hoog ligt. Alleen in uitzonderlijke gevallen, met duidelijke en specifieke feiten die aantonen dat de bestuurder wist (of behoorde te weten) dat een vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, kan persoonlijke aansprakelijkheid worden aangenomen.

  2. 2

    Risico’s niet per definitie verwijtbaar zijn.
    Alleen omdat een financiering onzeker is of omdat er indicaties zijn dat er iets niet klopt (bijvoorbeeld een onbetrouwbare financier), betekent op zichzelf niet dat een bestuurder verwijtbaar handelt.

  3. 3

    Goede dossiervorming en documentatie helpen zijn cruciaal. Als je als schuldeiser een bestuurder persoonlijk aansprakelijk wilt stellen, moet je van goeden huize komen. Je moet een zeer goed en concreet onderbouwd verhaal hebben, dat laat zien wat de bestuurder wist of moest weten en waarom hij in dat geval anders had moeten handelen.

    Lees ook: Kun je hoogoplopende emoties en problemen bij een familielening van 14,5 miljoen euro voorkomen?

Lees verder onder de advertentie