Blog

Opvolging familiebedrijf opleggen of kinderen zelf laten bepalen? ‘Ze hebben meer aan jouw mening dan aan vrijheid’

Esther Reinders, Opvolgerscoach voor familiebedrijven. Foto: eigen beeld Esther Reinders, Opvolgerscoach voor familiebedrijven. Foto: eigen beeld
Esther Reinders, Opvolgerscoach voor familiebedrijven. Foto: eigen beeld
Leestijd 4 minuten
Over de expert:
esther reinders
Esther Reinders
Opvolgerscoach voor familiebedrijven
Lees verder onder de advertentie

Er zijn twee uitersten. Aan de ene kant heb je ouders die het besluit over opvolging volledig bij hun kinderen neerleggen. Aan de andere kant zijn er ouders die jarenlang niets zeggen en dan opeens, op een onbewaakt moment, met een besluit komen. De ene zegt: ‘Jullie mogen het zelf weten.’ De ander zegt niets, tot er op een onverwacht moment iets klinkt als: ‘Ik heb besloten dat alleen jullie broer het gaat overnemen.’ In beide gevallen gaat er iets fundamenteel mis, en dat heeft gevolgen. Het succes ligt in het midden.

Lees ook: De eeuwige schade van een keiharde ‘nee’ bij bedrijfsopvolging: ‘Hij loopt al 40 jaar met onverwerkte pijn’

De valkuil van ruimhartigheid

Laat ik beginnen bij de ouders die het besluit bewust helemaal bij hun kinderen leggen. Die intentie is goed, dat zie ik ook. Niemand wil zijn kind opdringen wat het met zijn leven moet doen. Je wilt als ouder dus niet sturend zijn en gunt je kinderen vrijheid, maar laat ze er niet in zwemmen. Onthoud dat het uiteindelijke besluit over wie, hoe en wanneer opvolgt altijd bij jou als eigenaar ligt. Dat is jouw verantwoordelijkheid, niet die van de kinderen. Het enige waar zij echt helemaal alleen over gaan, is of ze het willen.

Daarnaast is het een illusie om te denken dat kinderen hier onbevangen in staan. Zeker als het bedrijf al hun hele leven bestaat en zij niet anders weten, is het voor hen bijna niet voor te stellen dat het bedrijf geen rol meer in hun leven zou spelen. Gaandeweg de opvoeding geven ouders hun kinderen onbewust boodschappen mee. Jonge kinderen zijn ontvankelijke wezens die vooral oppikken wat je niet zegt, maar wat je wel laat zien in je gedrag of houding. Ze merken het aan hoe jij thuiskomt van je werk of hoe jij omgaat met je eigen ouders in het bedrijf. Zo ontstaat een onuitgesproken norm.

Dus ook als kinderen horen dat ze het zelf mogen weten, kunnen ze iets heel anders voelen. Het laatste wat kinderen willen, is hun ouders teleurstellen. Natuurlijk gun je je kind vrijheid en incasseer je een teleurstelling als het je wens om het bedrijf over te nemen niet honoreert, maar zo kijkt je kind daar niet naar. In het echte gesprek blijft de verantwoordelijkheid voor de uiteindelijke keuze daar waar die hoort en gaat het over verwachtingen, teleurstelling en loyaliteit. En dan nog heb ik soms het idee dat het loyaliteitsgevoel sterker is dan de ratio, maar dan is er wel een bewuste keuze gemaakt.

De valkuil van het onverwachte besluit

Dan het andere uiterste: de ondernemer die jarenlang niets zegt, maar intussen wel een plan heeft bedacht dat nog nooit is uitgesproken. Het thema ‘opvolging’ wordt door iedereen al jaren krampachtig vermeden. Dan ineens, tijdens een verjaardag of een willekeurige woensdagavond, wordt een besluit uitgesproken waar niemand bij betrokken was.

„Ik heb besloten dat...”

Wat die ondernemer misschien ziet als duidelijkheid, voelt voor de kinderen vaak als een voldongen feit waar ze niets over te zeggen hebben gehad. Alsof hun mening er niet toe doet en alsof ze geen rol spelen in hun eigen toekomst. Zelfs als zo’n besluit objectief gezien de beste keuze zou zijn, kan de betrokkene zich gepasseerd en enorm teleurgesteld voelen, zeker als geen enkel signaal in die richting heeft gewezen.

Ik maak mee dat kinderen mochten meewerken in het familiebedrijf en zelfs als belofte voor de toekomst werden aangekondigd in een nieuwsbrief, maar toch ineens niet meer mochten opvolgen. Mijn analyse is dat dit soort situaties ontstaan uit onmacht van de ondernemer en, ironisch genoeg, uit angst om kinderen teleur te stellen. Niets doen is lang vol te houden, maar er moet een moment komen waarop er een besluit ligt. Als praten niet de norm is, is dit al snel het gevolg. BAM! Zo gaan we het doen! Voor degenen die worden uitgesloten, is dit een keiharde boodschap.

Lees verder onder de advertentie

Wat kinderen echt nodig hebben

De overeenkomst tussen beide uitersten is het gebrek aan een echt gesprek. Dat is niet een praatje tijdens een vergadering of een uitspraak bij de borrel, maar een gepland moment. Een of meerdere gesprekken waarin zowel ouders als kinderen hun wensen, zorgen en verwachtingen kunnen uitspreken. Kinderen moeten weten wat ze willen, maar als eigenaar moet je ook weten wat jij wilt. Dat is niet egoïstisch, dat is juist helder.

Kinderen kunnen een hoop aan. Ze zijn weldenkende, verantwoordelijke mensen die jij capabel genoeg acht om eventueel jouw opvolger te zijn. Zij kunnen dus best omgaan met jouw mening, je wensen voor de toekomst en je zorgen over het bedrijf. Geef je kinderen de ruimte om jouw aanbod te aanvaarden of af te wijzen. Je kan eerlijk zeggen dat je teleurgesteld zal zijn als zij je niet opvolgen, maar dat je daar echt wel overheen komt. Dat is pas openheid van zaken geven.

Lees ook: Moet je als opvolger écht alles zelf kunnen en weten? Waarom bewijsdrang de groei van je familiebedrijf remt