Op dit moment geldt dat als een werknemer langer dan twee jaar ziek is en je als werkgever de arbeidsovereenkomst daarna vanwege de langdurige arbeidsongeschiktheid beëindigt, het UWV de verschuldigde transitievergoeding (berekend op het moment van 104 weken van ziekte) terugbetaalt aan de werkgever.
Deze compensatieregeling bestaat sinds 2020. Waarom?
Om te voorkomen dat werkgevers langdurig zieke werknemers in dienst hielden met het enkele doel om geen transitievergoeding te hoeven betalen. Want dat gebeurde sinds 2015, toen de wettelijke transitievergoeding werd geïntroduceerd. Je kunt je namelijk misschien wel voorstellen dat twee jaar loon doorbetalen, de kosten vergoeden voor re-integratie (eerste en tweede spoor) én een transitievergoeding uitkeren behoorlijke financiële gevolgen heeft voor werkgevers.
Slapende werknemers
Een voorbeeld. Bea is al dertig jaar in dienst en heeft een salaris van 3000 euro bruto per maand, met 8 procent vakantietoeslag. Na twee jaar ziekte wordt er afscheid genomen, omdat Bea helaas nog steeds niet beter is. In dat geval moet de werkgever 32.400 euro bruto aan transitievergoeding betalen. Dat terwijl de werkgever de situatie ook liever anders had gezien.
Sinds de invoering van de transitievergoeding in 2015, beëindigden werkgevers het dienstverband van langdurig zieke werknemers niet, om te voorkomen dat de transitievergoeding betaald moest worden. Die werknemers bleven dan gewoon in dienst, ook al ontvingen ze geen loon meer en vond er geen re-integratie meer plaats. De arbeidsovereenkomst werd dan een lege huls. Dit heette ‘slapende dienstverbanden’.
Rechters stonden dit toe. Die vonden dat werkgevers een goede reden hadden om niet te beëindigen. De wetgever vond deze situatie onwenselijk en riep een compensatieregeling in het leven. Doordat werkgevers de transitievergoeding nu gecompenseerd kregen, vonden rechters dat er juist wel meegewerkt moest worden aan een beëindiging na twee jaar ziekte.
Maar nu wil de regering weer gedeeltelijk van deze compensatieregeling af, waardoor grote werkgevers zelf de transitievergoeding moeten gaan betalen na twee jaar ziekte.
Lees ook: Werknemer krijgt beëindigings- en geen transitievergoeding aangeboden: is dat terecht?
Het nieuwe voorstel
De wetgever wil vanaf 1 juli 2026 geen compensatie meer voor ‘grote’ werkgevers. Wat zijn dat? Bedrijven met een loonsom van meer dan 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer per jaar. Dit plan was voor het eerst te herleiden uit de miljoenennota, zoals gepresenteerd werd op Prinsjesdag in 2024. Vervolgens is er een wetgevingsproces op gang gekomen.
Naar aanleiding van het wetsvoorstel is er veel weerstand gekomen. De Raad van State voorzag een aantal fundamentele problemen en adviseerde daarom om na te denken over het schrappen van de verplichte transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Vooralsnog wil de minister SZW toch snel door met het wetgevingsproces. Ze heeft een brief gestuurd aan de Tweede Kamer waarin zij verzoekt om een snelle behandeling van het wetsvoorstel om de beoogde inwerkingtreding van 1 juli 2026 te halen.
De reden dat het toch doorgevoerd moet worden? Omdat het een structurele besparing van 380 miljoen euro zou opleveren en dat geld is al uitgegeven in de rijksbegroting. Persoonlijk vind ik het onbegrijpelijk hoe (ondoordachte) financiële overwegingen ervoor kunnen zorgen dat goede en acceptabele wetgeving onmogelijk wordt gemaakt. En dat ten tijde van een demissionair kabinet.
Het lijkt er dus op dat de afschaffing van de compensatieregeling voor de grote werkgever alsnog onverkort doorgaat.
Wat nu?
De vraag is wat dit in de praktijk gaat betekenen. De hele reden dat het vanuit de rechtspraak verplicht werd om mee te werken aan een beëindiging na twee jaar ziekte, was omdat er een compensatieregeling was gecreëerd en de werkgever dus geen reden meer had om niet mee te werken aan een beëindiging.
Ik kan me voorstellen dat de ‘geschiedenis’ zich na 1 juli 2026 zal herhalen. Ik verwacht dat grotere werkgevers het slapend dienstverband weer gaan herintroduceren. De Raad van State verwacht dit ook. Het is afwachten wat de rechters daarvan zullen vinden. Ook omdat kleine werkgevers wel zullen gaan beëindigen, wat een ongelijkheid tussen werknemers zou creëren op basis van de grootte van de werkgever waarvoor ze werken.
Nu is de vraag of er op termijn dan toch afschaffing komt van de transitievergoeding bij een beëindiging na twee jaar ziekte.
In het recent gepubliceerde regeerakkoord lijkt dat wel als onderdeel te zijn opgenomen. Er wordt vermeld dat de compensatie in ieder geval wordt afgeschaft voor alle werkgevers. Vervolgens wil de regering de transitievergoeding weer inzetten voor hetgeen waar het eigenlijk voor bedoeld was: transitie van werk naar werk. De regering wil een ‘nieuwe’ transitievergoeding introduceren waarbij werkgevers die tijdig en voldoende hebben geïnvesteerd in bijscholing, omscholing of zich maximaal inzetten rondom de re-integratieverplichtingen tijdens ziekte, lagere tot helemaal geen verplichtingen krijgen ten aanzien van deze nieuwe transitievergoeding. Hoe dat er dan precies uit komt te zien en of er dan nog slapende dienstverbanden overblijven, dat zal de toekomst ons leren.
Lees ook: Werknemer meldt zich na ruzie op werk ineens ‘ziek’: mag werkgever nu een vaststellingsovereenkomst sluiten?