Financiën

Personeelskosten voor mkb in vijf jaar tijd gestegen met 50 procent: ‘Op een gegeven moment houdt het op’

Broer en zus Jon en Sharon van der Avoird runnen tuincentrum Avri bij Oosteind.
Broer en zus Jon en Sharon van der Avoird runnen tuincentrum Avri bij Oosteind. Foto: Johan Wouters/Pix4Profs
Leestijd 5 minuten
Lees verder onder de advertentie

Wie het terrein van Avri Bloem- en Tuincentrum in het Brabantse Oosteind oprijdt, ziet een druk bezette parkeerplaats en klanten die af en aan lopen met winkelwagens. Het familiebedrijf trekt al jaren bezoekers van heinde en verre. Zeker in de kerstperiode, wanneer de kerstshow duizenden mensen naar het tuincentrum lokt en zelfs verkeersregelaars nodig zijn.

Inmiddels staat de derde generatie aan het roer. Jon (33) en Sharon (36) van der Avoird runnen het bedrijf samen, met hun vader op de achtergrond.

Terwijl de wereld onrustig is en de kosten voor ondernemers oplopen, proberen zij hun bedrijf stabiel te houden en vooruit te kijken. „Op dit moment gaat het eigenlijk nog best goed”, zegt Jon in het Brabants Dagblad. „De omzetcijfers zijn nog prima vergelijkbaar met vorig jaar.”

Lees verder onder de advertentie

Als je leest dat FNV weer 6 procent loonstijging gaat eisen. Dat kán niet meer hè, op een gegeven moment houdt het op

Jon van der Avoird

Dat betekent niet dat er geen zorgen zijn. Vooral de kostenkant van het bedrijf verandert snel. De loonkosten zijn volgens hen de grootste uitdaging. Jon: „Ten opzichte van vijf jaar geleden liggen die nu 50 procent hoger. Daar moet je heel veel plantjes voor verkopen. Als je dan leest dat FNV weer 6 procent gaat eisen. Dat kán niet meer hè, op een gegeven moment houdt het op.”

Tegelijkertijd kunnen tuincentra hun prijzen niet zomaar verhogen. Veel producten hebben adviesprijzen van leveranciers. „Onze prijzen zijn de afgelopen jaren eigenlijk nauwelijks gestegen”, zegt Jon. „Een zak potgrond kost al vijf of zes jaar ongeveer hetzelfde. Terwijl de rest van de wereld wel duurder is geworden.”

Niet meer uit Italië vanwege transportkosten

De internationale ontwikkelingen volgen ze uiteraard, maar de stijgende brandstofprijzen of politieke spanningen hebben vooralsnog weinig directe invloed. „Wij zijn meer afhankelijk van het weer dan van wat Trump zegt”, concludeert Jon droog.

Lees verder onder de advertentie

Dat wil niet zeggen dat ze stilzitten en afwachten. „Normaal koop ik best veel in Italië, dat laten we met de vrachtwagen komen. Dat haal ik nu dichter bij huis vanwege de transportkosten. We zijn ook bij een inkooporganisatie aangesloten die veel slagkracht heeft. Die accepteert niet zomaar dat zij iets gaan verhogen”, zegt Jon.

De vraag is hoe consumenten gaan reageren als de economie verder onder druk komt te staan. Tuincentra verkopen immers geen eerste levensbehoeften. „Wij verkopen luxe artikelen”, zegt Jon. „Mensen hebben ons niet per se nodig.”

Andere crisis dan Covidcrisis

Maar dat kan ook een voordeel zijn. In onzekere tijden kiezen mensen er soms juist voor om hun eigen omgeving aangenamer te maken. Tijdens de coronapandemie was dat heel duidelijk en pakte dat positief uit voor tuincentra.

Lees verder onder de advertentie

„Maar deze crisis is wel anders. Tijdens corona mochten mensen niet op vakantie en gingen ze hun tuin aanpakken”, herinnert Sharon zich. „Nu blijven ze misschien thuis omdat alle kosten gigantisch stijgen en het geld opraakt. Dan is de tuin wellicht minder belangrijk.”

We kijken steeds vaker of we het met een mannetje minder kunnen redden

Jon van der Avoird

Het bedrijf probeert ondertussen vooral scherp te blijven op de organisatie, die ruim honderd medewerkers, samen goed voor 52 fulltimebanen, telt. Als een medewerker vertrekt, wordt niet automatisch een nieuwe medewerker aangenomen. „We kijken steeds vaker of we het met een mannetje minder kunnen redden”, zegt Jon.

Sharon: „Ik probeer het ook echt uit te leggen. Dan gaat er bijvoorbeeld iemand weg bij het tuincafé en komt er niemand voor terug. Dan zeg ik: sorry jongens, maar onze koffie is 2,75 euro. Voor een extra medewerker moeten we heel veel kopjes koffie verkopen. En we gaan er niet dood van als we net even een tandje harder moeten werken.”

Lees verder onder de advertentie

Investeren in beleving

De familie probeert ook intern meer bewustzijn te creëren over hoe het bedrijf draait. In de kantine hangen schermen waarop medewerkers kunnen zien hoe afdelingen presteren. „Het is belangrijk dat iedereen begrijpt dat het niet vanzelf gaat”, zegt Jon.

Om klanten te blijven trekken, investeren ze in beleving. Zo werd vorig jaar het horecagedeelte vernieuwd, met een speelgedeelte voor kinderen. Het idee daarachter is simpel: hoe langer mensen blijven, hoe groter de kans dat ze ook iets kopen in de winkel. „We moeten mensen hiernaartoe trekken”, zegt Sharon.

Voor verdere uitbreiding van het bedrijf lopen ze echter tegen regels aan. De plannen liggen er al tien jaar. Maar Avri ligt in een groene zone en de mogelijkheden om uit te breiden zijn beperkt. „Retail uitbreiden mag eigenlijk niet”, zegt Jon. „Recreatie ook niet. Terwijl we juist plannen hadden om hier meer groenbeleving te creëren.”

Lees verder onder de advertentie
Het terrein van AVRI Bloem- en Tuincentrum. Het terrein van AVRI Bloem- en Tuincentrum. Foto: Pix4Profs / Johan Wouters
Het terrein van AVRI Bloem- en Tuincentrum. Foto: Pix4Profs / Johan Wouters

Dat voelt soms frustrerend, zeker omdat schaalgrootte volgens hem belangrijk is voor de toekomst van tuincentra. „Je moet aantrekkelijk blijven voor klanten. Daar heb je ruimte voor nodig. Kleinere tuincentra hebben het daardoor moeilijk. Die verdwijnen.”

Ondanks die uitdagingen blijven broer en zus nuchter. Ze laten zich niet te veel meeslepen door berichten over geopolitiek en economische onzekerheid. „We moeten uiteindelijk gewoon onze omzet halen”, zegt Jon. „Linksom of rechtsom.”

Lees verder onder de advertentie

Gespreid bedje, maar...

Volgens Sharon is het bedrijf bovendien financieel gezond en dat geeft rust. „Tot nu toe is het eigenlijk altijd wel goed gekomen.”

Toch beseffen ze dat de omstandigheden veranderen. Hun vader bouwde het bedrijf op in een tijd waarin groei vaak vanzelf ging en uitbreiden relatief eenvoudig was. „Mijn vader zegt weleens dat hij een gespreid bedje achterlaat”, zegt Sharon. „En dat klopt ook, hij heeft iets heel moois opgebouwd. Maar ik denk dat wij nog heel wat voor onze kiezen krijgen en dat het misschien nog wel pittiger wordt dan het voor hem is geweest.”

Dit artikel is geschreven door Ince Cup voor het Brabants Dagblad.

Lees verder onder de advertentie

Delen: