Toen patissier Mabel (38, naam is bij de redactie bekend) een samenwerking aanging met een franchisenemer van een grote keten, leek dat een logische stap richting haar droom: een eigen bakkerswinkel openen. Ze had haar plannen zorgvuldig onderzocht en ook haar bank zag voldoende perspectief om de financiering te verstrekken. Ze investeerde fors, tekende een overeenkomst en leverde luxe taarten. Maar haar opdrachtgever kwam zijn betalingsafspraken niet na. Tot op de dag van vandaag wacht ze op ruim 100.000 euro.
Het probleem ontstond dus niet doordat haar bedrijf structureel niet draaide, maar doordat betalingen uitbleven terwijl haar vaste lasten doorliepen. „Hierdoor kon ik de huur niet betalen, mijn leveranciers niet, mijn personeel niet en de bank niet.”
In het begin wist Mabel de situatie nog enigszins te beheersen. Ze greep snel in door personeel te laten gaan en gebruikte haar buffer om lopende verplichtingen te betalen. Sommige partijen toonden begrip, zoals de bank en de verhuurder van haar bedrijfspand. Haar verhuurder gaf haar tijdelijk ruimte door betalingen uit te stellen. „Focus nu op nieuwe klanten en zorg dat je openblijft.” Daardoor kon ze haar bedrijf langer draaiende houden. Niet alle partijen waren echter bereid mee te bewegen.
Schulden lopen op
Naarmate de schulden verder opliepen, raakte Mabel het overzicht kwijt en werd duidelijk dat ze het niet meer alleen kon oplossen. Ze zocht hulp via de gemeente en kwam terecht bij Zuidweg & Partners, een organisatie die (ex-)ondernemers met schulden begeleidt. Die organisatie schreef alle schuldeisers aan met het verzoek tijdelijk te stoppen met incassomaatregelen en te wachten op een saneringsvoorstel.
“Twee partijen hebben de vorderingen inmiddels overgedragen aan een incassobureau. Dan zie je dat zo’n bedrag ineens flink wordt verhoogd. Het groeit buiten proporties”
Patissier Mabel
„De Belastingdienst reageerde bijvoorbeeld heel snel en gaf me de tijd om te stabiliseren”, vertelt Mabel. Ook andere partijen bleken bereid af te wachten nadat ze uitleg had gegeven. Maar er zijn ook schuldeisers die die ruimte niet bieden. „Twee partijen hebben de vorderingen inmiddels overgedragen aan een incassobureau. En dan zie je dat zo’n bedrag ineens flink wordt verhoogd. Het groeit buiten proporties.”
Dat verschil in aanpak maakt haar situatie extra ingewikkeld. Waar de ene schuldeiser ruimte biedt om tot een oplossing te komen, vergroot de andere juist de druk verder. „Dat geeft me heel erg het gevoel alsof ik slecht ben. Ik heb schulden, maar ik ben niet schuldig.”
Domino-effect
Volgens schuldhulpverlener Jacqueline Zuidweg, oprichter van Zuidweg & Partners, is de schuldenproblematiek groter dan vaak wordt gedacht. Van de circa 1,7 miljoen zzp’ers in Nederland kampt naar schatting zo’n 20 procent met financiële problemen. „Dat is echt hoog.”
Een van de oorzaken ligt bij zogeheten B2B-schulden, waar sociaal incasseren botst met de praktijk. Ondernemers zijn onderling afhankelijk. Jacqueline: „Wat voor de één een noodzakelijke betalingsregeling is, kan voor de ander een direct financieel risico zijn. Daardoor ontstaat een spanningsveld waarin harde incasso vaak de overhand krijgt.”
„Als één ondernemer omvalt, vallen er vaak meer”, vervolgt ze. Dat is precies wat er bij Mabel gebeurde: doordat haar opdrachtgever niet betaalde, kon zij op haar beurt haar eigen verplichtingen niet meer nakomen.
Collectief betalingsplan
Ook Nadja Jungmann, lector Schulden en Incasso aan de Hogeschool Utrecht, ziet waarom harde incasso in stand blijft. „Wanneer jij als schuldeiser de eerste bent die druk zet, zie je vaak dat iemand jou betaalt en een ander niet.” Maar voor het geheel pakt dat vaak negatief uit. „Voor de totale groep schuldeisers leidt het meestal tot een vermeerdering van kosten. Schulden lopen op door rente en incassokosten, waardoor de kans op terugbetaling juist kleiner wordt.”
Nadja pleit daarom, samen met de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden, voor meer collectieve oplossingen. „Je zou eigenlijk willen dat alle schuldeisers meedoen aan één regeling, zodat niet één partij door druk voorrang krijgt.” Voor particulieren wordt daar inmiddels aan gewerkt met de voorbereiding van een collectief afbetalingsplan. Daarbij doet iemand één voorstel aan alle schuldeisers tegelijk. Stapt een schuldeiser toch naar de rechter, dan zijn de extra kosten niet langer automatisch voor de schuldenaar, maar voor de schuldeiser. „Dat verandert de prikkel in het systeem en maakt het minder aantrekkelijk om individueel druk te blijven zetten.”
Die systeemverandering is volgens betrokkenen hard nodig, omdat de gevolgen van schuldenproblematiek vaak verder reiken dan alleen geldzorgen. Jacqueline: „Schuldenstress kan heel heftig zijn. Mensen blijven malen en kunnen een negatief zelfbeeld ontwikkelen. In extreme gevallen kan de druk zo hoog oplopen dat ze het niet meer zien zitten.” Haar advies: „Deel je problemen. Er zijn genoeg mogelijkheden in Nederland voor hulp.”
“Schuldenstress kan heel heftig zijn. In extreme gevallen kan de druk zo hoog oplopen dat ze het niet meer zien zitten”
Jacqueline Zuidweg
Daarbij gaat het niet alleen om professionele ondersteuning, maar ook om het tijdig aangaan van het gesprek met schuldeisers, benadrukt Nadja. „Lang niet iedereen met schulden zoekt zijn schuldeisers op en maakt zijn situatie duidelijk”, zegt ze. „Maar het kan veel uitmaken of je al in de week vóór de betaaldatum belt en uitlegt: dit is het probleem, kunnen we een afspraak maken?”
Volgens haar gebeurt dat vaak niet. „Het gros van de mensen reageert niet of pas na meerdere aanmaningen. Dan verandert het gesprek ook van toon wanneer de schuldeiser zelf gaat bellen.” Wie wel zelf contact zoekt, laat volgens haar zien dat hij het wil oplossen. „Mijn belangrijkste tip is daarom: meteen zelf bellen, uitleggen wat er speelt en maatwerk vragen.”
Voorschot advocaatkosten
Mabel probeert haar situatie stap voor stap te stabiliseren en zoekt werk om haar schulden af te lossen. Op de ruim 100.000 euro die ze nog tegoed heeft, rekent ze niet meer. „Ik heb al heel wat advocatenkantoren gebeld. Zij willen eerst een voorschot, omdat ze bang zijn dat ze hun geld anders niet krijgen. In plaats van veel tijd en geld in een juridisch traject te investeren, heb ik er bewust voor gekozen om eerst mijn verantwoordelijkheden richting personeel en schuldeisers zoveel mogelijk na te komen.”