Een groep van tientallen inwoners heeft gezamenlijk een joekel van een zonnedak. Hoe groot? 2404 panelen. En dat vraagt om actie, want de tijd dat je zorgeloos spekkoper was met zonnepanelen, is voorbij, schrijft De Stentor.
Op sommige momenten is er veel te veel aanbod. Zonnestroom is dan nauwelijks iets waard, terugleveren aan het stroomnet kan zelfs geld kosten. Op een ander moment zou je willen dat je een portie van die stroom alsnog kon gebruiken.
Dat geldt voor een particulier met tien of twaalf zonnepanelen, maar net zo goed bij dit dak van de Energie Coöperatie Loenen. Nog sterker zelfs, want hier gaat het om veel meer stroom.
Lees ook: Koen kreeg twee keer waarschuwing netbeheerder: het stroomverbruik van zijn onderneming moest omlaag
Twee voordelen
„Als je als energiecoöperatie verder wilt, dan moet je niet meer alleen denken aan opwek”, zegt André Zeijseink, de kartrekker in Loenen. „Ook aan lokaal management van energie.”
Oftewel: betere balans tussen vraag en aanbod.
„Dat kan per huis. Zorgen dat ik mijn auto oplaad wanneer mijn zonnepanelen flink leveren. Maar dat kan ook op een hoger niveau. Met meerdere huishoudens, het mkb, de lokale industrie.” Daar is die grote batterij voor nodig.
De Europese Unie is er enthousiast over, want zo’n collectieve opslag heeft twee voordelen: het helpt de inwoners van het dorp, maar ook het stroomnet als geheel.
Meer geld
Als stroom wordt vastgehouden bij een te groot aanbod, verzacht dat de netcongestie (de opstopping). En als de lokale stroom vervolgens het net op wordt gepompt als de vraag juist hoog is, zorgt dat ook voor meer balans.
Deze stap staat niet op zich, net zo min als het leggen van die dik 2400 panelen op een bedrijfsloods. Het Veluwse dorp pioniert al meer dan tien jaar op het gebied van energie. Mede dankzij financiële steun uit Europa.
Dat leverde onder meer een fonds op om woningen te verduurzamen. Met het geld dat ze bespaarden, betaalden mensen weer terug. Zo zijn er voor miljoenen euro’s aan isolatie, zonnepanelen en warmtepompen bij gekomen. Nu volgt die grote batterij. Hoe groot? Voor de techneuten: het gaat om 1,5 of mogelijk 2 megawattuur. Genoeg om pakweg tweehonderd huishoudens een dag van stroom te voorzien. En in afmetingen: denk aan een zeecontainer van 3 meter lang.
In sommige bedrijven kun je prima zeggen: nu is een goed moment om een bepaalde machine even iets lager te zetten
André Zeijseink
Machine even iets langzamer
De batterij kost zo’n 400.000 euro. De EU geeft subsidie; dat voorkomt dat de Loenenaren het schip in gaan als het zakelijk tegenzit. Dat laatste verwacht Zeijseink niet. Het project is op meerdere manieren doorgerekend, zegt hij, en de uitkomst is dat de investering zich terugverdient.
Inwoners van Loenen kunnen mee-investeren, met 50 tot 5000 euro. Met als perspectief dat ze niet alleen het geld terugkrijgen, maar ook een rendement. Omdat dankzij die batterij de Loenense stroom dus op gunstigere momenten verhandeld wordt.
De bedoeling is ook aan de vraagkant meer te sturen. Zeijseink wil daarover het gesprek aan met grootverbruikers. „In sommige bedrijven kun je prima zeggen: nu is een goed moment om een bepaalde machine even iets lager te zetten. Of juist áán, om twaalf uur ’s middags. Als het een apparaat is waarvan het niet zoveel uitmaakt wanneer dat draait.”
Ideeën opdoen in Oostenrijk
De batterij in Loenen is onderdeel van een internationaal project. Bij dit SmartCore zijn meerdere universiteiten betrokken én zes lokale energiecorporaties in vijf landen (in Nederland ook Endona in Heeten), die van elkaar kunnen leren.
Zo wil Loenen in Tsjechië en Oostenrijk ontdekken hoe plaatsgenoten hun stroom rechtstreeks onderling kunnen verhandelen. „Zonder veel administratieve rompslomp. Als ik aan het eind van de maand een kwartje daar moet afrekenen, een eurootje hier en 30 cent daar – dat is natuurlijk hopeloos.”
Netwerkbedrijf Alliander gaf eerder al aan enthousiast te zijn over dit soort projecten in Loenen. „Waar vraag en aanbod dicht bij elkaar zitten en het mogelijk is deze op elkaar af te stemmen, is minder transport door de elektriciteitsketen nodig. Dat zal helpen met name opwekcongestie te verminderen.”
Over ongeveer tweeënhalf jaar wordt de balans opgemaakt. „Als het aan het eind van de rit niet werkt of niet financieel duurzaam is, krijgt het geen vervolg. Maar we willen hier graag laten zien hoe dit kan, en daarmee ook anderen vooruithelpen.”
Lees ook: Stroomnet overvol? Deze startup plaatst een ‘brein’ in je meterkast waardoor je wél kunt groeien