Nieuws Regio

'Ze moeten laten zien dat ze geen papa nodig hebben om ze uit de drek te trekken'

Bij de grootste horecawasserij van Europa houdt Gerard van der Kleij (56) zich al bezig met zijn opvolging. Zijn zonen zien een toekomst bij Van der Kleij & Zonen wel zitten. Zijn dochter niet. 'Er leiden verschillende wegen naar Rome om een opvolging voor elkaar te krijgen. Welke je kiest is afhankelijk van de familie en van het type bedrijf.'

Jady Petovic | De Ondernemer i.s.m. Rabobank 25 mei 2017

Gerard vd Kleij

Zijn moeder was eigenlijk zijn leermeester, vertelt Gerard van de Kleij (56). Hij was 22 toen zijn vader overleed en hij samen met haar het familiebedrijf Van der Kleij & Zonen ging leiden. ‘Ik wilde altijd heel graag het bedrijf in, maar ik had er wel graag op een andere manier in willen groeien,’ zegt Van der Kleij.

In het sop

Het familiebedrijf uit Utrecht zit al 156 jaar ‘in het sop’, zoals Van der Kleij (vijfde generatie) zegt en mag zich inmiddels de grootste horecawasserij van Europa noemen. Per week gaat er bij de firma 500.000 kilo was doorheen: lakens, slopen, servetten, handdoeken. Ze worden voor het overgrote deel verhuurd aan hotels en restaurants.

De zaken gaan zo goed dat Van der Kleij niet aan acquisitie hoeft te doen. ‘Bedrijven weten ons te vinden en bellen op om klant te worden,’ zegt Van der Kleij. ‘We hebben 450 klanten, maar de vraag is zo groot dat we nu met een wachtlijst moeten werken.’

Win/win-concept

Toch ging het niet altijd even makkelijk, zegt Van der Kleij. ‘Toen mijn vader eind jaren zeventig ziek werd, zaten we midden in de crisis. Veel klanten vielen weg, ze gingen failliet. Daarnaast stortte de particuliere markt in, mensen gingen wasmachines kopen. We moesten op zoek naar een manier om te overleven.’ De beslissing om 100 procent te focussen op de horecawasserij was volgens Van der Kleij een gouden greep. Ook de combinatie van wassen en verhuren bleek een win/win-concept.

Bewijzen

Van der Kleij heeft twee zonen en één dochter. De oudste zoon van 26 werkt al in het bedrijf. Hij heeft de leiding over de divisie productie en techniek. Van der Kleij: ‘Dat is helemaal zijn verantwoordelijkheid en dat stukje laat ik dan ook echt los.’ Ook de jongste zoon (23), die nu nog studeert, wil graag het bedrijf in. Toch moeten de jongens eerst maar eens bewijzen dat ze het kunnen, vindt Van der Kleij. ‘Ze moeten laten zien dat ze problemen zelf op kunnen lossen en geen papa nodig hebben om ze uit de drek te trekken. ‘

Tussenoplossing

Wat niet wil zeggen dat Van der Kleij er licht over denkt. ‘Je kunt niet verwachten dat iemand in het begin van z’n carrière direct een bedrijf van 240 mensen kan runnen. Een goede tussenoplossing zou zijn als de twee zonen het samen doen. Dochter heeft aangegeven dat ze liever kiest voor een carrière buiten het familiebedrijf, maar ze is altijd welkom, zegt Van de Kleij.

Over de risico’s van twee kapiteins op het schip maakt Van der Kleij zich niet zo’n zorgen. ‘Zolang ze binnen het bedrijf maar zelfstandig kunnen opereren binnen hun eigen divisie kan het prima werken.’ Problemen kun je volgens hem eerder verwachten bij de aangetrouwde kant. ‘Bij familiebedrijven is jaloezie vaak een groot probleem, zeker bij de wat ze noemen de ‘kouwe kant'. De eerste periode kan het goed gaan, maar wat er na een tijd gebeurt, kun je niet voorspellen,’ aldus Van der Kleij.

Moderne zienswijze

Van zijn kinderen kan Van der Kleij ook veel leren, zegt hij. Niet alleen op technologisch gebied, maar ook wat betreft hun kijk op werk, hun omgang met collega’s en hun manier van leiding geven. ‘Als ze hun moderne zienswijze aan mij uitleggen, ben ik blij, ’ zegt hij.

De tip van Van der Kleij aan familiebedrijven die bezig zijn met het opvolgingsproces: ‘Laat je goed voorlichten. Het is altijd goed om te spiegelen, om tegengas te krijgen. Er leiden verschillende wegen naar Rome om een opvolging voor elkaar te krijgen. Welke je kiest is afhankelijk van de familie en van het type bedrijf.’

Zak ellende

En verder: ‘Je ziet soms dat kinderen instappen om hun ouders te pleasen. Daar moet je voor waken. Als het er niet in zit, kun je je kinderen beter een zak geld geven, dan een zak ellende. Want als het bedrijf na tien jaar naar de knoppen gaat, is er niets meer, zijn je kinderen doodongelukkig en voel je je schuldig.’

Bij familiebedrijven is jaloezie vaak een groot probleem

Gerard van der Kleij, Van der Kleij & Zonen