Frans van der Kolk (51) groeide op in de volkswijk Brunnepe in Kampen. Tussen het melkbusschieten en voetballen op straat door raakte hij al vroeg gefascineerd door techniek en elektriciteit, schrijft het AD.
„Toen mijn walkman - waarmee ik muziek luisterde - kapot was, probeerde ik die zelf te repareren. Ik haalde apparaten uit elkaar en soldeerde draadjes aan elkaar. Mijn omgeving had er eigenlijk helemaal geen interesse voor.”
Tegenwoordig is Frans, die nu in IJsselmuiden woont, de man die gemiddeld elke twee weken trots de aankoop van een installatiebedrijf aankondigt.
7.500 medewerkers een jaarlijkse omzet van 2 miljard euro
Na meer dan 130 overnames in de afgelopen jaren is onlangs de overname van het Duitse Builtech goedgekeurd. VDK heeft in Europa nu met zo’n 7.500 medewerkers een jaarlijkse omzet van 2 miljard euro. 5.500 mensen werken voor VDK in Nederland.
„We behalen elke dag succes en zouden elke dag champagne kunnen drinken”, zegt Frans zelfverzekerd. Hij zit achter zijn bureau in het hoofdkantoor van VDK, een statig pand aan de stadsgrachten in Zwolle.
Gesigneerde shirts van PEC Zwolle
In zijn kantoor hangen aan de muur gesigneerde shirts van PEC Zwolle, de voetbalclub waarvan hij voorzitter is. Hij neemt een slok koffie, waarna hij vertelt over het geheim achter zijn bedrijf.
Hoe is een jongen uit een volkswijk, zonder enig ondernemersbloed, directeur van zo’n groot bedrijf geworden?
„Het begon al met keuzes die ik in mijn jeugd heb gemaakt. Ik heb vanaf mijn vijftiende vier jaar lang gevoetbald in de jeugd van PEC Zwolle. In de jaren 90 kon je in de voetballerij nog niet verschrikkelijk goed verdienen, dus besloot ik om verder te studeren en te gaan werken.”
„Ik studeerde MTS Elektrotechniek in Zwolle en deed later in Enschede de hbo-opleiding Technische Bedrijfskunde. Ik begon te werken bij installateur Breman uit Genemuiden.”
„Ik zag dingen die ik anders wilde doen. Op 4 januari 2013 heb ik VDK Groep opgericht. Het staat voor Van Der Kolk.”
Wat kon precies beter en anders?
„Alles in de wereld wordt complexer, ook regelgeving. Bedrijven moeten kiezen. Zelf overnemen om te kunnen investeren om met de complexiteit om te kunnen gaan. Of zich aansluiten bij een grotere speler.”
„Je ziet nog een andere ontwikkeling en dat is dat er bij familiebedrijven steeds vaker geen opvolgers zijn. Door die ontwikkelingen zie je dat bedrijven elkaar overnemen, maar ik vond het vaak niet goed gaan. Bij Breman kreeg het overgenomen bedrijf ook die naam en dezelfde systemen en regels.”
„Je haalt zo de ziel uit een familiebedrijf en het wordt onderdeel van het grotere geheel. Bij de VDK Groep nemen we bedrijven over waarbij die hun eigen naam en regels houden, maar wel profiteren van de voordelen van de groep.”
Wat doen jullie precies samen en wat niet?
„Bedrijven moeten zelfstandig kunnen werken en houden hun eigen naam, bedrijfsregels, systemen, werknemers en klanten. We werken vooral samen bij complexere wet- en regelgeving.”
„Kijk naar cybersecurity, dat wordt steeds complexer en daar kun je als groep beter mee omgaan. We investeren met VDK per jaar 6 miljoen euro in digitalisering en kunstmatige intelligentie (AI) voor onze bedrijven. Verder helpen we met marketing en communicatie en opleiding.”
„Van veel veranderingen worden werknemers van een overgenomen bedrijf niet blij. Dat kost negatieve energie. Bedrijven die we tegenwoordig overnemen zijn al winstgevend. Veranderingen zijn daardoor ook niet echt nodig. 80 procent van de bedrijven meldt zich zelf voor een overname.”
Hoe lukt het om zoveel bedrijven over te nemen?
„Investeerders zien dat we succes hebben en willen graag meedoen. In november 2020 kwam een grote investeerder aan boord (de Britse investeerder EMK Capital kreeg een meerderheidsbelang in VDK, red.).”
„Ik ben naast oprichter en algemeen directeur nu ook nog deels eigenaar. 78 mensen van bedrijven die we hebben overgenomen zijn deels eigenaar geworden. Als je het eigenaarschap deelt met allemaal ondernemende mensen, ben je ook niet alleen afhankelijk van mij.”
„Bij de Jumbo was er veel gedoe rond directeur Frits van Eerd. Dat had veel invloed op hun inkomsten. Bij ons is de kans kleiner dat alles in elkaar stort omdat niet één familie verantwoordelijk is.”
Je kinderen nemen het niet van je over?
„Ik ben getrouwd en heb drie kinderen: van 18, 16 en 12 jaar. Ik ga nog lang niet stoppen, maar heb al besloten dat mijn kinderen het niet overnemen. Hoe moet je een miljardenbedrijf overdragen aan je kinderen die niet de kennis en ervaring hebben?”
„Voor je zestigste is het handig om je opvolger geregeld te hebben, zodat deze persoon de tijd heeft om het stokje te kunnen overnemen. Voor die tijd hebben mijn kinderen de kennis sowieso niet. Je moet geen functie krijgen op basis van je naam, maar op basis van vaardigheden. We hebben binnen het bedrijf genoeg talent.”
„De kans is klein dat je eigen kind de beste kandidaat is. In de eerste zes jaar heb ik twaalf bedrijven overgenomen waar iemand het eerst had overgenomen van zijn vader. Die persoon kon het eigenlijk niet zo goed en vond het vaak niet leuk. Ik moest toen vaak het bedrijf eerst zelf beter maken.”
Waarom is VDK over de grens actief geworden?
„Ik ben begonnen in het oosten en noorden van het land. Toen we daar marktleider waren, zijn we naar de rest van het land gaan kijken. Ik vroeg me af of het model ook daar zou werken. Ook in Nederland zijn verschillende culturen, maar het ging erg goed.”
„Bij ons bedrijfsmodel past juist heel erg goed dat er verschillen kunnen zijn en bedrijven apart hun eigen identiteit en regels houden. Het grootste verschil tussen Nederland en omliggende landen is dat er een andere taal wordt gesproken. Veel kansen en bedreigingen zijn hetzelfde.”
„We hebben inmiddels bedrijven overgenomen in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Zweden en België. We zijn in de installatiebranche marktleider in Nederland en top 5-speler in Europa. We hebben grote ambities: we willen in Europa een top 3-speler worden en groeien naar 10 miljard euro omzet.”
„De vooruitzichten voor groei zijn goed. Bedrijven hebben allerlei uitdagingen; van elektrificatie tot verduurzaming. Dat vergt investeringen en die kun je veel beter doen met een groot bedrijf zoals wij.”
„We willen met ons hoofdkantoor van de VDK Groep in Zwolle blijven. We voelen ons onderdeel van de regio.”
Vinden werknemers VDK niet te groot worden?
„We meten de tevredenheid onder medewerkers en zien die groeien na een overname. Dat komt ook omdat we een goede sfeer ontzettend belangrijk vinden. We hebben twaalf ‘happiness managers’, die ervoor zorgen dat mensen zich gewaardeerd voelen.”
„Laatst kreeg elke medewerker een kaart met persoonlijke, handgeschreven tekst van zijn leidinggevende met daarop waarom iemand gewaardeerd wordt. Als iemand een jubileum viert, komt er standaard een opblaaspop op het werk te staan.”
„Elk jaar hebben we een groot VDK-familiefeest, waar familie van werknemers ook welkom is. Dit jaar is dat in attractiepark Phantasialand in Duitsland, waar we 18.000 mensen verwachten.”
VDK is veel zichtbaar in voetbalstadions. Bij PEC waar je ook voorzitter van bent, maar ook bij PSV, FC Volendam, Heerenveen, FC Twente en AZ. Waarom?
„Dat heeft ook te maken met visie die ik heb. Je ziet vaak dat als een bedrijf een ander bedrijf overneemt dat er één naam komt en de lokale identiteit van het overgenomen bedrijf verdwijnt. Lokale sponsoring stopt, maar wij willen juist dat onze bedrijven betrokken blijven in de regio.”
„Bedrijven die we hebben overgenomen waren al sponsor en wij doen er een schepje bovenop. In de voetbalstadions zijn we niet alleen met de VDK Groep te zien, maar ook nog met de naam van een installatiebedrijf dat bij veel mensen in de regio al bekend is.”
Zie je voor jezelf bij PEC Zwolle een rol weggelegd zoals Marcel Boekhoorn, die in zijn eentje veel geld investeert bij voetbalclub NEC?
„In Zwolle is het juist krachtig dat we het met meer mensen doen. We hebben twintig aandeelhouders die de club helpen. We willen het liefst een top 8-club worden waarbij nooit meer discussie is of we in de eredivisie blijven of niet.”
„Op korte termijn kan het goed werken met één iemand die veel investeert, maar ik geloof dat je samen veel verder komt. Dat past ook bij de visie van VDK. Je kan beter iets bouwen dat gedragen wordt door meer mensen. Als je alles rond één persoon bouwt en het valt weg, heb je een probleem.”
Dit artikel is geschreven door Jasper van Loo voor AD.
‘Het is knap van Frans, wij gaan uit van eigen kracht’
„Het is heel knap dat Frans met zijn installatiebedrijf zo hard groeit”, zegt Bernardo Eenkhoorn (34). Hij is directeur bij installatiebedrijf Breman. Als vierde generatie is hij actief bij het familiebedrijf waar Van der Kolk begon met werken.
Breman heeft zo’n 1800 werknemers en een jaaromzet van zo’n 350 miljoen euro. „We zijn tevreden met hoe groot we zijn. Wij focussen ons op installatiewerk in huizen en daarmee zijn we een van de grootste van het land.”
Verkoop van Breman is volgens hem ook geen optie. „In het verleden hebben we kleine bedrijfsovernames gedaan en toen was het veel praktischer om onder één naam verder te gaan. Een familiebedrijf zijn heeft veel voordelen: we weten wie we zijn en waarvoor we het doen.”
Tekst: Jasper van Loo / AD