Via de achteringang, langs de plek waar hij zo vaak stond met zijn kruiden. Daar stopt Thérèse Boer altijd even in De Librije. „Hey schat, je bent er weer. Ik ben er ook. We gaan weer lekker aan het werk”, zegt ze dan zachtjes.
Het is een klein ritueel geworden, een moment voordat de drukte van de dag begint. Donderdag precies een jaar geleden overleed haar man Jonnie Boer totaal onverwachts op 60-jarige leeftijd op Bonaire. „Het verdriet is er elke dag”, zegt Thérèse (54) tegen de Stentor. „Alleen leer je er langzaam iets beter mee omgaan.”
Toch zijn er momenten waarop het gemis harder binnenkomt dan ooit, vooral ’s ochtends als ze wakker wordt. „Je wordt alleen wakker. En ergens hoop je toch heel even dat hij naast je ligt. Dat klinkt misschien gek, een jaar later. Maar die hoop zit er nog steeds.”
Ze zit in het eetgedeelte van De Librije in Zwolle aan een ronde tafel. Terwijl in de naastgelegen keuken enkele koks in pannen roeren, verschijnt er een lach op haar gezicht. Haar dochter Isabelle (22) komt aangelopen. „Ik ga mam, tot later”, zegt ze tegen Thérèse. „Ik ga naar de wijnbar.”
„Zijn ze met schilderen bezig?”, reageert Thérèse, waarna Isabelle uitlegt dat die klus al klaar is. Alles is bijna gereed voor Wijn Boer, een nieuwe wijnbar van de familie in het centrum van Zwolle, waarvan de opening op 1 mei is. „We hebben nu al vijfhonderd reserveringen voor de maand mei. Bizar.”
Lees ook: ‘Lieve man’ Jonnie Boer bouwde samen met vrouw Thérèse De Librije uit tot ‘echt merk’
Hoe gaat het nu met jullie?
„Het gaat steeds wat beter, gelukkig ook met mijn kinderen Jimmie en Isabelle”, zegt Thérèse.
„Iedereen rouwt op de eigen manier. Jimmie is vorig jaar twee maanden alleen naar Thailand geweest. Hij heeft daar bijna alleen maar gekickbokst. Hij moest zijn hoofd even helemaal leegmaken en had dat echt nodig. Voor Isabelle is het heel fijn dat ze zich kan focussen op de wijnbar.”
„Ik wilde graag sterk zijn voor mijn kinderen en het verdriet verbergen. Zij wilden dat ook voor mij doen. Op een gegeven moment hebben we tegen elkaar gezegd: als we willen huilen, moeten we dat doen. Juist ook bij elkaar. Daarna is dat vaker gebeurd. We praten veel. Fijn is dat we weer bij elkaar wonen.”
De kinderen wilden gelukkig graag weer bij mij wonen en we hebben nu allemaal een eigen verdieping
Thérèse Boer
Hoe is dat tot stand gekomen?
„De laatste twee jaar heb ik alleen met Jonnie gewoond aan de Thorbeckegracht, om de hoek bij De Librije. Het huis was best groot en moest opgeknapt worden. Daar hadden we geen zin in. Na het overlijden van Jonnie kwam heel snel een ander pand, ook bij de stadsgrachten, op ons pad.”
„De kinderen wilden gelukkig graag weer bij mij wonen en we hebben nu allemaal een eigen verdieping. Iedereen heeft een eigen plekje, maar we wonen toch bij elkaar en kunnen elkaar steunen. Het is een goede beslissing geweest. Als het even met iemand wat minder gaat, ben je er gelijk bij.”
„Nu zetten we samen een wijnbar op en hebben we veel contact. Jimmie helpt met wat er in de keuken komt. Jonnie had dit heel mooi gevonden. Het geeft goede kracht. Je merkt dat weer lekker bezig zijn met ons vak goed voor ons is.”
Helpt het werk bij de verwerking?
„Iedereen verwerkt het verlies van iemand op een andere manier, maar voor ons werkt dit, ja. Jimmie trok het aan het begin juist niet om in De Librije te zijn omdat hij steeds aan hem moest denken.”
„Ik voel Jonnie hier juist heel erg en dat is heel fijn. Ik ben hier lekker onder de mensen en onze gasten zijn superlief. Door met gasten te praten over hem, leeft hij ook voort. Gasten vragen soms of ik het niet vervelend vind dat iedereen over Jonnie begint.”
„Maar ik zou het juist heel erg vinden als niemand het meer over Jonnie zou hebben. Ik maak soms mijn hoofd leeg door te wandelen met vriendinnen rondom Zwolle. Even lekker bijpraten.”
Aan het begin had ik angst voor annuleringen, maar mensen blijven gelukkig komen
Thérèse Boer
Na een paar weken ging je weer aan het werk bij De Librije: hoe was dat?
„Ik heb het langzaam opgebouwd en begon met een uurtje. Er ging later bijna elke week tien minuten bij. Gasten dronken wat glazen wijn en dan werd het voor mij te druk. Na een halfjaar kon ik er echt weer een paar uur zijn.”
„Aan het begin had ik angst voor annuleringen, maar mensen blijven gelukkig komen. Ik dacht dat mensen vooral voor Jonnie kwamen. Chefkok Nelson Tanate doet het supergoed. Ik wilde ook gasten bedanken dat ze toch gewoon waren gekomen.”
„Vaste gasten lieten we aan het begin van de avond eerst zitten op een plekje aan de zijkant. Ik wist dat de kans best groot was dat de gasten en ik moesten huilen. We wilden niet dat iedereen daar wat van mee zou krijgen.”
Ben je nog meer over Jonnie te weten gekomen?
„„Wel een paar dingen. Voor een boek over Jonnie is personeel geïnterviewd. Er staat iets in wat ik niet wist. Bij het oude pand van De Librije werd er gekookt in de kelder, waar raampjes laag aan de straat zaten.” Jonnie had daar vuurwerk gegooid om personeel te laten schrikken, maar de raampjes gingen kapot.”
„Allemaal eten moest worden weggegooid. Hij had tegen mij gezegd dat er een voetbal tegen de ruiten was aangekomen. Grappig om te weten.”
„Af en toe krijg ik een signaal van Jonnie. Tijdens het lopen kom ik heel vaak op een bord of raam nummer 14 tegen. Dat was een bijzonder getal voor Jonnie; het was het rugnummer van zijn grote held Johan Cruijff.”
„In het restaurant maakte hij vaak het geluid van een koekoek met zijn handen. Dan wist ik dat ik even naar hem toe moest komen. Nu hoor ik ook vaak het geluid van een echte koekoek. Als dat zo is, dan weet ik dat hij er is en voel ik mij gesteund.”
Gaan jullie één jaar na het overlijden van Jonnie iets speciaals doen?
„De Librije is die week dicht, dat is elk jaar in deze periode. Vorig jaar waren we op Bonaire. Ik vind het heel moeilijk om dan daar te zijn. Ik maak daarom deze week met de kinderen en goede vrienden een reis van zes dagen in Peru. We eten bij Maido, het beste restaurant van de wereld.”
„Daar wilden we graag een keer heen. We gaan ook naar de heilige vallei van de Inca’s. Ze zijn erg spiritueel daar. Misschien kunnen we daar Jonnie nog meer voelen.”
„Op de reis neem ik het paspoort van Jonnie mee. In mijn tas bewaar ik altijd de paspoorten, ook van de kinderen. Jonnie is er zo toch ook bij.”
Dit artikel is geschreven door Jasper van Loo voor de Stentor.