Er is een moment dat maar weinig ondernemers écht kennen, maar dat ze wel onmiddellijk zullen herkennen. Niet de pitch die lukt. Niet de deal die valt. Niet de eerste medewerker die je aanneemt. Nee, ik bedoel het moment dat je je eigen boek voor het eerst in handen hebt.
Afgelopen vrijdag was het zover. Samen met Erik Jan Koedijk presenteerde ik ‘Help! Mijn chatbot wil opslag’, een boek dat we samen hebben geschreven. En daar lag het dan. Vers van de pers. Nog een beetje stijf. De kaft kraakte zachtjes toen ik ’m opensloeg. Ik rook het papier. De inkt.
En heel even was ik weer acht jaar oud. Alsof je vroeger een doos Lego openmaakte. Dat gevoel van: dit is nieuw, dit is van mij en hier ga ik iets mee bouwen. Alleen… dit keer bouw je niet met blokjes. Je bouwt met ideeën. Met inzichten. Met lessen die soms met vallen en opstaan tot stand zijn gekomen.
Een boek schrijven is namelijk bepaald geen romantische wandeling door inspiratieland. Ja, natuurlijk: je begint met maximale inspiratie, 100 procent gemotiveerd, vastbesloten en boordevol ideeën die als een soort vulkaanuitbarsting via je vingertoppen het toetsenbord uitknallen. Dat is gaaf. Maar dan, als je brein eigenlijk denkt dat het boek af is, begint het echte werk. Het is schaven, schrappen, opnieuw beginnen. Twijfelen. Weer doorgaan. Discussies. Deadlines. En dan tóch weer die ene zin die niet klopt. Of een spelfout terwijl het bestand al bij de drukker ligt…
Maar precies dát proces lijkt verdacht veel op ondernemen, toch?
Lees ook: Ondernemers te druk met omzet om hun bedrijf te beveiligen: ‘Niet de vraag of je gehackt wordt, maar hoe je reageert’
Je nieuwe collega is geen mens
De kern van ons boek is simpel en tegelijk ongemakkelijk: je krijgt er collega’s bij. Digitale collega’s. Geen HR-gesprek. Geen contract. Geen koffieautomaat-praat. Maar ze zijn er wél. En ze worden razendsnel beter. Ze schrijven teksten, analyseren data en nemen besluiten. En ja, ze doen steeds grotere delen van het werk.
De reflex die ik bij veel ondernemers zie, is: handig, dat is efficiënt. Klaar. Maar zo simpel is het niet. Want wat gebeurt er met je team als een chatbot ineens taken overneemt? Wat doet dat met eigenaarschap? Met vakmanschap? Met motivatie?
En misschien nog wel belangrijker: wat vraagt dat van jou als leider? Niet: ‘welke tool gebruiken we?’ maar: ‘hoe werken wij veilig samen met iets dat geen mens is?’ Dat is geen IT-vraagstuk, maar leiderschap.
Snelheid is geen keuze meer
Ondernemers weten één ding zeker: stilstand is achteruitgang. Dus ja, je móét experimenteren met AI. Je concurrent doet het namelijk ook. Sterker nog: die is misschien al verder dan jij denkt. Maar hier zit het echte dilemma van deze tijd: je móét in veel opzichten sneller… terwijl het digitale tijdperk ervoor zorgt dat bepaalde risico’s groter zijn dan ooit.
In de jaren 90 kon je nog eens iets proberen wat misging. Kostte geld. Misschien een klant. Vervelend, maar te overzien.
Vandaag? Eén verkeerde prompt. Eén lek. Eén hack. En je data ligt op straat. Je reputatie krijgt een klap. En in het slechtste geval: einde verhaal.
Dus de vraag is niet of je gaat experimenteren. De vraag is: hoe doe je dat zonder jezelf, je team of je bedrijf op te blazen.
Veilig versnellen (ja, dat kan)
Daar zit precies de reden waarom we dit boek hebben geschreven. Omdat we zien dat organisaties vastlopen in een dilemma dat geen dilemma hoeft te zijn: óf je innoveert snel, óf je houdt het veilig. Die tegenstelling klopt niet. Sterker nog: organisaties die winnen, doen allebei.
Ze versnellen, maar bewust. Ze experimenteren, maar met kaders. Ze vertrouwen hun mensen, maar maken ze ook verantwoordelijk. En misschien wel het belangrijkste: ze snappen dat cybersecurity geen IT-feestje is. Het is gedrag, cultuur en dus leiderschap.
De medewerker die op een foute link klikt, is geen probleem. Een cultuur waarin niemand dat durft te melden: dat is het probleem.
De beste les kwam van iemand van 20
Een van de mooiste momenten van de boekpresentatie was niet mijn verhaal. Ook niet dat van Erik Jan. Het was het moment dat we het eerste exemplaar uitreikten aan Jort, de zoon van Erik Jan.
Jort Koedijk studeert AI. Hij is opgegroeid met technologie zoals mijn generatie is opgegroeid met televisie. En hij heeft ons boek beter gemaakt.
Niet door dikke theorieën. Maar door simpele, scherpe vragen:
‘Waarom doen jullie dit zo?’
‘Is dit niet achterhaald?’
‘Snappen jullie wel hoe mijn generatie hiermee omgaat?’
Au. Maar ook: precies raak.
We praten vaak over ‘de jonge generatie’ alsof het een doelgroep is. Maar het zijn je toekomstige leiders. Je innovators. Je kritische spiegels. En ze zitten al aan tafel.
Betrek ze serieus. En luister oprecht naar wat ze te zeggen hebben. Ze zien namelijk dingen die jij zelf niet meer ziet.
En toen sloeg ik het boek dicht
Aan het einde van de dag stond ik daar weer met dat boek in mijn handen. Nog steeds dat gevoel van: dit is bijzonder. Maar ook iets anders. Een besef dat dit boek eigenlijk niet het eindpunt is. Het is een begin. Een uitnodiging aan ondernemers om anders te gaan kijken. Naar technologie. Naar veiligheid. Naar leiderschap.
Want ja, je chatbot vraagt (nog) geen opslag. Maar hij (of is het een zij?) verandert wel je organisatie, je cultuur en je manier van werken. En de vraag is niet of dat gebeurt. De vraag is: ben jij er klaar voor?
Lees ook: 70 procent minder kosten en 10 keer sneller: zo maken modewebshops razendsnel productbeelden