Economen en onderzoekers van respectievelijk Rabobank, ING en TNO slaan alarm, omdat we de afgelopen 15 jaar structureel per gewerkt uur te weinig extra waarde creëren, wat op termijn afbreuk doet aan onze concurrentiekracht, investeringsruimte en welvaart. Het ene jaar dat daarop de uitzondering vormt (2025), breekt dit patroon vooralsnog niet.
Lees ook: Dit mkb-bedrijf verloor 450.000 euro door één medewerker die ‘niet ontslagen kon worden’
Dagelijks gedoe
In recente berichtgeving ging het onder meer over de achterblijvende productiviteitsgroei in Nederland, de vergelijking met landen die op ons lijken, zoals België en Denemarken, en de noodzaak om slimmer te werken in een economie met krapte en vergrijzing.
Terecht dat daar aandacht voor is, maar ik vraag mij wel af of het op de juiste plek binnenkomt. Veel van wat er over productiviteit wordt geschreven, komt uit de wereld van de macro-economie. Dan gaat het over investeringen, innovatie, digitalisering, onderzoek en ontwikkeling.
Allemaal relevante thema’s, maar niet bepaald de taal waarin een mkb-ondernemer zijn week beleeft. Die beleeft een gebrek aan productiviteitsgroei meestal niet als economisch begrip, maar als dagelijks gedoe. De gemiddelde dinsdagmiddag van een ondernemer ziet er namelijk zelden uit als een CPB-notitie.
‘Wat heb ik vandaag eigenlijk gedaan?’
Die dinsdagmiddag begint eerder met een medewerker die hem te lang bezighoudt met een praktisch probleem, gevolgd door een MT-overleg dat te laat start en waarvoor niet iedereen zich goed heeft voorbereid. Verbeterprojecten lopen uit, een klant belt met een klacht, iemand uit de operatie komt met een acuut vraagstuk binnenvallen en de leverancier van het ERP-systeem meldt dat de implementatie opnieuw vertraging heeft opgelopen.
Ondertussen voel je als ondernemer dat iedereen druk is, maar dat er te weinig uitkomt. En denk je ’s avonds als je naar huis rijdt: wat heb ik vandaag eigenlijk gedaan?
En precies daar wordt productiviteit interessant.
Veel ondernemers herkennen het probleem namelijk eerder aan de symptomen dan aan het begrip zelf. Zij zeggen niet: wij hebben een productiviteitsprobleem. Zij zeggen: ‘ik kom niet meer aan de dingen toe, waarmee ik aan de slag wil’.
Het is druk, onduidelijk, stroperig en frustrerend. Besluiten blijven liggen. Mensen wachten op elkaar. Goede medewerkers lopen leeg op onduidelijkheid en gaan zelfs weg. De ondernemer blijft de plek waar alles samenkomt.
Gebrek aan tijd
Wie zo naar productiviteit kijkt, ziet ineens dat het veel minder gaat over harder werken dan over de vraag hoeveel van alle inspanning in een bedrijf ook echt terechtkomt op plekken waar waarde ontstaat. Dat maakt ook zichtbaar waarom een groot deel van de huidige oplossingsrichtingen ondernemers maar beperkt helpt.
In veel recente analyses en agenda’s verschuift de aandacht al snel naar technologie: digitalisering, AI, slimme fabrieken en innovatieprogramma’s. Ook de recent gepresenteerde Smart Industry Productiviteitsagenda legt daar veel nadruk op, naast gelukkig aandacht voor vaardigheden en organisatie.
Dat is begrijpelijk, want techniek is tastbaar. Je kunt software kopen, een machine vervangen of een AI-pilot starten. Maar veel mkb-ondernemers hebben niet in de eerste plaats een gebrek aan (interesse voor) tools. Ze hebben een gebrek aan tijd, rust, eenvoud en verandercapaciteit.
Lees ook: Laat je bedrijf eens een maand zonder jou draaien: ‘Misschien ben je niet overwerkt, maar overbetrokken’
Productiviteitsprobleem of ongewenst gedoe?
Ik moest daaraan denken bij een mkb-bedrijf dat ik goed ken. Vijf jaar geleden draaide het op papier prima. Er was genoeg werk, de omzet groeide en het team was betrokken. Toch liep het bedrijf vast.
Ondanks een managementteam bleef de ondernemer degene bij wie uiteindelijk alles terechtkwam. Besluiten werden vooruitgeschoven als hij ze niet nam. Teams werkten hard, maar projecten liepen stroef. Managers waren te veel bezig met het managen van probleemprojecten en te weinig met het bouwen aan de toekomst.
Niemand noemde het een productiviteitsprobleem. Iedereen noemde het ongewenst gedoe.
Waar lekt energie?
Wat daar vervolgens niet gebeurde, is misschien wel het interessantst. Er kwam geen groot innovatietraject bij, geen extra managementlaag en geen dik veranderplan dat vooral veel tijd kostte om te maken. Het bedrijf koos niet voor de reflex van meer. Het begon met een simpelere vraag: waar lekt hier elke dag energie weg zonder dat dit iets oplevert voor de klant?
Allereerst werd er eindelijk echt richting gekozen. In het managementteam was te lang onduidelijk geweest waar het bedrijf naartoe wilde en welke keuzes daarbij hoorden. Daarna werden rollen scherper gemaakt, de besluitvorming vereenvoudigd en overleggen teruggebracht.
Verbeteringen werden niet langer als extra project naast het gewone werk gezet, maar onderdeel gemaakt van hoe het bedrijf werkte. De ondernemer stopte stap voor stap met het zelf oplossen van alles wat bleef liggen.
En misschien wel het belangrijkste: het bedrijf begon te schrappen.
Productiviteitsgroei van 50 procent
Het schrapte ruis, uitzonderingen en onduidelijkheid. Het maakte heldere keuzes in processen, in type werk, in klanten en in verantwoordelijkheden. Het haalde complexiteit weg die zich in de loop van de groei ongemerkt had opgestapeld. Over een periode van vijf jaar verbeterde de productiviteit van dit bedrijf met meer dan 50 procent.
De ondernemer kreeg ruimte om zich weer bezig te houden met waar hij het meest van waarde was. Het managementteam groeide in eigenaarschap en zelfvertrouwen. De organisatie verschoof van het managen van probleemprojecten naar het ontwikkelen van vernieuwing. Er kwam meer rust, meer trots en meer ruimte om te bouwen.
En dat is precies het deel van de productiviteitsdiscussie dat nu te weinig aandacht krijgt.
Wat kun je stoppen, versimpelen of verduidelijken?
Productiviteit stijgt niet vanzelf door techniek. Techniek helpt pas echt als mensen weten wat belangrijk is, wie waarover gaat, waar processen vastlopen en welk gedrag helpt of juist remt. Onderzoek, onder meer vanuit de World Management Survey, laat al langer zien dat geborgde management- en organisatiepraktijken in bedrijven sterk samenhangen met productiviteitsgroei.
Voor veel mkb-bedrijven zou de focus daarom best eens omgedraaid mogen worden. Minder fixatie op nog een systeem, nog een project of nog een technologische belofte. Meer aandacht voor eenvoud, duidelijkheid en gedrag.
De praktische vraag is dan ook niet eerst welke technologie je mist, maar wat je kunt stoppen, versimpelen of verduidelijken om met dezelfde inspanning meer waarde te creëren.
Dat is misschien een minder sexy vraag. Maar vaak wel de vraag die het meest oplevert.
Lees ook: Productiviteit staat onder druk, maar niet bij dit bedrijf: ‘Niet harder werken, maar slimmer organiseren’