Nieuws Brexit

Handelsovereenkomst met VS betekent hormoonvlees en chloorkip

Een handelsovereenkomst met de Verenigde Staten betekent mogelijk hormoonvlees en chloorkip. Je moet er maar trek in hebben.

Lennard van Otterloo 6 maart 2019

Lennard van otterloo

< Luister mee met de podcast onderaan deze pagina >

Afgelopen week kreeg het Britse publiek een voorproefje van wat de concrete gevolgen kunnen zijn van de nieuwe realiteit, als middelgroot land junior partner zijn in een handelsoverleg. De Verenigde Staten publiceerden hun voorstel voor een post-Brexit handelsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk.
Een cruciaal onderdeel van het voorstel was het “verwijderen van onnodige barrières omtrent de voedselstandaarden”. De Amerikaanse ambassadeur in het VK omschreef Europa als een “agrarisch museum”. Een vreemde uitspraak als je weet dat veel innovatie in de ‘agri-food’ hoek juist uit Europa komt en zeker Nederland daar in een flinke reputatie hoog te houden heeft.

Sinds het referendum is het VK driftig op zoek naar alternatieven voor bestaande handelsovereenkomsten, waaronder overeenkomsten met 71 landen die voortvloeien uit het EU lidmaatschap. Ondanks dat een handelsovereenkomst met de VS maar een marginaal effect zal hebben op de Britse economie zal het wel psychologisch positief nieuws zijn. Tot je hoort dat het vooral op gebieden als voedsel en gezondheidszorg een impact zal hebben. Gebieden waar de VS niet bepaald een goede reputatie hebben.

Invoertarieven

Zo’n 40 procent van het voedsel in Britse winkels is geïmporteerd, 30 procent vanuit een ander EU land, 10 procent van buiten de EU. Die overige 60 procent produceren de Britten zelf. En daar zit dus precies de gevoeligheid. Er is beloofd dat na Brexit voedsel goedkoper zou worden en nu blijken een reeks producten straks juist duurder te worden. Invoertarieven die voorheen laag of afwezig waren als EU lidstaat gaan nu terug naar WTO niveau. De enige manier om daar aan te ontkomen is het afsluiten van bilaterale handelsovereenkomsten.

Voedselkwaliteit

Handelsovereenkomsten gaan al lang niet alleen meer over invoerheffingen, de laatste decennia worden kwaliteitsstandaarden ook een belangrijker onderdeel. In de Verenigde Staten zijn de standaarden voor dierenwelzijn een stuk lager dan in de EU en komen infecties bij pluimvee veel vaker voor. Om bacteriën terug te dringen moet kippenvlees gewassen worden in een chloorbad voordat het verwerkt wordt. In de VS is dat verplicht, in de EU is dat verboden. Daarom zie je dus nooit Amerikaanse kip, de “chloorkip”, in de Europese schappen.

Gaan die voedselstandaarden werkelijk verlaagd worden? Ik verwacht van niet, de publieke afschuw en weerstand na de opmerkingen van de ambassadeur liegen er niet om.

Europees biologisch keurmerk

Mochten de standaarden toch verlaagd worden dan verwacht ik dat we een vreemde situatie gaan zien. Mensen die de hogere prijs kunnen veroorloven zullen de voorkeur geven aan producten met het Europese keurmerk voor biologische producten, een logo met groene Europese vlag in de vorm van een blad. Het logo dat straks niet meer gebruikt kan worden door Britse boeren zelf.

En juist die Britse boeren gaan straks hele harde klappen krijgen. Ze kunnen nu al amper concurreren met de veel efficiëntere agrarische sector in onder meer Nederland. Als straks import versoepeld wordt met bijvoorbeeld de VS of Nieuw Zeeland dan is het zo afgelopen met de Britse pluimvee- of lamsvleessector. De National Farmer’s Union is al een tijd in paniek.

De impact op boeren, voedselkwaliteit maar ook de selectieve schaarste die zal ontstaan (in het voorjaar komt 90 procent van alle sla, 80 procent van de tomaten en 70 procent van al het fruit uit andere EU landen) begint wel door te dringen bij mensen. Ook bij Brexit voorstanders.

Dit is dan ook een van de voornaamste redenen waarom ik verwacht dat veel Britse post-Brexit internationale handelsambities uiteindelijk veel geblèr, weinig wol zullen betekenen. De bevolking krijgt langzaam door dat die bestaande afspraken zo gek nog niet waren en krijgt minder trek in verandering.

Over Lennard van Otterloo

Lennard van Otterloo is ondernemer en woont sinds 2006 in Londen. Hij is mede-oprichter van het De Ruyter Netwerk (voor Nederlanders in de creatieve, media of startup sector in Londen), lid van het Startup Mentoren Netwerk van de Nederlandse Ambassade en werkt als strategie consultant voor technologiebedrijven. Lennard schrijft voor De Ondernemer vanuit Londens perspectief wekelijks een column over Brexit, onder meer over de zekere en mogelijke gevolgen voor ook Nederlandse ondernemers.