Financiën

Zo werkt kwijtschelding van coronaschulden, de redding bij tonnen achterstand: ‘Bij twijfel gaan we akkoord’

Bij sanering van coronaschulden eist de Belastingdienst dat andere schuldeisers ook meedoen. Foto: Shutterstock Bij sanering van coronaschulden eist de Belastingdienst dat andere schuldeisers ook meedoen. Foto: Shutterstock
Bij sanering van coronaschulden eist de Belastingdienst dat andere schuldeisers ook meedoen. Foto: Shutterstock
Leestijd 8 minuten

„Het is complex.” Het is de laatste zin en die blijft hangen in de kamer. In een secuur gesprek van bijna anderhalf uur hebben belastingambtenaren Richard van Lambalgen en Peter Koedood uitgelegd hoe zij omgaan met saneringsverzoeken om coronaschulden van ondernemers te verminderen. Op dit moment hebben circa 97.000 ondernemers een lopende betalingsregeling. Daarnaast zijn er zo’n 12.000 saneringsverzoeken ingediend bij de Belastingdienst, die inmiddels grotendeels zijn afgehandeld. Begin maart wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de actuele stand van zaken.

De aanleiding voor het gesprek met de twee is de commotie die ontstond toen de Utrechtse retailondernemer Daan Broekman, van De Rode Winkel, zijn gal spuwde over het feit dat sommige ondernemers hun coronaschulden tot soms wel 90 procent kwijtgescholden krijgen. In zijn optiek is er geen sprake van een level playing field. Broekman betaalde alles terug met geld uit zijn eigen vermogen. Koedood: „De meeste ondernemers hebben hun coronaschulden inmiddels terugbetaald of houden zich aan de lopende betalingsregeling van zestig maanden, dat moet je in gedachten houden. Dat zorgt voor eerlijkheid.”

Het traject van een saneringsverzoek begint in het Limburgse Heerlen. In de centrale postkamer van de Belastingdienst komt alle correspondentie daar binnen, dus ook de saneringsverzoeken om coronaschulden te verlagen. „Het is wettelijk zo geregeld dat dit nog steeds op papier moet worden aangeleverd”, vertelt Peter Koedood, verantwoordelijk voor de inning en het betalingsverkeer van de belastingen. „Hier wordt alles gescand en uiteindelijk doorgezet naar de desbetreffende regio.”

Financieren van nieuwe webshop of openen van een nieuwe vestiging is geen direct noodzakelijke investering

Richard van Lambalgen Vaktechnisch coördinator bij de Belastingdienst

In een kamer op het ministerie van Financiën luistert Richard van Lambalgen ondertussen mee. Hij staat, zoals hij het zelf zegt, als vaktechnisch coördinator ‘met de poten in de klei’. „Ik heb dagelijks contact met ondernemers, hun adviseurs en advocaten. Vanuit Heerlen komt een saneringsverzoek binnen bij MKB Den Haag. Dan gaan we ermee aan de slag.”

Lees ook:
Ondernemer eist tonnen aan compensatie voor coronaschuld die hij wél betaalde: dit zeggen experts over de haalbaarheid

Veel saneringsverzoeken zijn niet compleet

Nog voordat de vraag kan worden gesteld waarom ondernemers soms pas na een jaar het resultaat vernemen, schept Van Lambalgen duidelijkheid. „In bijna alle gevallen is het saneringsverzoek zoals dat in Heerlen is binnengekomen niet compleet, of hebben we extra vragen. Dat verlengt de doorlooptijd met maximaal negentig dagen, de termijn waarbinnen de antwoorden bij ons binnen moeten zijn. Wat er zoal meegestuurd moet worden? De Belastingdienst, maar ook andere schuldeisers, moeten een volledig beeld krijgen. Er moeten crediteurenlijsten worden aangeleverd, net als financiële cijfers en prognoses voor de komende jaren. Ondernemers moeten laten zien dat hun bedrijf levensvatbaar is, welk vermogen er nog aanwezig is en wat het winstpotentieel van de onderneming is. De eigenaar moet dus veel cijfers aanleveren om de situatie volledig inzichtelijk te maken.”

Een goed en volledig ingevuld saneringsverzoek kan volgens de twee in drie maanden worden behandeld. „Maar het gaat vaak om complexe zaken en dan loopt het snel op tot vele maanden. Een voorbeeld is het beoordelen van een liquiditeitsprognose. We pakken in zo’n geval de aangifte omzetbelasting erbij. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een lagere omzet dan in de liquiditeitsprognose is aangegeven. Wij stellen de ondernemer in de gelegenheid om daarop te reageren. Hoe komt dat? Wat is hier precies aan de hand? Daarnaast is niet te ontkennen dat het veel werk is en dat ook capaciteit een rol speelt.”

Bij twijfel, maar wel met de juiste feiten en omstandigheden, stellen we ons welwillend op en gaan we akkoord

Richard van Lambalgen Vaktechnisch coördinator bij de Belastingdienst

Heeft de aanvrager geen concurrente schuldeisers en naast een fiscale schuld alleen een coronaschuld, dan is er sprake van een eenzijdig saneringsverzoek. „Als je maandelijks aan je verplichtingen kunt voldoen, is er in beginsel geen directe noodzaak om te saneren”, legt Van Lambalgen uit. „Dat verandert wanneer een direct noodzakelijke investering moet worden gedaan, bijvoorbeeld vanwege een wettelijke verplichting tot verduurzaming. Je neemt die investering mee in je cashflow en daardoor ontstaat op termijn te weinig ruimte om de coronaschuld te voldoen. Voor ons kan dat een reden zijn om mee te werken aan een sanering. Ter toelichting: het financieren van een nieuwe webshop of het openen van een nieuwe vestiging is geen direct noodzakelijke investering.”

Belastingdienst akkoord als andere schuldeisers ook meedoen

Wat ook voor vertraging kan zorgen, is dat vooral middelgrote en grotere bedrijven eerst een conceptverzoek bij de Belastingdienst indienen. Het doel is om op hoofdlijnen overeenstemming te bereiken voordat andere crediteuren worden benaderd. „Als wij een positieve grondhouding tonen, gaan concurrente schuldeisers mogelijk sneller over tot kwijtschelden. Maar voor alle duidelijkheid: wij gaan pas akkoord met een sanering als concurrente schuldeisers en de ondernemer zelf ook concessies doen. Alle schuldeisers moeten meedoen aan het saneringsverzoek, dat heet een crediteurenakkoord. Dat overleg verlengt het traject, maar werkt uiteindelijk beter.”

Ik lees vaak het woordje welwillend en hoor jullie dit regelmatig zeggen. Maar wat merkt de ondernemer met coronaschulden daarvan?

„Bij twijfel toekennen”, zegt Van Lambalgen direct en ferm. „In een beoordeling zit een bepaalde subjectiviteit, er is ruimte in de regels. Bij twijfel, maar wel met de juiste feiten en omstandigheden, stellen we ons welwillend op en gaan akkoord. Maar hebben we contra-indicaties, zoals gemiste aangiftes of opgelegde vergrijpboetes, dan zijn we kritischer. We gaan geen bedrijven in de lucht houden die niet levensvatbaar zijn.”

Maar het gaat verder, vervolgt Van Lambalgen. „We zijn ook welwillend als er een rood vinkje verschijnt. Samen met de ondernemer kijken we wat er nog mogelijk is. Het beoordelen van een saneringsverzoek is niet alleen maatwerk, maar ook mensenwerk.”

Levensvatbaarheidsonderzoek van groot belang kwijtschelding coronaschulden

In een interview met De Ondernemer vertelde retailondernemer Rick Moorman van House of Man dat het levensvatbaarheidsonderzoek van IMK mede had bijgedragen aan een positieve honorering van zijn saneringsverzoek. De twee belastingambtenaren zeggen veel waarde te hechten aan zo’n onderzoek. Richard van Lambalgen: „De analyse van de adviseur, de samensteller van het levensvatbaarheidsonderzoek, gebruiken we zoveel mogelijk. We gaan uit van zijn of haar kennis van de sector en de aanvrager van de sanering. We willen meer weten dan alleen de cijfers die worden overlegd. Hoe heeft zo iemand in het verleden zijn bedrijf bestuurd? Een SWOT-analyse, zoals IMK die maakt vinden we ook belangrijk. We kijken vooral of er een verhaal staat. Een goed verhaal geeft ons meer vertrouwen.”

De vraag is steeds wat zwaarder weegt: toekomstige levensvatbaarheid of huidige betaalmoraal, gaat Peter Koedood verder. „Het hangt allemaal nauw met elkaar samen. Het zijn allebei harde voorwaarden om mee in te stemmen. Een onderneming moet levensvatbaar zijn naar de toekomst en je moet je lopende verplichtingen bijhouden.”

Belastingdienst krijgt altijd het dubbele; wij 30 procent en de concurrente schuldeisers 15 procent

Peter Koedood Ketenmanager bij de Belastingdienst

Hoe komt het kwijtscheldingspercentage tot stand? Sommige ondernemers spreken over 70 tot 80 procent afwaardering van hun coronaschuld. Ondernemer Daan Broekman begrijpt dat niet. Hebben jullie daar tabellen voor?

De vraag verbaast de twee niet, ze krijgen ’m vaker. „De ondernemer biedt zelf een bepaald percentage aan, stel 70 procent. Er hangt hier geen lijstje met percentages”, aldus Van Lambalgen. „Het akkoordbedrag, wat er uiteindelijk betaald moet worden, moet uiteraard wel onderbouwd zijn. We zeggen niet: ‘leuk percentage’ en gaan akkoord. Het moet ergens op gebaseerd zijn, bijvoorbeeld op het aantrekken van extra kapitaal en op wat de ondernemer zelf nog kan bijleggen of financieren.”

De adder onder het gras is dat de concurrente schuldeisers bij dat fictieve percentage van 70 procent zelf 85 procent moeten afwaarderen. „De Belastingdienst krijgt altijd het dubbele: wij 30 procent en de concurrente schuldeisers 15 procent”, legt Koedood uit. „Uiteindelijk moet aan ons een substantieel bedrag, het akkoordbedrag, worden aangeboden, zowel in absolute als relatieve zin. We moeten bovendien meer krijgen dan bij executie op het moment van beslaglegging of faillissement. Vergeet niet dat bij een faillissement eerst de bewindvoerder wordt betaald, daarna de Belastingdienst en pas dan de rest. De sanering levert niet alleen wat op voor de onderneming die verder kan, maar ook voor de concurrente schuldeisers. Op het moment dat er geen sanering komt en de onderneming failliet gaat, ontvangen ze meestal niets.”

‘Belastingdienst doet veel om problematische schulden op te lossen’

Aan het einde van het gesprek doen de twee een oproep aan alle ondernemers die nog steeds worstelen met coronaschulden. „We zien nog steeds ondernemers die te laat in actie komen. Met name kleine ondernemers gaan veel te lang door”, constateert Van Lambalgen, die ook ziet dat ondernemers opgelucht zijn als het achter de rug is. „Dan weten ze waar ze aan toe zijn. Het beeld bestaat dat wij alleen maar bezig zijn met faillissementen aanvragen, beslag leggen en executeren, maar dat klopt niet. De Belastingdienst doet veel om problematische schulden op te lossen en te voorkomen.”

Volgens Van Lambalgen gaan Belastingdeurwaarders langs bedrijven, niet om beslag te leggen, maar om te zeggen dat de eigenaar een schuld heeft en hulp te bieden. „In al onze correspondentie bieden we handelingsperspectief door bijvoorbeeld KVK Zwaar Weer en Geldfit Zakelijk te noemen. We hebben een veranderde rol, zeker na corona. Ondernemers die daar recht op hebben, helpen wij om uit de financiële problemen te komen. Als het uiteindelijk lukt om een in de kern levensvatbaar bedrijf te helpen, voel ik wel een zekere mate van voldoening.”

Hoe vergroot je de kans op het succesvol afronden van een saneringsverzoek?

  • Wacht niet te lang

  • Neem een goede adviseur in de arm

  • Zorg voor een gedegen levensvatbaarheidsonderzoek

  • Reik zoveel mogelijk data aan en leg uit welke aannames en uitgangspunten je daarvoor gebruikt hebt. Wees transparant

  • Zorg dat aan de lopende verplichtingen wordt voldaan. Laat geen nieuwe betalingsachterstanden ontstaan en doe tijdig aangifte

  • Breng de hele fiscale positie op orde. Dit betekent bij een verzoek dat de aangiftes van de voorgaande jaren zijn ingediend

  • Bedenk dat niet alle crediteuren dwangcrediteuren kunnen zijn. Selecteer daar streng op, want anders doet de Belastingdienst dat

  • Buiten de Belastingdienst moeten ook andere schuldeisers meedoen aan de sanering

  • Laat zien dat je als ondernemer je eigen bedrijf goed kent

Lees ook: Ben en David krijgen groot deel van 600.000 euro aan coronaschuld kwijtgescholden: ‘Kunnen eindelijk over toekomst nadenken’