In het eetcafé, waar sjekkies werden gedraaid en borden friet werden opgediend met een pollepel vol saus, was de drukke keuken dé plek voor Bram de Smet. Hij stopte op zijn vijftiende met de middelbare school en besloot de koksopleiding te gaan doen van ROC Rijn IJssel, schrijft de Gelderlander.
„Ik was niet echt wat je noemt een voorbeeldkind”, vertelt hij, zittend op een barkruk in restaurant Noncha, dat hij vanaf volgende maand samen met jeugdvriend Bo Dijkstra gaan bestieren.
„Ik kon niet goed stilzitten. Ik ben meer van het doen dan van het denken. In de keuken merkte ik dat het werk daar me paste. Dat ik dat serieus wilde doorzetten.”
Dat vond ik prachtig, in de keuken. Tussen mensen met een hoog testosterongehalte en een grote bek
Bo Dijkstra
Hetzelfde gold voor Bo Dijkstra, die hij al kent sinds de basisschool. De schoolbanken zaten hem ook niet.
Hij ging pizza’s bezorgen, maar dat beviel hem niet, waarna hij al snel zijn plek vond bij Villa Velperweg als afwasser. „Dat vond ik prachtig, in de keuken. Tussen mensen met een hoog testosterongehalte en een grote bek.”
Lees ook: Nederlanders gaven in 2025 23 miljard euro in horeca uit: stijging van 3,9 procent
Groentjes schillen en borden wassen
Samen zitten ze nu aan de bar, op hun nieuwe plek in hartje Arnhem. De komende weken gaan ze het pand met familie en vrienden verbouwen en herinrichten.
Een deel van het geld halen ze op via crowdfunding. Het is een flinke klus om het huidige restaurant Minasan, dat een Aziatische stijl en keuken heeft, om te toveren tot een zaak met Frans-Belgisch concept.
Vier dagen in de keuken, één dag in de boeken
De mannen gingen naar het praktijkgericht onderwijs. Vier dagen per week in de keuken, één dag in de boeken. Bo volgde de opleiding horecamanager. Bram deed de koksopleiding.
„Net daarvoor kreeg ik via via een stage aangeboden bij landgoed Groot Warnsborn. Op het fietsje, naar een keuken met een echte chef en hiërarchie. In de hoek begon ik groentes te schillen en paddenstoelen schoon te krabben.”
Na een jaar borden wassen, kwam Bo in de bediening van Zafvino, in Arnhem. „Ik had daar een leermeester, Huus Göbel. Die kon zo mooi praten over wijnen, over gastheerschap. Ik merkte dat ik dat al snel interessant vond. Hij kan mensen het gevoel geven dat ze in een driesterrenzaak zitten, terwijl ze gewoon in de binnenstad van Arnhem aan tafel gaan met een glas wijn van 5 euro.’’
Bram en Bo in de bouw
Bij Rijn IJssel kwamen Bram en Bo elkaar geregeld tegen. De twee werkten na het doorlopen van hun opleiding bij verschillende restaurants. In de coronatijd werkten ze allebei in de bouw.
Pas daarna gingen ze weer samen aan de slag, bij Groot Warnsborn en Zafvino. „Ik maakte daarvoor nog een uitstapje naar Costa Rica”, vertelt Bo. „Na anderhalf jaar kwam ik terug. Voor mijn rijbewijs en de horeca.”
We merkten in dat café vakmanschap, pure horeca. En twee jonge eigenaren die met passie het vak bedreven
Bo Dijkstra
Eenmaal in Nederland kwam hij via een omweg weer bij Zafvino terecht, als assistent-manager en al snel als restaurantmanager. Bram zat in die tijd te twijfelen of hij de horeca niet eens moest laten rusten, tot er bij Zafvino een vacature voor souschef was. Bo: „Ik heb hem gebeld en zo zijn we weer samen gaan werken. Met een idee in ons achterhoofd.”
‘Restaurant Noncha is als een droom’
Aan de bar van Knabbel en Babbel in Amsterdam werd dat idee werkelijkheid. Met een fluitje bier in de hand werd het beklonken: ze zouden samen een zaak beginnen. „We merkten in dat café vakmanschap, pure horeca. En twee jonge eigenaren die met passie het vak bedreven.”
Nu openen ze, als alles volgens plan verloopt, op 19 maart de deuren van Noncha. „Het is niet komen aanwaaien, we hebben er keihard voor gewerkt. Het is een droom die uitkomt.”