Blog

Wat er per 1 januari écht veranderd is voor zzp’ers: verlenging zachte landing, maar ook boetes voor schijnzelfstandigheid

Bastiaan van Rossum is arbeidsrechtjurist en oprichter van MeesterRecht. Foto: eigen beeld Bastiaan van Rossum is arbeidsrechtjurist en oprichter van MeesterRecht. Foto: eigen beeld
Bastiaan van Rossum is arbeidsrechtjurist en oprichter van MeesterRecht. Foto: eigen beeld
Leestijd 5 minuten
Over de expert:
bastiaan van rossum
Bastiaan van Rossum
Arbeidsrechtjurist en oprichter van MeesterRecht
Lees verder onder de advertentie

Onlangs zat ik aan tafel bij een middelgrote organisatie in de zakelijke dienstverlening. Ze werken met zo’n twintig zzp’ers, grotendeels langdurig ingehuurd. Tijdens het gesprek zei de HR-manager bijna terloops: „Maar de handhaving wordt toch opnieuw uitgesteld. Het risico valt dus wel mee.”

Die gedachte is logisch, maar niet juist. Eind december 2025 stemde de Tweede Kamer over een motie om de zachte landing te verlengen. Het kabinet wilde daar eigenlijk niet in meegaan, maar heeft er onder politieke druk wel deels gehoor aan gegeven. Dat compromis wordt in de praktijk al snel vertaald naar: er wordt nog niet echt gehandhaafd. Maar dat is niet wat er is besloten. Ja, onderdelen van de zachte landing zijn verlengd. Nee, dat betekent niet dat handhaving is uitgesteld. Integendeel.

Lees ook: Boetes voor schijnzelfstandigheid vanaf nu: 10 bouwbedrijven moeten samenwerking met zzp’ers aanpassen

Even terug naar de basis: wat is die zachte landing ook alweer?

De zachte landing is ooit bedoeld als overgangsfase. Na jaren van nauwelijks handhaving onder de Wet DBA zou de Belastingdienst vanaf 1 januari 2025 weer actief gaan handhaven op schijnzelfstandigheid. Niet met een botte bijl, maar stapsgewijs: eerst uitleg en waarschuwingen, daarna pas sancties. Die overgangsperiode moest tijdelijk zijn. Juist om te voorkomen dat we opnieuw in een situatie zouden belanden waarin regels wel bestaan, maar niet worden nageleefd.

Per 1 januari 2026 zou de zachte landing geheel worden opgeheven, maar nu heeft het kabinet dus besloten deze zachte landing gedeeltelijk te verlengen. En dat woord – gedeeltelijk – is cruciaal.

Lees verder onder de advertentie

Wat blijft hetzelfde in 2026?

Terug naar de organisatie waar ik aan tafel zat. Hun belangrijkste aanname was dat handhaving was uitgesteld. Dat klopt niet. Ook in 2026 geldt dat de Belastingdienst actief toezicht houdt op arbeidsrelaties. De handhaving op schijnzelfstandigheid blijft bestaan, net als in 2025. Of het nu gaat om IT, zorg, cultuur of zakelijke dienstverlening: schijnzelfstandigheid komt in alle branches en sectoren voor. Het duiden van de arbeidsrelatie blijft maatwerk. Om die reden wordt er niet gehandhaafd op specifieke doelgroepen, behalve als steekproeven of andere onderzoeken laten zien dat onderscheid in doelgroepen wél zinvol is.

Wat is dan wél anders door de gedeeltelijke verlenging?

De gedeeltelijke verlenging ziet op twee punten. Ten eerste: de Belastingdienst start in beginsel met een bedrijfsbezoek, voordat een boekenonderzoek plaatsvindt. Dat is geen vrijblijvende kennismaking, maar een moment waarop wordt gekeken hoe arbeidsrelaties feitelijk zijn ingericht. Kun je uitleggen waarom iemand zelfstandig is? Zijn de afspraken logisch en consistent? Sluiten contract en praktijk op elkaar aan?

Ten tweede: in 2026 worden geen verzuimboetes opgelegd. Het gaat hier om relatief lichte boetes, bijvoorbeeld voor te laat of onjuist aangeven, zonder opzet of grove schuld. Maar – en dit wordt vaak vergeten – vanaf 1 januari 2026 kunnen wel vergrijpboetes worden opgelegd. En die zijn van een andere orde. Een vergrijpboete begint bij 25 procent van de naheffing en kan oplopen tot 100 procent, bijvoorbeeld bij opzet of grove schuld. Wie waarschuwingen negeert of bewust risico’s blijft nemen, loopt dus juist méér risico dan in 2025.

Lees ook: Vanaf 1 januari boetes voor schijnzelfstandigheid: ‘De tijd van ‘we zien wel’ is voorbij, doe een personeelscheck’

Terug naar de casus: waarom niets doen geen oplossing is

Bij de organisatie die ik sprak, werkten meerdere zzp’ers al langere tijd op vaste dagen en tijden, verplicht op locatie, met werkzaamheden die sterk overeenkwamen met die van collega’s in loondienst en waarbij zij op vergelijkbare wijze werden aangestuurd. Contractueel was alles netjes vastgelegd als opdracht. Maar zoals zo vaak gaf de praktijk een ander beeld. De gedachte ‘we zijn hier nog nooit op aangesproken’ is begrijpelijk, maar zegt niets over de juridische houdbaarheid van de constructie.

Alleen contracten toetsen is bovendien niet voldoende: bij de beoordeling van arbeidsrelaties is de feitelijke uitvoering doorslaggevend. Juist daarom is maatwerk noodzakelijk volgens de Belastingdienst – om te kijken of contract en praktijk nog op één lijn liggen en waar bijsturing nodig is. Niet vanuit wantrouwen, maar om het bewustzijn over schijnzelfstandigheid te vergroten en verantwoordelijkheid te nemen – aan beide kanten van de tafel.

Lees verder onder de advertentie

Wat betekent dit voor zzp’ers zelf?

In de discussie over handhaving gaat het vaak over opdrachtgevers, maar ook zzp’ers hebben hier een eigen verantwoordelijkheid. Wie zelfstandigheid wil behouden, zal die zelfstandigheid ook moeten laten zien.

Dat betekent: ruimte nemen voor eigen keuzes, niet klakkeloos meegaan in werkwijzen die feitelijk op loondienst lijken en kritisch blijven op langdurige opdrachten waarbij autonomie steeds verder verdwijnt. Handhaving is er niet om zzp’ers ‘terug in loondienst te duwen’, maar juist om echte zelfstandigheid te beschermen tegen uitholling.

Blijf bij de ingezette koers

De les uit het verleden, met name uit de periode onder de Wet DBA, is helder. Jaren van uitstel en wisselende signalen hebben vooral geleid tot onzekerheid in de praktijk. Juist consistente handhaving kan die onzekerheid stap voor stap wegnemen, doordat de Belastingdienst duidelijke kaders stelt en laat zien hoe regels in de praktijk worden toegepast.

De gedeeltelijke verlenging van de zachte landing doet daar weinig aan af. Ook in 2026 vindt handhaving plaats. Wie ervan uitgaat dat het risico beperkt is, vergist zich. Echte duidelijkheid ontstaat niet door steeds opnieuw bij te sturen, maar door vast te houden aan de gekozen richting. Dat is uiteindelijk in het belang van opdrachtgevers én zzp’ers die serieus werk willen maken van heldere en duurzame samenwerkingen.

Lees ook: Belastingdienst bezoekt honderden bedrijven in aanpak schijnzelfstandigheid: komt in alle sectoren voor

Lees verder onder de advertentie