Zzp

Boetes voor schijnzelfstandigheid vanaf nu: 10 bouwbedrijven moeten samenwerking met zzp’ers aanpassen

Onder andere in de bouwsector controleert de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid.  Onder andere in de bouwsector controleert de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid. Beeld: Shutterstock
Onder andere in de bouwsector controleert de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid. Beeld: Shutterstock
Leestijd 2 minuten
Lees verder onder de advertentie

Dat laat de vereniging van bouwbedrijven Bouwend Nederland op haar website weten. Uit meldingen van verschillende leden van de vereniging blijkt dat de Belastingdienst tussen de tien en twintig bouwbedrijven controleert. Wie de situatie niet aanpast kan een naheffing en een boete krijgen. Een gemiddelde naheffing voor een zzp’er is ongeveer 33 procent van het bruto jaarbedrag dat aan de zzp’er is betaald.

Lees ook: Belastingdienst bezoekt honderden bedrijven in aanpak schijnzelfstandigheid: komt in alle sectoren voor

Zachte landing voorbij

Het opheffen van het handhavingsmoratorium begin vorig jaar op de Wet DBA veroorzaakte veel onrust onder zzp’ers en hun opdrachtgevers. De Belastingdienst ging namelijk weer ‘gewoon’ deze wet handhaven, nadat ze dat jarenlang niet gedaan hadden.

Om opdrachtgevers en zzp’ers te laten wennen werden er in 2025 geen boetes opgelegd, dat is dit jaar wel het geval. De zachte landing is nu over. De Belastingdienst handhaaft risicogericht. In het afgelopen jaar zijn uiteenlopende organisaties uit bijvoorbeeld de sectoren arbeidsbemiddeling, bouw, handel en industrie, onderwijs, overheid en zorg bezocht.

Lees verder onder de advertentie

Als je als ondernemer met zzp’ers werkt, is het extra belangrijk om te controleren of deze niet als schijnzelfstandigen kunnen worden gezien. Via onderstaande punten kun je dat controleren.

Op basis van de tien punten van de Hoge Raad kun je als werkgever en zzp’er zien of je een schijnzelfstandige bent of een echte zzp’er.

1. Aard en duur van de werkzaamheden: Eenvoudige en langdurige werkzaamheden duiden vaak op een dienstverband. Ook het verschil tussen een inspanningsverplichting (dienstverband) en resultaatverplichting (zelfstandigheid) speelt hierbij een rol.

2. Bepaling van werkzaamheden en werktijden: Minder vrijheid in het bepalen van werkwijze, werktijden en locatie wijst vaker op een dienstverband.

3. Inbedding in de organisatie: Werkt de zzp’er zij-aan-zij met werknemers en volgt hij dezelfde regels en aansturing? Dit wijst op een dienstverband.

4. Verplichting tot persoonlijke arbeid: Moet de zzp’er het werk persoonlijk uitvoeren, of kan hij zich laten vervangen? Verplichte persoonlijke arbeid duidt op een dienstverband.

5. Totstandkoming van afspraken: Had de zzp’er onderhandelingsruimte bij het aangaan van de overeenkomst? Weinig onderhandelingsruimte wijst vaker op een dienstverband.

6. Beloning: Heeft de zzp’er invloed op zijn tarief en betalingswijze? Een beloning die vergelijkbaar is met die van werknemers duidt op een dienstverband.

7. Hoogte van de beloning: Is de beloning vergelijkbaar met die van werknemers in loondienst?

8. Ondernemersrisico: Draagt de zzp’er zelf het ondernemersrisico, bijvoorbeeld bij ziekte of herstelkosten? Minder risico wijst vaker op een dienstverband.

9. Gedrag in economisch verkeer
Gedraagt de opdrachtnemer zich als ondernemer, bijvoorbeeld door acquisitie of eerdere beoordeling als ondernemer door de Belastingdienst?

10. Ondernemerschap: Werkt de zzp’er voor meerdere opdrachtgevers en investeert hij in naamsbekendheid? Minder ondernemerschap wijst op een dienstverband.

Lees verder onder de advertentie