Welke onregelmatigheden in juli vorig jaar speelden bij het faillissement van Esprit Europe, kan curator Erik Schuurs nog niet openbaar maken, zegt hij tegen Het Parool. Maar dat hij, met toestemming van de rechter-commissaris, onlangs direct betrokkenen heeft gedagvaard zodat ze onder ede tekst en uitleg moeten geven over verdachte transacties, is een goede aanwijzing voor de ernst van de misstanden.
Er bestaan namelijk sterke aanwijzingen dat het faillissement van Esprit is voorgekookt, onder meer met het wegsluizen van merkrechten en geld vlak voor het bedrijf vorig jaar failliet ging, blijkt uit materiaal van de curator van de Duitse activiteiten van het modemerk. Justitie in Düsseldorf doet al drie maanden onderzoek naar Esprit vanwege verdenkingen van het vertragen van insolventieprocedures, belastingontduiking en vermogensoverdracht.
Lees ook: Na faillissement Esprit begon Bob voor zichzelf: ‘Esprit was merk voor je moeder, dat is nu wel anders’
De Europese activiteiten, goed voor 80 procent van de omzet bij Esprit, zijn sinds mensenheugenis in Nederland gevestigd. Eerst in een futuristisch gebouw bij de voormalige kruitfabriek in Amstelveen, de laatste jaren aan het IJ in de Amsterdamse Houthavens. Alle Europese dochters, inclusief de Duitse, rapporteren aan Esprit Europe in Amsterdam, dat op zijn beurt valt onder de beursgenoteerde Esprit Holding in Hongkong.
Op het hoogtepunt zette Esprit jaarlijks zo’n 3 miljard euro om en baatte het meer dan 1150 winkels uit, waarvan ruim 100 in Nederland. Daaronder: het vijf verdiepingen tellende vlaggenschip tussen de Amsterdamse Kalverstraat en het Spui, waar ook het populaire caffe Esprit zat.
Esprit legde het af tegen H&M, Zara en Primark
Maar Esprit raakte de weg kwijt in de strijd met nieuwe modegiganten als H&M, Zara en Primark. Na jaren van diepe verliezen – na 2015 werd slechts één jaar winst gemaakt – ging de modeketen in 2020 voor het eerst failliet. De Amsterdamse vlaggenschipwinkel was toen al overgedaan aan Rituals.
Het bedrijf werd gered door een groep investeerders, waaronder het Chinese North Point Talent. Achter dat bedrijf schuilt multimiljonair Karen Lo Ki-yan, die haar kapitaal te danken heeft aan een erfenis uit het Chinese sojamelkimperium Vitasoy. Ze voegde Esprit toe aan een kapitale kunstverzameling en vastgoedbezit.
Esprit moest een wereldspeler worden, met ‘de flair van New York City’
North Point betaalde circa 60 miljoen euro voor ruim 28 procent van de aandelen in het doorgestarte Esprit. Karen Lo voegde daar via drie andere vehikels nog eens 13,2 procent aan toe en kreeg zo de controle over het modemerk, dat verder aan de beurs van Hongkong genoteerd bleef.
In plaats van in coronatijd pas op plaats te maken, werd vol ingezet op mondiale groei. Esprit moest een wereldspeler worden, met ‘de flair van New York City’. Uit opbrengsten van de Europese activiteiten werd de opening van winkels in de VS en Azië gefinancierd, die in de overvolle modemarkt daar geen poot aan de grond kregen. Ook ging Esprit, ooit kampioen van de confectiemode, plots luxekledij verkopen. Roze dolfijnen werden de nieuwe bedrijfsmascotte.
Verliezen stapelden zich op
De Europese activiteiten werden nagenoeg genegeerd, vertellen anonieme medewerkers van de Duitse activiteiten in zakenblad Manager Magazin. Sleutelpersoneel verliet het bedrijf omdat alles, tot aan de verlichting toe, in Hongkong moest worden overlegd met mensen die geen verstand hebben van mode of de winkelwereld.
De verliezen stapelden zich op. In 2023 maakte Esprit ruim 255 miljoen euro verlies op een omzet van 646 miljoen. Het weerhield de nieuwe leiding er niet van dat jaar het merk ‘voor het eerst in decennia’ met een kapitale marketingcampagne te herlanceren. Ook ging Esprit stug door met uitbreiden in verlieslatende landen.
Alles wordt beter
In het jaarverslag werd omstandig uiteengezet hoe alles in 2024 beter zou worden. Maar de accountant dacht er heel anders over. Daags na publicatie begon eind maart 2024 een waterval aan faillissementen. Eerst Zwitserland, toen België en Denemarken, half mei Duitsland en op 25 juli viel het doek voor de Nederlandse topholding.
Op dat moment waren er nog 14 Nederlandse winkels en evenveel franchisezaken over. Daar was nauwelijks nog kleding te vinden. Er was voordien ‘zeer beperkt’ voorraad geleverd en ook de magazijnen waren leeg. Een zomer- en herfstcollectie waren niet eens ontwikkeld.
Bizar genoeg werd in de weken voorafgaand aan de deconfiture uitverkoop gehouden, met kortingen tot 70 procent. Waarna de winkels de deuren sloten, nog voordat Esprit betalingsuitstel had aangevraagd.
Bewust vertraagd
Voor curator Schuurs viel er nadien weinig te halen. Wat er nog hing, leverde een magere 150.000 euro op – bij vergelijkbare modefaillissementen liep dat veelal in de miljoenen. De gang van zaken kan duiden op een vooropgezet plan om voorafgaand aan het faillissement nog zo veel mogelijk geld op te halen.
Dat zou niet voor het eerst zijn. Vlak voor de faillissementsgolf werden in maart 2024 grote bedragen, afkomstig uit Duitse belastingterugbetalingen, naar het buitenland overgemaakt, evenals ruim 15 miljoen euro uit een juridisch conflict. Volgens Esprit zijn het normale interne afrekeningen, maar de Duitse curator vermoedt anders. Ook zijn er aanwijzingen dat Esprit het faillissement bewust heeft vertraagd, blijkt uit de 400 terabyte aan boekhoudgegevens.
Uit die gegevens blijkt ook dat twee Duitse dochters, Esprit Europe en Esprit Europe Services, in november en december 2023 merkrechten hebben overgedragen aan het tamelijk wrang genaamde Million Success Resources op Tortola, een van de Britse Maagdeneilanden, een gekend belastingparadijs.
Curator Lucas Flöther van de Duitse activiteiten vermoedt dat beide Espritdochters op dat moment al technisch failliet waren. Wegsluizen van bezittingen in de wetenschap dat een faillissement op komst is, kan zowel in Duitsland als Nederland strafbaar zijn.
De merkrechten zijn veruit het waardevolste overblijfsel van Esprit. Maar ze blijken via Tortola onder controle te staan van moederbedrijf Esprit Holdings in Hongkong. Dat draait ondanks de Europese faillissementen gewoon door en maakte bekend zich te gaan richten op ‘een licentiemodel’. Opvallend, want de licentierechten op Espritmerken waren altijd ondergebracht in Amsterdam.
Lees ook: Hoe Esprit franchisenemers ‘liet stikken’. Het verhaal van deze franchiser en storemanager
Deichman en Theia Brands
De Duitse curator moest via de rechter een salomonsoordeel afdwingen: de opbrengst van de merkverkoop wordt gelijkelijk verdeeld onder de schuldeisers. Een koper heeft hij al: het Britse Alteri Partners, in Nederland bekend van modemerken Street One en Cecil, en voormalig eigenaar van speelgoedketen Intertoys.
Maar te elfder ure kwam er een nieuwe gegadigde op de proppen: een combine van de Duitse schoenmaker Deichmann – eigenaar van schoenenketen Van Haren – en een Britse partij, Theia Brands, die zich over de ‘textielrechten’ ontfermt. In augustus 2024 verdeelden die twee de Europese merkrechten.
Theia, inmiddels omgedoopt tot Pink Shop Capital, lijkt er speciaal voor te zijn opgericht. In de Amerikaanse staat Delaware, een notoire fiscale vrijhaven, heeft het hetzelfde brievenbusadres als de Amerikaanse activiteiten van het oude Esprit. De indruk van een opzetje wordt nog eens versterkt doordat een van de bestuurders van Theia net als de ceo van Esprit ooit voor het Londense advocatenkantoor werkte dat bemiddelde bij de verkoop van de merkrechten.
Waar Deichmann naar verluidt 13,5 miljoen betaalde zodat het door kon met Espritschoeisel, rekende Theia niets af voor de merkrechten. Er werd afgesproken dat het Hongkongse Esprit Holdings tien jaar een kwart van de opbrengsten opstrijkt. Dat paste in het streven om van Esprit een merkverstrekker te maken wiens producten door anderen in licentie worden verkocht. Peperdure eigen winkels en het bijbehorende personeel passen daar niet bij.
Personeel Esprit Europe heeft loon tegoed
De nieuwe licentiehouder wilde, volgens een verklaring aan de modevakpers, vanuit Nederland met ‘een ervaren team met expertise in retail, design en merchandising bij grote modemerken, de comeback van Esprit voorbereiden’. Er was zelfs al sprake van een ‘kleine zomercollectie’ en verkoop in toonaangevende Europese warenhuizen.
Daarna bleef het stil.
De schuldeisers van alle Espritactiviteiten blijven zonder geld achter. Zo heeft de helft van de 218 ontslagen medewerkers van Esprit Europe in Amsterdam achterstallig loon tegoed. Daarnaast zijn er zo’n honderd andere schuldeisers, waaronder verhuurders van de laatste winkelpanden.
De grootste vordering, 55 miljoen euro, komt van andere Espritonderdelen die grotendeels failliet zijn. Andersom heeft curator Schuurs nog bijna 1,4 miljoen euro tegoed van de failliete Duitse tak.
Door alle kruisverbanden in Europa is het onduidelijk of er nog wat voor schuldeisers overschiet. Schuurs verwacht personeel met achterstallige betalingen deels te kunnen vergoeden. Maar zoals gebruikelijk gaan het UWV (dat nog 1,4 miljoen tegoed heeft) en de Belastingdienst (3,9 miljoen) voor.