Van statiegeldflessen en koffiecups tot frituurvet, textiel en elektronica: zolang het maar afval is, kun je het kwijt in een van de elf Droppie-winkels. Zo’n anderhalf jaar geleden begonnen Stef Traa en zijn compagnon Natascha Hermsen met Droppie. Nu zijn er elf winkels verdeeld over vier steden in Nederland. Waar afval recyclen nooit als verdienmodel werd gezien, bewijst Droppie het tegendeel.
Het concept van de winkel is ontworpen om zowel milieubewuste consumenten als passanten die toevallig een pakket komen afhalen, te verleiden iets in te leveren. En dat in ruil voor een directe beloning via de Droppie-app. De technologie achter het systeem, met beeldherkenning en digitale verwerking, zorgt ervoor dat ingeleverd materiaal meteen aan het profiel van de gebruiker wordt gekoppeld. „Omdat wij precies weten wat er binnenkomt en mensen helpen bij het scheiden, is minder dan 1 procent van onze PMD-stroom vervuild. Dat maakt het veel waardevoller voor de afvalverwerkers”, vertelt Stef in De Ondernemer Live.
Lees ook: In 3 jaar naar 100 locaties: Stef en Natascha maken recyclen rendabel met Droppie
Verdienmodel dat meerdere pijlers combineert
Droppie ontvangt vergoedingen voor ingezamelde materialen, werkt samen met Statiegeld Nederland en digitaliseert recyclemomenten voor merken. Zo kan een telecomaanbieder bij het inleveren van een router een consument direct belonen met korting op een nieuwe aankoop. Van al het inkomen komt daardoor ook maar 35 procent uit het recyclen van materialen.
Als belangrijkste trekpleister voor consumenten functioneren de winkels als pakketpunten voor PostNL, DHL, Vinted en andere bezorgdiensten. Dit zorgt voor een constante en diverse stroom bezoekers: in grote vestigingen tussen de 600 en 650 mensen per dag. Droppie zet hiervoor geen extra marketingbudget in. Vaak combineren bezoekers het pakketmoment met het inleveren van materialen. Bepaalde stromen laten daarbij verbluffende resultaten zien: bij routers kan 72 procent opnieuw in gebruik worden genomen. „Dat maakt de stroom niet alleen waardevol voor de bedrijven waarmee we werken, maar ook voor de samenleving”, zegt Stef.
Opschalen naar honderd winkels
Noem het doel van Droppie gerust ambitieus: van elf naar honderd winkels in eind 2027. Om door te blijven groeien moeten winkels in negen tot tien maanden break-even draaien. „De locaties in Den Haag zitten binnen vier maanden op de volumes waar we in Amsterdam een jaar nodig hadden. We zijn beter geworden in het vinden van locaties en ook beter in het converteren van onze bezoekers.”
De winkel die we deze week in Utrecht openen, hebben we 3,5 week over gedaan van sleutelmoment tot soft launch
Stef Traa Droppie
Droppie zoekt bewust winkelgebieden met hoge passantenstromen, vaak in combinatie met andere grote retailers. In Den Haag bereikte het bedrijf binnen drie maanden al 4000 tot 5000 huishoudens. „Een van de winkels zit op een soort drielandenpunt met een Aldi, Albert Heijn, Etos en Jumbo. Zo’n snelle adoptie zegt veel over hoe goed het concept landt op plekken waar mensen toch al komen.”
Afgelopen zomer opende Droppie binnen een maand zes nieuwe winkels, waaronder vier in Den Haag. „We hebben een ambitieuze groei gepland staan voor de komende jaren, dus we wilden zien of we dat aankonden. We kunnen steeds efficiënter te werk gaan.” Dat lukt Droppie onder andere doordat ze ook in de winkels veel hergebruiken. Zeven van de laatste winkels zijn ingericht met materiaal uit de oude Blokkerwinkels. Zo lukt het ook winkels steeds sneller te openen. „De winkel die we deze week in Utrecht openen, hebben we 3,5 week over gedaan van sleutelmoment tot soft launch. Daar zijn we redelijk goed in geworden.”
Toch is het doel om dit jaar twintig winkels te openen niet gehaald. Hoe komt dat? „We openen er nog een in Amsterdam deze maand, dus we komen op 12. De afgelopen maanden zijn we druk bezig geweest met geld ophalen. We zijn nu aan het voorsorteren op snellere groei met het geld dat we hebben opgehaald. Het doel blijft nog steeds eind 2027 honderd winkels in Nederland.”
Innovatie als drijvende kracht achter groei
Tot op heden was er weinig inzicht in cijfers over de afvalproductie van Nederlanders, zegt Stef. Traditionele statistieken, zoals die van het CBS, geven slechts een grof gemiddelde van afvalproductie per huishouden. Droppies beeldherkenningstechnologie koppelt gedetailleerde gegevens direct aan het profiel van de gebruiker, wat mogelijkheden biedt voor gerichte beloning, loyaliteit en samenwerking met merken.
Zo start Droppie binnenkort een inzamelcampagne met een accuboorbedrijf waarbij consumenten een vergoeding krijgen voor het inleveren van oude accuboormachines. „Door dit soort samenwerkingen helpen we merken om producten terug te halen. We doen er nu al twintig en we gaan nog een veel breder assortiment aan stromen innemen. We zijn begonnen als bedrijf en niet als stichting. Wij willen aan de markt laten zien dat dit op deze manier uit kan.”
Impact met een sociaal gezicht
Droppie positioneert zich als een for-profit onderneming, maar met duidelijke impactambities. Het bedrijf werkt ook samen met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat vraagt soms om een grotere personeelsbezetting, maar past bij de kernmissie van het merk. Tegelijkertijd werkt Droppie aan de financiering van zijn ambities: 3 miljoen euro ophalen via impactfondsen en -investeerders om de landelijke uitrol mogelijk te maken.
Dat het concept aanslaat, blijkt ook uit de constante interesse van gemeenten. „Bijna dagelijks stuurt een gemeente in Nederland wel een bericht om over een vestiging te praten. Ze zien ons niet als vervanger van de milieustraat, maar als waardevolle aanvulling. Dat partnerschap geeft ons de mogelijkheid om op een verantwoordelijke manier te groeien”, aldus Stef.
Ondernemersles: gewoon doen
De grootste les die Stef Traa tot nu toe leerde? Dat je soms simpelweg moet beginnen. Toen hij het idee voor een recyclewinkel presenteerde, klonk het vaak: ‘Succes, maar dat wordt niets.’ Door toch te starten met de eerste locatie en het concept zichtbaar en tastbaar te maken, kwamen er partners en samenwerkingen op gang. Inmiddels is er een community van 45.000 huishoudens die actief deelnemen. „Ik was heilig overtuigd dat het wel kon en we zijn pas anderhalf jaar bezig. We hebben nog heel veel dingen te bewijzen. Maar iedere dag melden zich honderden mensen aan in de app. Er is een hele community ontstaan rondom ons merk. Dat is omdat wij mensen met een andere bril laten kijken naar afvalrecycling en circulariteit.”
Benieuwd naar het hele gesprek met Stef? Luister het hier: