Nieuws Actueel

Digitale achterstand dreigt voor mkb'er

Vergeleken met hun Europese collega’s zien Nederlandse mkb’ers hun toekomst zonnig in. Acht van de tien Nederlandse ondernemers (79 procent) zijn positief over de groeiverwachtingen van hun bedrijf, tegenover een Europees gemiddelde van 59 procent. Wel vertrouwen Nederlandse mkb’ers daarbij minder op technologie.

Redactie 18 juli 2017

ANP 51791709

Dit blijkt uit onderzoek van Microsoft en onderzoeksbureau Ipsos MORI onder 12.804 Europese mkb’ers, waarvan duizend in Nederland. Het onderzoek richtte zich onder andere op de vraag waarom ondernemers besloten een eigen bedrijf te starten.

Onderzoek

Een betere balans tussen werk en privé wordt daarbij zowel in Nederland (28 procent) als in geheel Europa (31 procent) het vaakst genoemd. Diezelfde balans wordt ook het vaakst genoemd als meest positieve aspect van het werken binnen een mkb-onderneming (24 procent in Nederland, dertig procent in Europa). Opvallend is daarbij wel, dat in Nederland slechts de helft van de mkb-ondernemers (52 procent) gelooft dat technologie helpt om tijd te besparen, tegenover een Europees gemiddelde van 78 procent. Stress is een negatieve factor binnen het mkb (22 procent in Nederland, 34 procent in Europa).

Flexibiliteit

Uit het onderzoek blijkt verder dat Nederlandse mkb’ers minder vaak van mening zijn dat technologie flexibiliteit biedt. Hier staat slechts de helft van de mkb’ers achter die stelling, ten opzichte van 72 procent in de rest van Europa. Overigens vindt in Nederland 28 procent dat zijn onderneming meer zou moeten uitgeven aan technologie, maar ook dit is minder dan in de rest van Europa, waar het gemiddelde op 37 procent ligt. “We doen allemaal al veel digitaal, maar staan pas aan het begin van de mogelijkheden”, zegt Leendert-Jan Visser, directeur van MKB-Nederland. “De volgende digitaliseringsgolf zal ons leven en de manier van zakendoen nog ingrijpender en sneller veranderen. Er zijn tal van mkb-ondernemers die vooroplopen met slim gebruik van software en data, maar het totale mkb zal daarin mee moeten. Individuele ondernemers worden geremd door het ontbreken van een kader en standaarden om bijvoorbeeld onderling digitaal samen te werken, of juist door een veelheid en complexiteit van opties.”

Digitale overheid

MKB-Nederland heeft eerder dit jaar samen met VNO-NCW en LTO Nederland de Next Level-agenda ‘ uitgebracht, waarin de ondernemersorganisaties voorstellen doen hoe Nederland en de Nederlandse economie de kansen van verdergaande digitalisering optimaal kunnen benutten. Visser: “Ondernemers moeten verder investeren in de digitale transitie, maar het kabinet ook, bijvoorbeeld in één digitale overheid. Samen moeten we de volgende sprong maken. Want hoewel de Nederlandse uitgangspositie uitstekend is, maken we volgens experts maar vijftien procent van het digitale potentieel waar.”

Automatisering

Mkb’ers blijken in ons land anders aan te kijken tegen het begrip digitalisering dan in de rest van Europa. Hoewel het percentage Nederlandse mkb’ers dat daarbij vooral denkt aan het digitaliseren van papierwerk, gelijk ligt met het Europese gemiddelde van 39 procent, legt slechts 41 procent hier de link met automatisering. Het Europese gemiddelde is hierbij vijftig procent. Ook het aandeel dat digitalisering associeert met flexibel werken of het werken op mobile devices, ligt hier lager dan elders in Europa, met respectievelijk negentien procent tegenover 24 procent, en elf procent tegenover zeventien procent. Leendert-Jan Visser: “Dankzij technologie zijn bedrijfsprocessen beter in te richten, kunnen ondernemers hun klanten op maat en over de gehele wereld bedienen en kunnen we auto’s zelf laten rijden. Verdergaande digitalisering biedt kansen, maar tegelijk zijn er ook zorgen als het gaat om privacy, cybersecurity en mogelijk baanverlies als gevolg van robotisering. “Ook op die punten moeten overheid en bedrijfsleven nauw samenwerken.”

Kwaliteit en service

Bij de vraag waar mkb’ers om bekend willen staan, noemt 46 procent van de Nederlandse ondernemers de kwaliteit van zijn producten. 63 procent wil vooral dat zijn bedrijf wordt geassocieerd met een goede service. Daarmee verschillen Nederlandse ondernemers niet veel van hun Europese collega’s, waar kwaliteitsproducten door 42 procent wordt genoemd en goede service door 64 procent.