Nieuws Horeca

FrieslandCampina groeit vooral in Azië

FrieslandCampina, de grootste zuivelproducent van Nederland, groeit vooral in Azië. De missie: Aziaten aan de zuivel krijgen en de melkproductie van lokale boeren opkrikken. Dat gaat niet zonder slag of stoot, schrijft het AD.

Annemieke van Dongen 8 juni 2017

FC Tran Ti Yen

Het is een beetje een surrealistisch plaatje. Tussen de palmen en rubberbomen, in de tropische hitte die in de regentijd als een klamme deken over het Vietnamese platteland hangt, staat een handjevol zwart-witte melkkoeien. Een ventilator in de halfopen stal blaast de dieren wat frisse lucht toe. Boerin Tran Ti Yen melkt de Holstein-Friesian-koeien 's ochtends en 's avonds. Met de hand.

Dit is hoe een gemiddeld melkveebedrijf in Azië eruitziet, legt Arnoud van den Berg uit. Als directeur van FrieslandCampina in Vietnam is de Nederlander verantwoordelijk voor twee zuivelfabrieken in het land die de melk van zo'n 3.000 lokale boeren verwerken. FrieslandCampina investeert er in een zuivelontwikkelingsprogramma waarin die boeren worden getraind om hun productie te verhogen en volgens de westerse hygiënestandaarden te werken. Tran Ti Yen krijgt eens in de twee maanden bijscholing, vertelt ze. Mede dankzij de tips die ze kreeg van een Nederlandse melkveehouder die FrieslandCampina invloog, produceren haar koeien nu meer melk met minder voer.

Twee keer per dag brengt Tran Ti Yen de volle melkbussen op haar brommertje naar een schuur in de buurt waar een melktank van FrieslandCampina staat. Daar wordt de melk van 35 boeren uit de regio verzameld, gekeurd en gekoeld. In de fabriek wordt er poedermelk, zuiveldrankjes, yoghurt en melk van gemaakt die onder merknamen als Dutch Lady, YoMost en Fristi in lokale winkels en op markten wordt verkocht.

Vraag

Azië is steeds belangrijker voor FrieslandCampina, omdat de vraag naar zuivel in Nederland en de rest van Europa stagneert. Het Nederlandse bedrijf haalt er ongeveer een derde van zijn 11 miljard euro omzet en het gros van zijn winst. In zich snel ontwikkelende landen als Vietnam, China, Indonesië, Pakistan en Myanmar stijgt de welvaart van de groeiende bevolking. En daar hoort een verschuiving bij naar meer 'westerse' voedingspatronen. Met meer zuivel.

Dat is te zien in de hippe koffiebarren in het centrum van Ho Chi Minh Stad, waar jonge Vietnamezen lattes en frozen yoghurts bestellen. ,,Een gemiddelde Vietnamees consumeert nog geen 15 liter melk per jaar, een schijntje vergeleken bij de meer dan 200 liter die Nederlanders consumeren. Maar daar komt snel verandering in'', zegt Van den Berg. ,,In Thailand is het al het dubbele, in Zuid-Korea 40 liter. Een van de eerste dingen waar mensen met meer bestedingsvermogen hun geld aan uitgeven, is goede voeding voor hun kinderen.''

En melk is goed voor elk, is de boodschap van FrieslandCampina in Azië, vooral als die uit Nederland komt. Net als in China (waar in 2008 baby's stierven door melk die was aangelengd met giftig melamine) is ook in Vietnam veel gerommeld met voedsel, verklaart Van den Berg. ,,Daarom wijzen wij in onze communicatie op onze Nederlandse erfenis van voedselveiligheid.''

Op de pakjes Dutch Lady prijken daarom blonde jongetjes, boerinnen met klompen en Nederlandse landschappen. En in de grotere supermarkten staan voorlichtsters in een shirt met het logo van Friso bij het kindervoedingschap. Zij wijzen de jonge ouders erop dat de babymelk van FrieslandCampina extra veilig is omdat die in een Nederlandse fabriek is geproduceerd.

Groei

Van die groeiende verkopen profiteren de ruim 13.000 Nederlandse melkveehouders die eigenaar zijn van de coöperatie FrieslandCampina. Zij delen immers mee in de winst van het bedrijf. Maar waarom verkoopt het bedrijf dan niet enkel Nederlandse melk in Azië, in plaats van lokale boeren te stimuleren hun productie te verhogen? Zo creëren ze in feite hun eigen concurrentie: meer aanbod van melk op de wereldmarkt heeft lagere prijzen tot gevolg.

Dat ligt genuanceerder, legt Van den Berg uit. ,,Hier is ook vraag naar verse melk. Die kunnen we niet uit Nederland importeren. Daar komt bij dat we in sommige landen, zoals Thailand, maar evenveel melk mogen importeren als we lokaal inkopen. In hun streven om zelfvoorzienend te zijn en minder afhankelijk te worden van de import van voedsel, hechten ook de Vietnamese en Chinese overheid veel belang aan een eigen zuivelindustrie. Het stimuleren van lokale melkproductie geeft ons hier een license to operate.'' Een goede relatie met de overheid is cruciaal om zaken te kunnen doen in socialistische volksrepublieken als Vietnam en China; dat heeft FrieslandCampina - dat al sinds de jaren 20 van de vorige eeuw actief is in Azië - wel geleerd.

Concurrerende zuivelbedrijven stampen in China en Vietnam momenteel megaboerderijen met soms wel meer dan 1.000 melkkoeien uit de grond. Dat biedt schaalvoordelen en bespaart transportkosten, omdat de melk vaak in een naastgelegen fabriek wordt verwerkt. FrieslandCampina doet daar echter niet aan mee, zegt Van den Berg. ,,Dat is niet in het belang van onze Nederlandse leden. Wij geloven in het economisch model van het familiebedrijf: de boer die zijn koeien nog kent.''

Niet geschikt voor melkproductie

De productie van bijna alles is in Azië goedkoper, maar dat geldt niet voor melk. De gemiddelde Vietnamese melkkoe levert maar een derde van de pakweg 30 liter melk die haar Nederlandse collega per dag produceert, terwijl de kosten voor voer er hoger zijn. Het tropische klimaat is eigenlijk helemaal niet geschikt voor melkproductie, erkent Van den Berg. ,,Een koe voelt zich het prettigst bij maximaal 20 graden. Bovendien ontbreekt hier het malse Nederlandse gras.'' Op het menu van de Vietnamese koe staat taaier olifantsgras, maïs en krachtvoer op basis van uit Zuid-Amerika geïmporteerde soja.

Niet bepaald duurzaam. Klopt, zegt Van den Berg. ,,Het zou efficiënter zijn om hier rijst en koffie te produceren en alle melk in Nederland.''

Daar staat volgens hem tegenover dat Vietnam niet kampt met een fosfaatoverschot. ,,De melkproductie bedraagt hier maar eendertigste van de Nederlandse, terwijl het land bijna acht keer zo groot is.''

Broeikaseffect

Voor de wereld zou het beter zijn als de Aziaten níet massaal aan de zuivel gaan. De methaan die koeien uitstoten is een belangrijke medeveroorzaker van het broeikaseffect. Zoveel melk als Nederlanders zullen de Aziaten echter nooit gaan consumeren, voorspelt Van den Berg. ,,Hier eet men noedelsoep als ontbijt. Daar passen geen melk en kaas bij. We promoten zuivel hier vooral als snack.'' Vandaar de combi-aanbieding bij de Vietnamese Coop: een pakje Dutch Lady en een rol Oreo-koekjes voor 21.000 dong (80 eurocent).

Dat Aziaten niet tegen melk kunnen, is volgens FrieslandCampina 'deels een fabeltje'. ,,Als je het niet gewend bent, krijg je van melk diarree. Maar als je van kinds af aan melk drinkt, bouw je lactosetolerantie op. Net zoals wij gewend kunnen raken aan pittig eten.''

Wij geloven in het economisch model van het familiebedrijf: de boer die zijn koeien nog kent

Arnoud van den Berg, directeur FrieslandCampina Vietnam