We zijn eerder in deze situatie geweest: toen Rusland in 2022 Oekraïne binnenviel joegen wereldwijde conflicten en spanningen een schokgolf door de energiemarkt. Maar waar bedrijven de klappen destijds nog redelijk goed opvingen, blijkt dat nu een stuk lastiger. Volgens Barbara Baarsma, hoofdeconoom bij PwC en medeauteur van een recent rapport over de doorwerking van de energiecrisis, zit daar een fundamentele verschuiving achter. „In 2022 ging de economie net weer open na de lockdowns en was er sprake van een enorme inhaalvraag. Bedrijven konden prijsstijgingen daardoor relatief makkelijk doorgeven. Die situatie is nu heel anders.”
Zeker in sectoren met dunne marges, zoals transport en logistiek, is het moeilijk om hoge brandstofkosten volledig door te berekenen
Barbara Baarsma PwC-hoofdeconoom
Minder ruimte voor prijsverhogingen
De verschillen met 2022 zijn groot, volgens Baarsma, die ook hoogleraar Toegepaste Economie is aan de Universiteit van Amsterdam. „Niet alleen is de vraag minder uitbundig, ook staat de rente hoger. Dat maakt consumenten en bedrijven gevoeliger voor prijsstijgingen. Ze stellen uitgaven sneller uit of kiezen voor goedkopere alternatieven.”
Daar komt bij dat de overheid minder steun verleent dan tijdens de vorige energiecrisis. „De combinatie van minder vraag, een hogere rente en minder overheidssteun maakt dat bedrijven veel minder ruimte hebben om kosten door te berekenen.” Dat zie je volgens haar in de praktijk al gebeuren, al zijn harde cijfers nog schaars. „Anekdotische verhalen van bedrijven leren dat afnemers sneller afhaken bij prijsverhogingen. Zeker in sectoren met dunne marges, zoals transport en logistiek, is het daardoor moeilijk om hoge brandstofkosten volledig door te berekenen.”
Lees ook: Stijgende dieselprijs rekent transportsector door aan mkb en consument: ‘Alles wordt duurder, het is een sneeuwbaleffect’
Flinterdunne marges bij transportbedrijven
Baarsma’s observatie sluit aan bij andere signalen uit de praktijk. OndernemersClaim (voorheen MKB-Claim) deed eerder deze maand een quickscan onder aangesloten ondernemers en concludeerde dat de stijgende dieselprijzen ondernemers in de transportsector steeds meer in de problemen brengen. Een grote meerderheid (75 procent) maakt zich zorgen over de continuïteit van het bedrijf en twee derde van de ondervraagden ziet zich genoodzaakt de tarieven van producten en diensten te verhogen. De gemiddelde stijging bedraagt 12 procent, met uitschieters boven de 20 procent.
Maar de overige ondernemers kunnen dat niet, zegt OndernemersClaim-directeur Stef Smit. Hij spreekt van flinterdunne marges bij transportbedrijven. „Als de dieselprijs stijgt, gaat dat direct van de marge af. En veel ondernemers zitten vast aan contracten of zijn bang voor klantverlies, waardoor ze die kosten niet zomaar kunnen doorgeven.”
Veel ondernemers zitten vast aan contracten of zijn bang voor klantverlies, waardoor ze de gestegen kosten niet zomaar kunnen doorgeven
Stef Smit Directeur OndernemersClaim
Juist internationale sectoren onder druk
Of bedrijven kosten kunnen doorberekenen, hangt volgens Baarsma sterk af van hun positie in de markt. „Bedrijven die lokaal of nationaal concurreren, zoals horeca, bouw en detailhandel, hadden in 2022 relatief veel ruimte om prijzen te verhogen door de sterke vraag. Internationaal concurrerende sectoren hadden die ruimte toen al minder, omdat zij direct concurreren met buitenlandse producenten die veelal lagere energiekosten hadden. Bovendien was de crisis van 2022 een Europese crisis waardoor bedrijven in de rest van de wereld niet met de gestegen energiekosten te maken hadden.”
En ook nu staan die internationale sectoren extra onder druk, al wijst Baarsma op een nuance. „De huidige energieschok is mondiaal. Voor bedrijven die wereldwijd concurreren kan dat betekenen dat prijsstijgingen iets makkelijker doorberekend worden, omdat concurrenten in bijvoorbeeld Azië met nóg hogere olieprijzen kampen.”
Lees ook: Steeds meer ondernemers in de knel: brandstofcrisis jaagt kosten op en klanten weg
Kwetsbaar voor energieschokken
Omdat bedrijven die de gestegen kosten doorrekenen te maken krijgen met vraaguitval, zijn ze kwetsbaar voor schokken in energieprijzen. Uit het PwC-rapport blijkt dat energie-intensieve sectoren te maken hebben met forse kostenstijgingen, die zelfs bij volledige doorberekening nog leiden tot een daling van de winstmarges. „In sectoren zoals de aardolie-industrie en basismetalen kan de marge zelfs bij volledige doorberekening met 1 tot 4 procentpunt dalen”, zegt Baarsma. „Als bedrijven maar een deel van de kosten kunnen doorberekenen, loopt dat verlies nog veel verder op. In sectoren met lage marges kan een beperkte doorberekening er zelfs toe leiden dat winsten omslaan in verliezen, met name in de aardolie-, basismetaal- en chemiesector.”
Keten schuift rekening door
De energiecrisis werkt bovendien door in de hele keten. Hogere energiekosten leiden niet alleen tot duurdere productie, maar ook tot hogere kosten voor transport en grondstoffen. Op termijn wordt die rekening ergens neergelegd, aldus Smit. „Staal, glas en aluminium – dat zijn allemaal energie-intensieve producten. Die prijsstijgingen worden vroeg of laat doorgerekend aan afnemers. Uiteindelijk komt de rekening vaak bij de consument terecht.”
Maar dat proces verloopt volgens hem niet soepel. „Niet iedereen kan dat op hetzelfde moment of in dezelfde mate doen. Het hangt af van je contracten en je positie ten opzichte van je klant.”
Contracten en macht in de keten
Vooral langlopende contracten blijken een knelpunt. „Transportbedrijven die voor grote opdrachtgevers rijden, zitten vaak vast aan meerjarige contracten”, zegt Smit. „Die kun je niet zomaar openbreken. Daardoor komt de stijging direct uit de marge. Daarnaast speelt machtsverhouding een rol. Als je afhankelijk bent van één grote klant, kun je niet zomaar zeggen dat je de prijs verhoogt. Dan loop je het risico dat ze naar een ander gaan.”
Volgens Baarsma is dat een essentieel onderdeel van het probleem. „De mate waarin je kosten kunt doorberekenen, hangt samen met je marktmacht en de mate van concurrentie. Bedrijven met weinig pricing power zien hun marges het snelst onder druk komen te staan.”
Verdienmodel onder druk
De gevolgen gaan verder dan alleen een lagere winst, waarschuwt Baarsma. „Als marges onder druk staan, komt ook de investeringsruimte in gevaar. Dat kan weer effect hebben op innovatie en groei.” Daarmee raakt de energiecrisis aan de kern van het verdienmodel. „Bedrijven zullen moeten nadenken over hoe ze minder afhankelijk worden van volatiele energieprijzen. Dat kan bijvoorbeeld door te verduurzamen of door andere keuzes te maken in de inkoop van energie.”
PwC adviseert bedrijven om hun energieblootstelling beter in kaart te brengen. „Je moet weten wat de impact is op je kostprijs, marge en investeringsruimte. Van daaruit kun je gerichter sturen.”
Strategische keuzes noodzakelijk
Volgens het PwC Energy Price Impact Model (EPIM)-rapport zijn er verschillende manieren waarop bedrijven zich beter kunnen voorbereiden op de volgende schok.
Breng in kaart hoeveel fossiele grondstoffen je gebruikt en waar die vandaan komen.
Beperk prijsschommelingen met een doordachte inkoopstrategie.
Organiseer flexibiliteit in productie en energieverbruik.
Investeer in reductie van energieafhankelijkheid op (middel)lange termijn.
Versterk keten- en locatiekeuzes.
Kijk ook naar overige kostenbesparingsopties, vooral als je gestegen energiekosten moeilijk kunt reduceren/doorgeven.
Reken kostenstijgingen alleen door wanneer dit leidt tot winstverbetering.
Reken niet op steun, maar neem zelf maatregelen.
Neem beslissingen op basis van meerdere scenario's.
Dat die oplossingen niet altijd eenvoudig te realiseren zijn, erkent Baarsma onmiddellijk. „In Nederland loopt de energietransitie tegen praktische grenzen aan, zoals de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet. Dat bemoeilijkt elektrificatie, maar er zijn meer opties om weerbaar te worden voor een volgende energiecrisis.”
Zorg dat je verdienmodel bestand is tegen schommelingen. Dat is de realiteit waar ondernemers zich op moeten voorbereiden
Barbara Baarsma PwC-hoofdeconoom
Geen tijdelijke piek
Afwachten tot de situatie weer normaliseert is volgens Baarsma riskant voor ondernemers. „We weten niet hoelang deze crisis duurt, maar door geopolitieke spanningen is het verstandig om rekening te houden met toekomstige energiecrises. Dit is geen eenmalige schok.”
Ook Smit betwijfelt of prijzen snel weer dalen. „Je ziet vaak dat prijzen snel stijgen, maar veel langzamer weer dalen. Dat merk je bijvoorbeeld aan de pomp. De vraag is of het ooit weer echt teruggaat naar het oude niveau.”
Op naar een nieuwe realiteit
De conclusie is duidelijk: ondernemers kunnen er niet meer van uitgaan dat kostenstijgingen eenvoudig kunnen worden doorberekend. Het speelveld is veranderd. Bedrijven die zich na 2022 al hebben voorbereid – bijvoorbeeld door te elektrificeren of flexibiliteit in te bouwen – staan er nu beter voor, ziet Baarsma. „Maar voor velen geldt dat ze hun strategie nu echt moeten herzien.”
Dat vraagt om een andere manier van denken over prijzen en marges. Niet als tijdelijke uitdaging, maar als structureel onderdeel van ondernemen in een volatiele wereld. Of, zoals Baarsma het samenvat: „Ga er niet van uit dat je kosten altijd kunt doorberekenen. Zorg dat je verdienmodel bestand is tegen schommelingen. Dat is de realiteit waar ondernemers zich op moeten voorbereiden.”