Blog

Maximaal 32 uur werken of minimaal 60? ‘De vraag is niet óf je hard werkt, maar waar je uren naartoe gaan’

Harry Nijland coacht leidinggevenden en medewerkers naar meer werkgeluk. Foto: eigen beeld
Harry Nijland coacht leidinggevenden en medewerkers naar meer werkgeluk. Foto: eigen beeldHarry Nijland coacht leidinggevenden en medewerkers naar meer werkgeluk. Foto: eigen beeld
Leestijd 5 minuten
Over de expert:
harry nijland
Harry Nijland
Werkgelukscoach
Lees verder onder de advertentie

De Ruiter gebruikte de term VOC-mentaliteit. En juist die woorden bleven na de uitzending hangen, niet alleen bij mij. Zijn boodschap werd al snel vertaald naar: we moeten terug naar vroeger, harder werken en zestig uur per week maken. Maar volgens mij doet dat zijn punt tekort. Zoals ik De Ruiter begreep, ging zijn betoog niet zozeer over de vraag of iedereen voortaan zestig uur moet werken. Hij legde vooral een verband tussen ambitie, inzet en de economische consequenties van de keuzes die je maakt.

Als jij bereid bent hard te werken, veel uren te maken, risico te nemen en tijdelijk meer van jezelf te vragen, creëer je mogelijk een andere financiële uitgangspositie dan wanneer je heel bewust kiest voor maximaal 32 uur en een vierdaagse werkweek.

Beide keuzes zijn legitiem. Maar ze hebben mogelijk ook verschillende uitkomsten.

Meer uren, betere prestaties?

Daar hoort volgens De Ruiter nog iets bij: je kunt niet aan de ene kant structureel minder willen werken en tegelijkertijd verwachten dat inkomen, welvaart en uitgavenpatroon vanzelf op hetzelfde niveau blijven. Dat is een belangrijkere nuance dan de discussie over die zestig uur doet vermoeden.

Laura Bas zette daar een totaal ander geluid tegenover. Waarom zouden we in 2026 nog steeds doen alsof méér uren automatisch tot betere prestaties leiden? We beschikken over technologie, automatisering en inmiddels AI. Bovendien weten we al decennialang dat productiviteit niet één op één samenhangt met het aantal uren dat iemand aan zijn bureau zit.

En ook daarin zit natuurlijk een punt. Dus terwijl ik naar de discussie luisterde, dacht ik ook: volgens mij voeren we gewoon de verkeerde discussie.

Waarom zijn die 60 uur nodig?

Het gaat niet om 32 of 60 uur. Want de interessante vraag is niet of een ondernemer 30, 40 of 60 uur per week zou moeten werken. De veel interessantere vraag aan De Ruiter is: waarom zijn die 60 uur nodig?

Ik geloof niet in het verheerlijken van een zestigurige werkweek. Als je structureel zestig uur nodig hebt om je bedrijf draaiende te houden, zou ik daar als ondernemer niet trots op zijn. Dan zou ik me eerder zorgen maken. Maar ik geloof óók niet dat minder werken automatisch een teken van vooruitgang is. Er zijn fases in het ondernemerschap, en ook als werknemer, waarin je simpelweg heel veel uren maakt. Bij de start van een bedrijf. Tijdens een groot en belangrijk project. Tijdens een overname. Bij snelle groei. Als het even tegenzit. Of omdat je ergens zo ontzettend in gelooft dat je er tijdelijk alles voor over hebt. Daar is niets mis mee.

Sterker nog: die bereidheid om tijdelijk harder te lopen, risico te nemen en meer uren te investeren, kan precies het verschil maken tussen een ambitie hebben en die ambitie daadwerkelijk realiseren. Het wordt pas interessant als die zestig uur structureel worden. Want waar besteed je al die uren eigenlijk aan? Ben je als ondernemer zestig uur bezig met het bouwen van je bedrijf? Of ben je zestig uur bezig om zelf het bedrijf te zijn? Dat verschil vind ik veel interessanter dan de discussie over een vier-, vijf- of zesdaagse werkweek.

Lees verder onder de advertentie

De ondernemer zelf als bottleneck

Ik kom ondernemers tegen met twintig, dertig of vijftig medewerkers die nog steeds bij iedere belangrijke offerte, klantvraag of uitzondering betrokken worden. Niet omdat hun mensen dat niet aankunnen, maar omdat de organisatie heeft geleerd dat de ondernemer uiteindelijk toch beslist. Je bedrijf groeit, maar jouw vrijheid neemt af. Je neemt mensen aan om werk uit handen te geven, maar krijgt er vooral meer vragen bij. Dan is het probleem niet dat je zestig uur werkt.

Het probleem is dat je bedrijf zestig uur van jou nodig heeft.

En daar raken de twee kanten van de discussie elkaar. De Ruiter heeft een punt: ambitie heeft consequenties, en wie meer wil bereiken zal daar soms meer voor moeten doen. Bas heeft ook een punt: meer uren betekenen niet automatisch meer resultaat. Je kunt zestig uur druk zijn en toch nauwelijks aan je onderneming bouwen, maar vooral aan het blussen van brandjes. Hoe beter jij wordt in het oplossen van problemen, hoe minder de organisatie leert om dat zelf te doen. Zo train je een bedrijf om op jou te wachten.

De vraag is dus niet óf je hard werkt, maar waar die uren naartoe gaan: bouw je aan je bedrijf of houd jij het draaiende?

Hoeveel minder heeft je bedrijf jou nodig?

Misschien meten we ondernemerschap verkeerd. We kijken naar omzet, winst en groei. Ik zou daar één meetpunt aan toevoegen: hoeveel minder heeft je bedrijf jou nodig dan een jaar geleden? Wat gebeurt er als jij morgen drie maanden verdwijnt, zonder telefoontjes, zonder ‘bel me maar als het echt belangrijk is’? Alles wat daarbij omvalt, is geen bewijs van jouw belang, maar je ontwikkelagenda voor de komende twaalf maanden.

Vrijheid ontstaat niet door minder uren te werken, maar door een bedrijf te bouwen dat steeds minder afhankelijk wordt van de uren die jij erin stopt. Niet harder werken. Niet per se minder werken. Maar slimmer bouwen.

Misschien moeten we vooral wat beter naar elkaar luisteren

De discussie tussen generaties gaat al snel over wie er gelijk heeft. De ene generatie groeide op met hard werken, niet zeuren, carrière maken en eerst presteren. Een andere generatie kijkt nadrukkelijker naar balans, zingeving, autonomie en de plek die werk überhaupt in het leven inneemt. Maar waarom zou het ene beter zijn dan het andere? We hebben juist iets aan elkaar als we proberen te begrijpen waarom iemand anders naar werk en ondernemerschap kijkt zoals hij of zij dat doet.

Niet: ‘Jullie willen niet meer werken.’ En ook niet: ‘Jullie generatie heeft haar hele leven alleen maar gewerkt.’

Maar: wat vind jij belangrijk, waar komt dat vandaan en wat kunnen we daarvan leren? En precies daarom vond ik de dialoog tussen Leslie de Ruiter en Laura Bas uiteindelijk erg waardevol.

Ze waren het bepaald niet overal over eens. Dat hoeft ook niet. Er was wél ruimte om verschillende perspectieven naast elkaar te leggen en naar elkaar te luisteren.

Dat is de eerste winst.

Lees verder onder de advertentie

Delen: