Blog Maatregelen

Jan Meerman (INretail): 'Winkel verdient zelfde aanpak als basisschool'

Het is hoog tijd om te kijken wat kán in plaats van wat níet kan. INretail-voorzitter Jan Meerman snakt in zijn tweewekelijkse blog naar het veelgevraagde perspectief en biedt ideeën aan om daarvoor te zorgen.

Van onze redactie 30 januari 2021

Een lege winkelstraat in Gorinchem. Kopen op afspraak en gedeeltelijke heropening moet bespreekbaar worden, stelt Jan Meerman. Foto: ANP.

'Dat je vanuit allerlei andere overwegingen dan gevaar voor besmetting kijkt naar de noodzaak van heropening van de basisscholen, dat snap ik helemaal. Maar zo zou er ook moeten worden gekeken naar heropening van de winkels. Ik heb het al vaak gezegd: het is tijd om te kijken wat er wel kan, in plaats van wat er niet kan. Je bent het als overheid nu aan je stand verplicht.

'Een afspraak met een meubelzaak om een bank uit te kiezen, wat is daar nou eng aan?

Winkels gedeeltelijk open

Een paar voorbeelden. Kopen op afspraak is zo logisch! Waarom kan een klant die een spijkerbroek wil kopen niet geholpen worden tussen 3 en 4 uur ‘s middags, met de deur op slot? Een afspraak met een meubelzaak om een bank uit te kiezen, wat is daar nou eng aan? Er is vanuit veiligheid geen goed argument meer om dat te verbieden. Wij denken daarnaast ook dat je winkels gedeeltelijk open kunt laten gaan. Is het te druk op zaterdagmiddag? Dan zijn de winkels op dat moment dicht, maar op dinsdag en woensdagochtend zijn ze wel open.

Nu al vijf klanten bij de slager en de bakker

Er moet ook duidelijkheid komen over het maximaal aantal klanten in de winkel. Dat is nu één klant per tien vierkante meter, dat kan misschien ook wel naar twintig vierkante meter per klant. Als je een winkel hebt van 100 vierkante meter, dan kunnen er dus vijf klanten naar binnen. Dat is helemaal niet raar, het gebeurt nu dagelijks bij de slager en de bakker. En ja, dan zijn er ook nog winkels zoals de Bijenkorf, dat is ongeveer vijf procent van alle winkels. Daarvoor kun je aparte, veilige regelingen treffen, bijvoorbeeld met verplichte looproutes.

Lees ook: Dit is de mogelijke lockdown-route van het kabinet

Perspectief lost ook vervelende dingen op

Als we ondernemers bij dit soort oplossingen betrekken, krijgen we er draagvlak voor. Geef de maatschappij weer perspectief! Het ontbreken daarvan is ook een reden dat er nu op straat ongewenste dingen gebeuren, dat er onrust is. Ik ben geen psycholoog, maar er moet weer iets in het vooruitzicht zijn. Perspectief gaat veel vervelende dingen oplossen. Ik sprak een ondernemer die zei: ‘Dagelijks van 10 tot 12 open? Ik vind het een belachelijke regel, maar ik zou wel blij zijn.’

'Ik verwacht dat perspectief volgende week op de politieke agenda staat'

Vier groepen missen nog steun

Ik verwacht dat perspectief volgende week op de politieke agenda staat en dat we daar in de tweede helft van februari iets van gaan merken. En daarbij nemen wij ook de onlangs aangekondigde nieuwe steunpakketten weer mee. Want er is veel positiefs gemeld voor veel ondernemers, maar er vallen nog steeds ondernemers tussen de wal en het schip. Ik zie vier verschillende groepen.

1. Starters pas in mei aan de beurt

Als eerste de starters. Goed dat er nu ook voor hen steun komt, maar dat gebeurt pas in mei! Dat kan niet. Je kunt nu niet zeggen dat je iets doet en daarna dat het nog vier maanden duurt. En het moet geen boekhoudkundige regel worden. Er is nu gezegd dat alleen starters die begonnen tussen 1 januari en 1 juli 2020 voor steun in aanmerking komen. Wie dat bedacht heeft, ik weet het niet. Het moet een tegemoetkoming zijn voor alle starters die begonnen zijn in 2020, of misschien zelfs ook wel 2019. Wat hebben zij tot nu toe werkelijk kunnen presteren?

Lees ook: Meerman (INretail): ‘Kabinet was al om: nu meer maatwerk en perspectief’

2. Groeibedrijven gestraft voor durf

De tweede groep zijn groeibedrijven. Bij deze ondernemers wordt innovatie en groei min of meer gestraft. Stel, je had begin 2020 tien winkels en je hebt in dat jaar twee nieuwe winkels geopend. Dan is je omzet met 20 procent gegroeid. Je moet 30 procent omzetverlies hebben om in aanmerking te komen voor steun. Maar zo’n groeibedrijf moet dan 50 procent omzetverlies hebben. Wij zeggen: oud op oud, wat hebben die tien bestaande winkels aan omzet verloren? Anders geef je ondernemers als het ware een trap na voor hun durf om te ondernemen.

3. Maximum is te weinig voor grote ketens

Groep 3 zijn grote ketens. De steunmaatregelen hebben een maximum: voor de tegemoetkoming vaste lasten is dat 330.000 euro per kwartaal. Grote ketens zijn blij met elke euro, maar het is geen oplossing voor ze als ze tientalen winkels hebben. We lopen hier tegen Europese regelgeving aan, maar dan moeten we iets nieuws bedenken, iets aparts. Zodat er ook voor hen dan weer perspectief is.

4. Individuele beoordeling twijfelgevallen

En tot slot bedrijven die net niet genoeg omzetverlies hebben. Dat zijn vaak bedrijven die online nog zoveel mogelijk hebben weggezet, maar wel tegen zulke grote kortingen dat ze toch omzetverliezen van bijvoorbeeld 22 of 24 procent hebben. Ik snap dat je een grens moet trekken, maar voor deze gevallen zou ik graag een commissie van wijzen mensen willen zien die individuele gevallen beoordeelt.

Pas als ook aan deze zaken aandacht wordt besteed is er werkelijk sprake van perspectief.'

Alles over, voor én door ondernemers in je mailbox.

Ontvang twee keer per week onze nieuwsbrief met inspirerende ondernemersverhalen en informatieve artikelen.