Het elektriciteitsnet in de Flevopolder, Gelderland en Utrecht heeft ondanks maatregelen zijn grenzen bereikt. Daarom waarschuwde netbeheerder TenneT afgelopen donderdag voor een aansluitstop voor onder andere kleine ondernemers. De reden? Piekdrukte, vooral tussen 16.00 en 21.00 uur. Dan gebruiken huishoudens veel stroom voor koken en apparaten, terwijl ook bedrijven vaak nog draaien of laadmomenten hebben. De laatste jaren is daar extra belasting bij gekomen door nieuwe toepassingen, zoals warmtepompen en het opladen van elektrische auto’s.
Sinds 2022 is er in grote delen van Nederland al sprake van een overvol stroomnet, maar dat trof tot nu toe vooral grootverbruikers, zoals grote industriële bedrijven en grote kantoren. Kleinverbruikers, zoals horecazaken of winkels, hadden een uitzonderingspositie en kregen voorrang op de wachtlijst voor nieuwe aansluitingen op het stroomnet.
Die uitzonderingspositie verdween per 1 januari 2026, vertelt Lucas van Cappellen, onderzoeker bij onderzoeks- en adviesbureau CE Delft. „Kleine ondernemers staan nu op dezelfde wachtlijst als grootverbruikers. Alleen organisaties met een maatschappelijke functie, zoals defensie en zorg, behouden hun prioriteit. Dat betekent dat ook een bakkerij, kapsalon of transportbedrijf zonder grote aansluiting straks kan vastlopen wanneer uitbreiding of nieuwbouw gewenst is.’’
Lees ook: Wachtlijst door overvol stroomnet langer en langer: duizenden bedrijven erbij
Waarom juist Utrecht, Gelderland en Flevoland?
Het gaat nu over Utrecht, Gelderland en Flevoland, maar is de situatie in de rest van het land anders? „De vraag naar elektriciteit groeit in deze drie provincies sneller dan wij het net kunnen uitbreiden. Zonder ingrijpen stijgt de kans op grootschalige storingen aanzienlijk. Landelijk werken maatregelen zoals ‘piekmijden’ en lokaal stroom delen om wachtrijen te verkorten. In Flevoland, Gelderland en Utrecht zijn die stappen nu vooral bedoeld om de overbelasting te verminderen. Nieuwe aansluitingen worden pas verstrekt als die gevaarlijke druk van het net is gehaald”, verduidelijkt de woordvoerder van TenneT.
Heel veel winst is te behalen door slim om te gaan met de stroomcapaciteit die je al hebt
Lucas van Cappellen CE Delft
Krijgen ondernemers nu van de ene op de andere dag geen stroom meer? Nee, maar volgens TenneT is dit wel een waarschuwing. „Als er niet snel krachtige maatregelen worden genomen, ontkomen we er niet aan om nieuwe aanvragen voor aansluitingen of verzwaringen af te wijzen.” Voor ondernemers die al een contract en een bestaande aansluiting hebben, verandert er voorlopig niets.
Wat ondernemers zelf kunnen doen
Hoewel nieuwe of zwaardere aansluitingen zich mogelijk jarenlang laten wachten, betekent dit niet dat bedrijven met een bestaande aansluiting met hun handen in het haar hoeven te zitten. Van Cappellen zegt: „Heel veel winst is te behalen door slim om te gaan met de stroomcapaciteit die je al hebt. Dat begint bij inzicht in je verbruik: wanneer verbruik je het meest en welke processen kosten de meeste energie?”
Als hulpmiddel voor ondernemers noemt hij de congestieoplossingsladder, een stapsgewijze aanpak die zij direct zelf kunnen toepassen als zij niet weten waar ze moeten beginnen.
- 1
Slimme energiesturing: analyseer je verbruik en stuur apparaten en processen zo dat pieken worden vermeden.
- 2
Flexibele contracten: maak met de netbeheerder afspraken om extra vermogen alleen buiten piekuren te gebruiken.
- 3
Batterijopslag: investeer hier pas in als slimme sturing en flexibele contracten onvoldoende ruimte geven.
- 4
Aggregaat: het laatste redmiddel vanwege de milieu-impact en hoge kosten.
„We zien dat veel ondernemers direct naar een aggregaat grijpen, maar dat levert meer uitstoot en relatief hoge kosten op”, verduidelijkt Van Cappellen. „Begin met sturing en flexibiliteit. Daar is ook subsidie voor, die bedoeld is om te analyseren waar je piekverbruik zit en welke investeringen zinvol zijn.’’
Stoplichtsysteem
Kees Jan T Mannetje, expert elektrificatie en netcongestie bij energiesystemenbedrijf ABB, illustreert hoe laagdrempelige aanpassingen al effect hebben: „Bij een bakker hebben we een stoplichtsysteem geïnstalleerd dat aangeeft wanneer hij dicht tegen zijn maximale vermogen zit. Groen betekent dat hij minder dan 80 procent gebruikt, oranje dat hij tussen 80 en 90 procent zit. Bij oranje kijkt hij kritisch welke oven hij aanzet — een grote die twee uur nodig heeft, of een kleine die met croissants in tien minuten klaar is. Het kost een paar honderd euro, maar geeft direct grip op het verbruik.’’
Ook pleit T Mannetje ervoor om energiebesparing niet alleen als wettelijke verplichting of noodzakelijk kwaad te zien, maar als kans om kosten structureel te verlagen. Volgens hem zit er een groot besparingspotentieel in elektromotoren, die apparatuur zoals ventilatoren, koelinstallaties en diverse pompen aandrijven. „In Nederland gebruiken we nog veel oudere modellen die veel stroom gebruiken’’, zegt hij. Door deze te vervangen met een moderne variant kan een bedrijf vaak 10 tot 30 procent elektriciteit besparen.
De woordvoerder van TenneT benadrukt dat gedragsaanpassing vaak de snelste winst oplevert: „Elektrische heftrucks hoeven vaak niet direct na werktijd aan de lader, maar kunnen met een tijdklok bijvoorbeeld pas om 23.00 uur worden opgeladen. Zo help je de piekdrukte te verlagen.’’
Lees ook: Talloze bedrijven in de rij door overvol stroomnet: zijn batterijparken dé oplossing?
Grotere maatregelen en keuzes
Naast wat ondernemers zelf kunnen doen, pleit TenneT onder andere voor een discussie over het accepteren van meer risico door het zwaarder belasten van het net. „De vraag is of we in Nederland meer stroomuitval willen accepteren, als dat betekent dat nieuwbouw en bedrijfsuitbreidingen kunnen doorgaan. Maar dat zijn maatschappelijke afwegingen die wij niet alleen kunnen maken. Daar is politiek draagvlak voor nodig’’, zegt de woordvoerder.
Op korte termijn denkt TenneT ook aan het uitbreiden van piekreductie via publieke infrastructuur: „Het is een optie om op drukke momenten laadpalen uit te zetten of langzamer te laten werken. Dat gebeurt al op sommige plekken, maar kan flink worden uitgebreid.’’ Van Cappellen vult aan: „Bedrijven kunnen dit ook op hun eigen terrein toepassen. Het is vaak sneller en goedkoper dan investeren in grote batterijen.’’