Nieuws Marketing

Van knutselaar tot miljoenenbedrijf in schoenen

Vanuit een souterrain, met hulp van wijn en krakers, bouwde Fred de la Bretonière een miljoenenbedrijf. Maar de echte klapper voor de tassenmaker moet nog komen. Onder de vleugels van een nieuwe eigenaar. "Ik kan veel. Maar mijn merk in waarde verdubbelen, is te hoog gegrepen."

De Ondernemer 19 maart 2016

Fred de la Bretoniere 1065

Als jongetje knipt hij de tenen van z’n schoenen. Dat zijn klasgenoten hem daarom uitlachen, interesseert hem niet. ”Ik ga het niet uitleggen. Het is gewoon mooi. Zie je dat dan niet?!” Toen was hij zeven.

Nu is hij 71 en nog even eigenzinnig als een groothandelaar z’n schoenen niet ziet zitten. Fred de la Bretonière voegt zich niet naar de norm. “Je gaat er gewoon mee door. En uiteindelijk wordt het wel geaccepteerd.”

Dat laatste blijkt een understatement: dat eigenzinnige stijltje is gewild. De drie vrouwen achter investeringsmaatschappij Karmijn Kapitaal hebben drie jaar gelobbyd om vorig jaar het merk Fred de la Bretonière te kopen. Ze hebben er handgeschreven brieven voor gestuurd, en uiteindelijk meermaals de bruto jaarwinst voor neergeteld. De omzet van het bedrijf bedraagt tussen 20 en 30 miljoen euro per jaar.

Wat maakt het merk Fred de la Bretonière zo aantrekkelijk dat u het voor een riant bedrag kon doorverkopen?"Ik heb ambitie. Ik maak dingen daar ga ik mee de hort op. Naar de Bijenkorf. Naar Frank Govers. Die kochten allemaal polsbandjes, riemen. En ik maakte dat in een atelier in de Spuistraat. Ik was heel lang de enige die zo bezig was. Ik heb een bepaald stijltje."

Is het dat stijltje dat u zo groot heeft gemaakt?"Ze zeggen weleens: 'Jouw stijl is gewoon Hermes, alleen je bent nog niet zover.' Wereldwijd is Hermes top luxe segment. Dat bereik ik niet. Maar dat wil ik eigenlijk wel."

(Tekst gaat verder onder foto)

De loopbaan van Fred de la Bretonière is een grillige. Zijn vader werkt als hoofdingenieur bij kunstvezelconcern Aku-Akzo, de voorloper van AkzoNobel. In de voetsporen en op aandringen van pa begint Fred aan de HBS, maar verruilt de technische opleiding snel voor de kunstacademie in Den Haag. Ook die opleiding maakt niet af. In plaats van te studeren, zwerft hij door Australië, gaat hij in militaire dienst, en maakt als kunstenaar in Groningen objecten van golfkarton en tuinslangen met aeen aluminium frame eromheen. Met weinig succes.

Het verhaal van de schoenmaker begint als hij een kamer krijgt bij een klokkenmaker in Amsterdam. Daar, op zolder, vindt hij een doos met oude horlogebandjes die hij vermaakt tot armbandjes en verkoopt op het Waterlooplein. "Toen ben ik in de stad gaan kijken wat er aan tassen en riemen was. Dat was alleen plastic. Helemaal niet het Indonesische leer dat ik in mijn hoofd had. Dus dat ben ik gaan maken." De armbandjes worden riemen, de riemen tassen, en uiteindelijk maakt hij ook schoenen. Als leverancier aan groothandels gaat het hem voor de wind.

Tot 1981. Als de vraag groter wordt, besteedt hij de productie uit, maar houdt - zegt hij zelf - geen controle op de kwaliteit. Klachten stromen binnen en uiteindelijk wordt surseance aangevraagd. "Ik ben eigenlijk niet zo'n zakenman", zegt hij daar zelf over. De oplossing komt van schoenenproducent Estral. Die neemt hem over en op royalty basis ontwerpt Fred voor hen. In die tijd worden zeven Fred de la Bretonière winkels geopend. In 2006 koopt hij zijn bedrijf terug. En nu, sinds een jaar, is Fred de la Bretonière in handen van drie vrouwen van investeringsmaatschappij Karmijn Kapitaal.

Karmijn Kapitaal heeft als doel om binnen vier jaar de waarde van het merk te verdubbelen. Had u dat niet zelf willen doen?"Dat kan ik niet. Ik kan heel veel. En ik heb het ook ver gebracht. Maar die overname is eigenlijk al tweeënhalf, drie jaar geleden begonnen. Toen was het zware crisis. Toen kreeg je dat vliegtuigongeluk, en oorlog, en al dat gesodemieter. En toen dacht ik: het kan nog best weleens een tijdje heel slecht gaan. En ik kreeg een fantastisch bod."

Is de overname uit nood geboren? U wordt ouder. Uw kinderen willen de zaak niet overnemen. Nu verkoopt u uw levenswerk aan een investeerder."Jaaa, nee, ja, ja, ja. Maar juist aan een investeerder. Als ik het aan een schoenenman verkoop dan blijft er niks van Fred over. Dan staat de naam er wel op maar heb ik niks te zeggen. De dames van de huidige eigenaar Karmijn Kapitaal zijn zelf dol op het product. Dat scheelt natuurlijk wel."

Hoe heeft u gewaarborgd dat het karakter van het bedrijf behouden blijft?"Al twintig jaar geleden konden vrienden in de modewereld hun bedrijf niet verkopen op 60, 70ste, omdat het te veel aan hen verbonden was. Dus dan sluit je je zaak en moet je in tussentijd genoeg geld hebben gespaard om 85 te worden. Toen dacht ik: ik begin met een studio. Ik deed eerst alles zelf. Maar ik begin een studio met mensen er in die voor mij gaan ontwerpen. Zodat ik het over een jaar of tien, vijftien ook kán verkopen, als ik het wíl verkopen. Ik heb dit neergezet, met een bepaalde winstmarge, en ze hebben mij niet meer nodig, want als ze mij nodig hebben, ja, dan wil niemand dat hebben natuurlijk.”

U heeft die designers opgeleid om uw handschrift te waarborgen."Ja, dat was slim."

Niet iedereen krijgt het voor elkaar om van leren bandjes op zolder – gevonden notabene - een miljoenenbedrijf te maken en te verkopen."Dat gaat naar terug in mijn jeugd. Ik kreeg bijvoorbeeld een cadeau op mijn verjaardag van mijn ouders. Ik was een jaar of vijf. En ik vond het verschrikkelijk. Want ik vond dat cadeau niet mooi, er was geld uitgegeven, en ik moest nog 'dankjewel' zeggen ook. Dat wilde ik helemaal niet. Het was zomaar een leuk dingetje kopen, omdat je iets móet kopen, wánt hij is jarig.”

"Ik houd van kwaliteit. Ik zag die doos met bandjes staan en als je zei 'leer' dacht ik gelijk aan zadeltassen en riemen. Dát leer. Toen ben ik gaan kijken door de stad heen wat eraan tassen en riemen was. Ja, dat was alleen plastic. Helemaal niet dat soort zadeltassen wat ik in mijn hoofd had. Dus dat ben ik gewoon gaan maken. Ik ben gewoon naar een looierij gegaan."

Hoe heeft u de waarde van leer naar Nederland gebracht? "Kleding vond ik altijd al belangrijk. Dat was al anders. Toen ik in Nederland kwam op zevenjarige leeftijd, was ik al heel anders op school. Daar moest ik heel erg aan wennen. Ik had een eigen stijltje. Ik had bijvoorbeeld de goedkoopste gympies en dan de teen eraf. Dat vond ik wel leuk.”

Wat zegt u?"De teen eraf. Als je grotere voeten krijgt en je schoenen zijn te klein, knip je de teen eraf. Dat is juist leuk."

Hahaha."Dat is apart. Als je in Nederland té apart bent word je gepest."

U werd gepest?"Nee ik werd niet gepest. Ja ze probeerden me wel te pesten. Maar goed…"

Je krijgt er wel opmerkingen over als je je tenen van je schoenen knipt."Ja, maar dan zei ik gewoon dat dat mooi was. Een van mijn eerste vriendinnetjes liet ik ook mijn spijkerbroek aantrekken. Dat vond ik gewoon heftig. Dat was de 501."

Levi’s."Levi’s. Die was 25 gulden. Terwijl een normale spijkerbroek 12,50 was en een luxe broek was ook 25 gulden. Dus mijn ouders zeiden: 'Dat kan toch niet, dat je net zo veel betaalt voor een spijkerbroek als voor een pantalon. Maar dat vond ik gelijk heftig. Ik moet de echte hebben. En anders niks. Maar dat kon je niet gelijk in Nederland kopen. Dus ik liet die meiden mijn broeken dragen. Dat vond ik zo supersexy, maar dat was heel raar in die tijd. Ik was 15, 1959. Maar je gaat er gewoon mee door. En uiteindelijk wordt het wel geaccepteerd. Maar je bent een voorloper. En het interesseert je geen donder. Ik ga het niet uitleggen. Het is gewoon mooi. Dat zie je toch wel? En als je het niet ziet dan sodemieter je maar op.”

Lastig, kritiek."Daar kan ik niet tegen nee. Nee want kritiek, nee. De eerste dingen die je maakt zijn zo mooi en zo puur. En dan moet je voor de commercie steeds variaties maken. Maar na vijf jaar kom je weer terug bij het eerste ontwerp, want dat is gewoon het mooiste.”

En wie dat niet vindt, mag opsodemieteren van u."Ja, niet zo grof maar daar komt het wel op neer. Ik wíl niet verkopen. Dit ding staat er, dat heb ik gemaakt. En je moet zeggen: 'Oh wat is dat mooi.'"

Wat was er van u terechtgekomen als mensen uw producten niet mooi hadden gevonden?"Nee dat bestaat niet, want je houdt altijd een clubje over. Ik hoef niet groot te worden."

U bént heel groot geworden.“Ja, ik heb geluk gehad.”

Is het geluk?“Nou, ik denk het wel ja…… ja. Maar je kunt ook zeggen; 'als in Nederland duizend mensen mij leuk vinden, van de zeventien miljoen. Dan is dat ook prima'. Toch?”

Naam: Frederik Cornelis de la Bretonière (“Daar was ik als kind al kwaad om. In de familie De la Bretonière hadden ze allemaal mooie Franse namen: Dorothea, Hortence, Emile. En mij noemden ze Freddie.”)Geboortedatum: 23-12-1944, AmsterdamOpleiding: HBS, Kunstacademie (Den Haag), beide niet afgemaaktBedrijf: Fred de la BretonièreSinds: 1969Functie: Ontwerper