Nieuws Marketing

Kapper Nico heeft het 'echt moeilijk' met zijn afscheid

Eigenlijk vindt kapper Nico Hoepelman het mooi geweest. Maar eigenlijk ook weer niet. Afscheid nemen van haren blijkt moeilijk te zijn, schrijft het Brabants Dagblad.

Jos van de Ven | Foto: Roy Lazet 31 augustus 2016

Kappert 1

Nico Hoepelman moest voor het interview toch in de kapsalon van zoon Marco zijn. Hij was aan de vroege kant, dus pakt hij de schaar en knipt een klant. Tussendoor komen mensen de 69-jarige kapper een hand geven. Een knuffel en een enkel cadeautje. Hoepelman stopt ermee. "Pas op, ík stop er mee. Niet de zaken van Hoepelman."

De geboren Tilburger is een man met bravoure, met de babbel van een Bosschenaar. Nooit om een woordje verlegen. En dus ook het kleine hartje. Bij elke hand die hij schudt glimmen de ogen en zegt hij recht uit het hart: "Ik vind het erg, heb het er moeilijk mee. Echt moeilijk mee."

In elke haar die Nico Hoepelman vanaf zijn veertiende bij elkaar heeft geveegd, zit zijn leven: dat van een kapper in hart en nieren. Prijswinnend in binnen- en buitenland, opleider van zijn eigen personeel. Eén, twee, vier, acht salons had hij in Den Bosch. De naam prijkt er nog steeds boven, maar veel salons zijn overgenomen door de bedrijfsleider. De vader van Nico Hoepelman was kapper in Tilburg. De zoon toog naar Den Bosch omdat hij niet in dezelfde stal en stad wilde zitten. Nico Hoepelman wilde totaal iets anders.

Wat was dan zo afwijkend met de salon van uw vader in Tilburg? "Ik begon als eerste, ook in Den Bosch, met een salon voor dames en heren. In één ruimte. Dat hoorde niet in die tijd: dames naast heren in de stoel. Waarom? Door ijdelheid. Vrouwen zeiden: ik ga niet met mijn natte kop naast een vent zitten! En ik begon in een achterafstraatje, de Van Beresteynstraat. Dat zou ik nu niet meer durven. Nu moet je met je salon in het zicht zitten."

U knipte toch ook wel anders dan uw vader?"Ik heb mijn eigen knipstijl. Het gaat om een beleving. Het haar moet aansluiten, het moet precies geknipt worden, er moet een logische lijn zijn. Het haar moet mooi egaal vallen. Dat doe ik." Kunst, dat zeggen alle kappers van zichzelf."Dat moeten zij weten. Ik weet dat ík het wél doe." Uw jongste zoon zit in de ict, de oudste, Marco, is ook kapper. Die heeft de schaar natuurlijk in zijn handen geduwd gekregen?"Nee, Marco is op latere leeftijd pas begonnen. Die kreeg interesse tijdens kapperswedstrijden omdat vrienden van hem prijzen wonnen. Ja, ik heb hem helemaal zelf opgeleid. Zoals ik al mijn personeel zelf heb opgeleid. Ik moet niets hebben van de kappersopleidingen." Dus kwam er de Hoepelman Academy. Als reactie op de opleidingen?"Als kritiek op de onderwijsinstellingen. Leraren die goed zijn als kapper of kapster staan niet voor de klas. Leraren op een vakschool staan er omdat ze in de praktijk zelf niet zo goed waren."

Zij kunnen toch ook een keuze gemaakt hebben voor het opleiden van kinderen?"Nee, die kinderen krijgen les tot vier uur en dan worden ze uitgezwaaid. Dag, tot morgen. Maar zo werkt dat natuurlijk niet. Ik ben altijd drie, vier dagen in de week met mijn personeel bezig geweest. Ik sta er steeds bij. Vragen waarom ze iets op een bepaalde manier doen. Na laten denken. En technieken aanleren, ja, mijn technieken. En niet tot vier uur, maar dóór tot in de avonden. Het gaat om motivatie en inspiratie. Dat krijgen ze niet op school."

Wat heeft u liever, een man of een vrouw als kapper?"Dat maakt niet uit, maar er zijn bijna geen mannen meer als kapper. Het is het imago, mannen zeggen nog steeds: ik ben toch geen homo." Liever een man in de stoel of een vrouw?"Bij mannen ben je wat wilder en actiever en heb je andere klets. Een vrouw verlangt meer aandacht, die moet ook het gevoel hebben dat zij het belangrijkste is. Maar ik vind een kindje van 1 jaar of een oma van 95 jaar ook geweldig om te knippen." Aan de muur in het personeelsverblijf hangt een bordje: ‘Een kapper is goedkoper dan een psychiater.’ U voelt zich ook zo?"Je moet willen luisteren, interesse tonen. Of het nu gaat om scheidingen of zwangerschappen. Je hoeft zelf niet veel te vertellen en er zeker niet tussendoor komen. Ja, dat is gruwelijk vermoeiend. Na het werk ben ik kapot. Meestal blijf ik nog een halfuur draven als de salon leeg is en het personeel weg is. Heerlijk, die rust." En dan krijgt zoon Marco kanker. Dan willen de klanten ook alles weten. En moet ú praten, toch? "Met Marco gaat het gelukkig weer heel goed. Ik heb twee jaar lang elk kwartier zijn verhaal moeten vertellen. Daar werd ik chagrijnig van, maar dat was ook weer niet eerlijk. De mensen waren oprecht geïnteresseerd."