Nieuws Personeel

Met deze verlofregeling gaan moeders waarschijnlijk meer werken

Er moet één gezamenlijke regeling voor ouderschapsverlof komen. Zowel vaders als moeders moeten in het eerste jaar na de geboorte van hun kind zes weken betaald verlof krijgen. Niet de werkgever, maar de overheid moet dat betalen.

Tonny van der Mee | Foto: Pb 16 februari 2018

Baby verlof pb

De Sociaal-Economische Raad (SER) adviseert dat vandaag in een brief aan het kabinet, schrijft het AD.

Het kabinet breidt het kraamverlof voor partners uit van twee dagen naar zes weken. De SER- het belangrijkste adviesorgaan van de regering- steunt dat, maar gaat een stap verder. Hij wil een eind maken aan de verschillende regels. De raad wil het kraamverlof, partnerverlof en onbetaalde ouderschapsverlof samenvoegen in één regeling, en de rechten van beide ouders gelijk trekken.

De SER adviseert om niet alleen voor de partners maar vervolgens ook voor moeders betaald ouderschapsverlof van maximaal zes weken te regelen. De nadruk moet liggen op het eerste jaar na de geboorte. ,,Het huidige verlof is te ingewikkeld'', zegt SER-voorzitter Mariëtte Hamer. ,,Een grote groep maakt er nog geen gebruik van en vrouwen nemen vaker verlof op dan mannen.''

Nu kunnen beide ouders onbetaald verlof opnemen tot hun kind 8 jaar oud is. Driekwart van de vaders en bijna de helft van de moeders maakt daar geen gebruik van. Vaak is dat vanwege het geld of de carrière, of omdat de zorg wordt opgevangen door crèches en parttime werk.

Verder vindt de SER dat het ouderschapsverlof betaald moet worden door de overheid uit de algemene middelen. ,,Het is een algemene voorziening'', zegt Hamer. ,,De rekening wordt nu eenzijdig bij werkgevers gelegd. Daardoor wordt het voor het midden- en kleinbedrijf moeilijk. Als je het voor iedereen toegankelijk maakt, houden werkgevers de ruimte om met werknemers aanvullende afspraken te maken over langer verlof of flexibeler werken.''

Arbeidsparticipatie

Volgens de raad moeten deze maatregelen er mede toe leiden dat meer moeders gaan werken, of dat zij meer uren gaan werken. Het onbetaalde ouderschapsverlof heeft nu een beperkt effect op de arbeidsparticipatie van vrouwen. Die investeringen in betaald verlof leveren de overheid op termijn ook genoeg op, stelt de SER.

Hamer: ,,Moeders gaan waarschijnlijk meer werken en krijgen meer inkomsten. Doordat ze ook premies betalen levert het de overheid ook geld op.''

De huidige verlofregeling houdt de traditionele rolverdeling in gezinnen in stand en schiet zijn doel - de zorg voor de kinderen - voorbij. De SER vindt daarom dat ouders vooral in het eerste halfjaar na de geboorte van een kind moeten worden gestimuleerd verlof op te nemen. ,,Het is goed voor de kinderen én voor de participatie van vrouwen'', zegt Hamer.

,,Het eerste jaar na de geboorte is een cruciale fase. In die periode wordt de keuze gemaakt hoe ouders zorg en arbeid gaan verdelen. In onze huidige cultuur kiest de moeder er vaker voor om thuis te blijven of om minder uren te gaan werken.''

Dat patroon moet doorbroken worden, vindt de SER. Volgens voorzitter Hamer is het van belang dat in dat eerste jaar ook de partner de zorg op zich neemt. Daarvoor is een 'cultuurverandering' nodig.

Goede verdeling

,,Partners moeten de keuze krijgen om een goede verdeling van arbeid en zorg af te spreken. Zeker bij de jongere generatie zie je in toenemende mate dat vaders ook graag de zorg voor de kinderen op zich willen nemen. Binnen bedrijven moeten medewerkers meer ruimte krijgen om arbeid en zorg te combineren.''

De Europese Commissie pleit voor een betaald ouderschapsverlof van 16 weken. De SER wacht dat debat af. De raad pleit voor een 'stapsgewijze aanpak'.

,,We moeten eerst goed monitoren of het werkt en waar verbeteringen nodig zijn'', zegt Hamer. ,,Op de lange termijn willen we kijken of het wenselijk is om de duur van het betaalde ouderschapsverlof te verlengen. Verlof is geen voorrecht. Het moet 'gewoon' zijn dit te ontvangen.''

Het eerste jaar na de geboorte is een cruciale fase. In die periode wordt de keuze gemaakt hoe ouders zorg en arbeid gaan verdelen

Mariëtte Hamer, SER-voorzitter