Nieuws Actueel

Dag keten, hallo specialist

V&D, Kennedy, Dolcis, Foto Klein, Perry Sport. Winkelcentra krijgen klap op klap, vooral die in middelgrote plaatsen als Ridderkerk, Vlaardingen en Hellevoetsluis. Daar zitten ze niet bij de pakken neer, want het verdwijnen van de ketens biedt kansen voor zelfstandige ondernemers met een speciaalzaak. 'Kopje koffie?'

Leon van Heel | Foto: Sanne Donders 24 februari 2016

Keten Specialist

Wie voor het eerst binnenkomt in modezaak Fabert de Wit, voelt zich opgelaten door zo veel aandacht. 'Welnee, ik kom alleen maar kijken,' hoort winkelier Hans de Wit vaak. "Dan nog heeft u recht op koffie", reageert de ondernemer beslist. Vaste klanten, bekend met De Wits aanpak, nestelen zich met een bakkie in een gemakkelijke stoel en laten hem de kleding uitzoeken. Hij kent hun maten.

Het retail-leed lijkt ver weg bij Fabert de Wit. Toch gaat de golf aan faillissementen niet voorbij aan het Hellevoetse winkelcentrum Struytse Hoeck. Kennedy, Au Bon Marché, Dolcis, Foto Klein en Esprit. Bij de een hangt een briefje op de dichte deur, bij de ander kan de koopjesjager nog z'n slag slaan bij wat rekken met restanten.

Winkelmeisjes spelen achter de kassa met hun mobieltje, het maakt toch niet meer uit. Bij V&D, die ooit het stralende middelpunt van het winkelgebied was, is het donker. Stoelen staan op de tafels van de La Place. Gisteren is het bedrijf achter Perry Sport failliet verklaard. Ook die heeft een vestiging in de Struytse Hoeck, waaruit eerder al de Free Record Shop en Prénatal verdwenen. Posters van winkelend publiek verbloemen de leegstand.

KiezenDe middelgrote winkelcentra krijgen het voor de kiezen. Wie in plaatsen als Spijkenisse, Vlaardingen, Schiedam, Ridderkerk, Oud-Beijerland, Capelle aan den IJssel en ook het Rotterdamse Keizerswaard winkelt, stuit steeds op lege plekken.

Die komen allemaal weer vol, is Hans de Wits stellige overtuiging. "We kunnen treuren om al die winkels die sluiten, maar uiteindelijk zijn ze failliet omdat er geen klanten meer komen. Het is tijd voor nieuwe winkelformules."

De voorzitter van de winkeliersvereniging Struytse Hoeck denkt daarbij in de eerste plaats aan speciaalzaken. Niet ketens, maar winkels van zelfstandige ondernemers hebben volgens De Wit de toekomst. Winkels waar klanten naartoe gaan omdat de verkoper verstand van zaken heeft en service biedt.

Kijkers geen kopersBang dat met de opkomst van het internetshoppen het lot van het winkelcentrum is bezegeld, is De Wit geenszins. "We hebben er een geduchte concurrent bij, maar het winkelcentrum blijft trekken. Wij hebben altijd veel loop. Vandaag is het gewoon druk, in de weekenden nog drukker."

Al die kijkers zijn nog geen kopers, beseft hij. "Winkeliers moeten wel meer dan ooit hun best doen. Vroeger had ieder dorp een kledingzaak", put hij uit de 60-jarige historie van Fabert de Wit. "Daar kwamen mensen ieder jaar voor een zwarte broek. Als die er niet was, hadden ze geen zin om naar de volgende plaats te rijden en kochten ze maar een grijze pantalon. Nu is dat anders. Als ik die zwarte niet heb, kunnen ze net zo makkelijk terecht bij een ander of op internet. Ze komen alleen weer bij mij terug als ze me dat gunnen."

Dus legt hij de klanten in de watten met een kopje koffie of een glas fris, verdiept hij zich in hun smaak en weet hij hun maten. "Op prijs kunnen we niet concurreren, wel op deskundigheid en kwaliteit."

Om het verblijf in de Struytse Hoeck te veraangenamen moeten er terrassen bijkomen, heeft het Hellevoetse college besloten. De bankjes moeten mooier, net als het groen. "Ook zullen we als winkeliersvereniging vaker alles uit de kast moeten halen om het winkelpubliek te vermaken."

Internet en fysiekOver twee weken is er een Star Wars-evenement, waarbij van de nood een deugd wordt gemaakt door het voormalige Prénatal-pand om te toveren tot het decor van de science fiction-film. Kinderen kunnen er van Lego hun eigen ruimteschip bouwen en op de foto met prinses Leia.

En zowaar, na alle winkelsluitingen opent vrijdag een nieuwe zaak de deuren. Inderdaad, een zelfstandig ondernemer. Martijn Harder is met zijn kinderkledingwinkel In2Kids gesprongen in het gat dat Prénatal heeft achtergelaten. "In Hellevoetsluis konden mensen alleen nog terecht bij de Hema, maar mensen zijn een beetje Hema-moe."

Na voorzichtig te zijn begonnen aan de zijkant van het winkelcentrum verhuist hij vrijdag naar een groter pand in het midden. Vooral bij babykleding vinden mensen het leuker om in de winkel uit te zoeken dan op internet, merkt hij. "Die stof wil je voelen." Internet gebruikt hij om klanten naar de fysieke winkel te lokken. "Vooral acties op sociale media als Facebook gaan goed."

Toch is Martijn Harder huiverig als de toekomst van de winkelcentra op het schild te worden gehesen: "We zijn nog niet zo lang bezig." Als beginnend ondernemer heeft hij ook nog een korting op de huur gehad van de pandeigenaar, bekent hij. "Dat was nodig, anders hadden wij het niet aangedurfd. De huren die de ketens betalen, daar kunnen wij nog niet tegenop verdienen. Ik zie dat die speciaalzaken als groenteboeren of ambachtelijke slagers ook niet doen. Ze vragen hier 8000 tot 11.000 euro huur in de maand. Daar moet je heel veel appels voor verkopen."

HoogtepuntDie huren zijn niet meer van deze tijd, beaamt winkeliersvoorman Hans de Wit. "Die zijn nog even hoog als 6 jaar geleden, toen de retailmarkt op z'n hoogtepunt was en er nauwelijks sprake van internetshoppen. De vastgoedeigenaren moeten beseffen dat de wereld is veranderd. Winkelcentra zullen altijd blijven bestaan, maar internet is erbij gekomen en zal 30 tot 40 procent van de markt pakken. Pas de huren daarop aan."

Beheerder van het winkelcentrum, Grontmij, kent de steeds luidere roep om huurverlagingen. Hellevoetsluis is niet de enige plaats waar die klinkt. Maar Grontmij verwijst naar de eigenaren van de panden. "Soms adviseren wij die wel de huren te verlagen", laat een woordvoerster van Grontmij weten.

Het grootste deel van de Struytse Hoeck is eigendom van het pensioenfonds Metaal en Techniek. Die kon gisteren niet reageren. Het pensioenfonds heeft eerder wel aangegeven 'water bij de wijn te willen doen'.