Nieuws Dienstverlening

Al 56 jaar is Harry Lucassen kapper, maar kappen, nee!

Stoppen met werken is absoluut geen droom voor kapper Harry Lucassen. "Bij leven en welzijn ga ik nog wel even door" zegt de barbier tegen Tubantia.

Alphons Huiskes | Fotograaf: Frans Nikkels 11 juli 2017

Harrylucassen fotofransnikkels

Lucassen werd geboren in Amsterdam, waar zijn opa een kapperszaak had aan het Van Limburg Stirumplein in de Staatsliedenbuurt. "Een beetje vegen, messen slijpen, kijken hoe opa het deed en in de lucht knippen en 's avonds naar de kappersvakschool", weet hij nog over het begin van zijn carrière als inzeper. "Ik wilde eigenlijk grimeur worden, maar toen ik solliciteerde bij de bekende toneelkapper en grimeur Herman Michels, zei hij dat ik maar eerst het kappersvak moest leren."

Aldus gebeurde. Lucassen kreeg er lol in, leerde technieken die niet iedereen beheerste. "Toen ik als herenkapper bij een gemengde kapsalon aan de Heerenstraat werkte, wilden veel dames ook door mij geknipt worden. Ik was goed in het opknippen en dat kwam goed van pas bij die korte kapsels in de jaren 60", zegt de kapper.

In 1967 wordt de 20 jaar jonge kapper opgeroepen voor de militaire dienst, toen nog verplicht. "Ik koos voor de marine omdat alleen in dat krijgsmachtonderdeel het dienstvak 'barbier' kende. Zo kon ik in het vak blijven."

Hij wordt geplaatst op de Hr.Ms. Van Galen, een nieuw fregat dat ingevaren moet worden. "Ik kreeg een hokje van een vierkante meter als kapsalon ter beschikking, maar werk was er genoeg, want het haar mocht de kraag niet raken", vertelt Lucassen en en hij voegt er spontaan een anekdote aan toe. "Ik vond dat witte kapperskleed maar niets en liet mijn moeder een knalrode maken. Die gingen aan boord mee in de was. Alle witte hemden van de officieren kwamen roze terug en moesten vervangen worden", zegt de kapper lachend. Hij houdt wel van een beetje leut. Zo versiert hij de kapsalon aan boord met lampions en andere attributen en ontpopte zich als begenadigd goochelaar.

"Het werd toegestaan, maar als we ergens aan wal gingen moesten de spullen er weer af." De klanten wisten het wel te waarderen.

In die tijd leert hij zijn vrouw Gonny kennen. "Zij zat als marinevrouw op Hr. Ms. De Schorpioen, een voormalig pantserschip, dat dienst deed als opleidingsvaartuig. Toen wij een feest hadden aan boord van de Van Galen kwam zij met de officieren mee." Het is liefde op het eerste gezicht tussen de marinebarbier en de marva. Eenmaal weer als burgers aan de wal trouwen ze, in 1970. Lucassen werkt bij een kapper aan het Singel, maar na een jaar of vier zijn ze klaar met Amsterdam. "We zaten vier hoog met twee kinderen. Dat was niks en we wilden graag naar een rustiger deel van het land", vertelt Gonny (68).

Het wordt Twente, waar Lucassen in 1974 aan de slag kan bij kapper Zandbergen in het monumentale jugendstilpand, de voormalige bakkerij van Günther op de hoek van Grotestraat-Zuid en Schuttenstraat. Na acht jaar begint hij voor zichzelf in een ruimte onderin een flat. Als Zandbergen stopt in 1983 neemt Lucassen de drukbeklante zaak aan de Grotestraat over. Hij volgt ook de opleiding voor het damesknippen en opent als een van de eersten een gemengde kapsalon in Almelo.

Knipoog

Een voorkeur heeft hij niet. "Als ze maar lief zijn", zegt hij met een knipoog. Net als kam en schaar, hoort die knipoog bij Lucassen, weet z'n vrouw. "Hij is een goede verteller en moppentapper. Hij kon ze zo goed vertellen dat mensen vaak dachten dat het echt waar was wat hij zei. Dan moest hij uitleggen dat het een verzonnen mop was." Andersom vertellen veel mensen van alles aan de kapper. Sommigen leggen hun hele ziel en zaligheid bloot. Maar het blijven goed bewaarde geheimen.

"Alles wat hier verteld wordt, blijft binnen deze muren. Zelfs mijn vrouw komt het niet te weten. Ik ben slechts een luisterend oor." In 2008, als ze het iets rustiger aan willen doen, verkopen ze het pand aan de Grotestraat en ze betrekken een woning aan de Hanzelaan, waar de garage wordt verbouwd tot kapsalon. De klanten weten de kapper nog steeds te vinden.

Minder werken

Lucassen doet wel iets rustiger aan op zijn 70ste en is nog drie dagen in de week open, maar helemaal stoppen? "Nee, daarvoor is het nog veel te leuk om te doen. Bij leven en welzijn ga ik nog wel even door", lacht de Amsterdammer die in Almelo zijn draai volledig vond. "De rust, de betaalbaarheid van het wonen en als je wilt, ben je binnen twee uur in Amsterdam. Dat is een mooie plek om uit te gaan, maar we zijn ook altijd weer blij dat we hier terug zijn."

Sommigen leggen hun ziel en zaligheid bloot, maar het blijven goed bewaarde geheimen

Harry Lucassen