Nieuws Actueel

Dwarsdoorsnede van Veghels familiebedrijf

De motor achter de Veghelse economie zijn de familiebedrijven. Nu hebben ze hun eigen boek, zo schrijft het Brabants Dagblad.

Roy van der Lee | Foto: We are new 23 november 2016

De plaatselijke grootgrutter, interieurinrichter en schoenmaker. In Veghel zijn het vooral familiebedrijven. Grote spelers als Jumbo, Sligro en Maison van den Boer hebben hun vleugels inmiddels uitgeslagen tot ver buiten het dorp. Maar ook de wat minder bekende bedrijven bieden veel werkgelegenheid. Vaak al generaties lang.

De verhalen van 21 ondernemende families uit Veghel zijn nu opgetekend door Adagium Bedrijfsoverdrachten. Ter ere van hun 10-jarige bestaan wordt het boek Ons Verhaal uitgebracht. Daarin vertellen ondernemers die nu aan het roer staan over hun zaak en de opvolging binnen het familiebedrijf. Denk aan Guido Knuvers, Koen Slippens en Theo Gaffert. Bij hun verhalen staan steeds grote portretfoto's en beelden die de geïnterviewde zelf dierbaar zijn.

KadeIn het boek wordt ook de geschiedenis van het bedrijfsleven in Veghel kort beschreven. De aanleg van de Zuid-Willemsvaart tussen 1825 en 1826 was daarvoor van cruciaal belang. Langs de kades van het kanaal kon Veghel zich ontwikkelen tot een kleine industriestad. In 1914 vestigde CHV zich bijvoorbeeld aan de Noordkade. Na de Tweede Wereldoorlog volgde Victoria Mengvoeders aan de andere kant van het water. Zo ontstonden de eerste bedrijventerreinen in Veghel.

De groothandel die Van Eerd er in 1921 startte zou uitgroeien tot Jumbo. Abel Slippens senior stichtte er de enige beursgenoteerde onderneming van Veghel: de huidige Sligro Food Group. Ook bedrijven als HoutBrox begonnen aan de haven. Het kanaal was ook de reden dat Mars de eerste Europese fabriek juist in Veghel liet bouwen.

OpbrengstHet eerste exemplaar van Ons Verhaal wordt vanmiddag om 16.00 uur overhandigd in de Afzakkerij aan de Noordkade. Daarna is het boek te koop bij boekhandel Schellen en Bek in Veghel. De opbrengst gaat grotendeels naar Vrienden van Bambanani, een goed doel dat zich inzet voor kinderen in Zuid-Afrika.

'Als vrouw moest ik me misschien extra bewijzen'

Miranda van Leiden zat al acht jaar in de directie van het interieur-bedrijf van haar vader toen ze in 2004 de leiding kreeg. En dat zorgde in het begin nog wel eens voor scheve blikken.

"Omdat het de technische branche is, moest ik me misschien als vrouw meer bewijzen", laat ze optekenen in het boek.

De overname was voor haar als oudste dochter een logische zaak, maar ook een belangrijke. "Ik hecht veel waarde aan het familie-bedrijf. Je wilt toch je ouders trots maken. Ons pa bouwde af, ik bouwde op." Met het bedrijf, dat in 1968 in haar ouderlijk huis startte, gaat het intussen goed. En haar vader? Die loopt nog bijna elke dag even binnen. "Hij hoort graag hoe het gaat en hij is ook de eerste die ik bel als er een mooie opdracht is binnen-gehaald. Mijn grootste angst? Dat ik hem zou moeten vertellen dat het niet goed gaat met het bedrijf."

'Het heeft iets romantisch, iets vertrouwds'

Eigenlijk zou hij gaan studeren in Amsterdam. Maar toen zijn vader in 1999 kampte met hartproblemen, besloot Aldwin van Hooft in Eerde te blijven en aan de slag te gaan bij het gelijknamige architectenbureau van zijn pa. "Mijn vader zei: 'Wat je daar kunt leren, kun je ook hier leren.' De keuze was niet moeilijk: natuurlijk ging ik helpen."

De overname volgde in 2007. Aldwin runt de zaak sindsdien samen met zijn broer Anton.

In het kantoor loopt zijn vader nog regelmatig binnen. "Dat heeft iets vertrouwds, of mogelijk zelfs iets romantisch. Het harde werken is er niet minder om, maar het maakt het allemaal iets vriendelijker."

Aldwin heeft drie zonen, Anton heeft er twee. Of die het bedrijf zullen overnemen? "Zou leuk zijn, maar een familie-bedrijf kan ook beklemmend werken. Dat wil ik niet overbrengen. Ze moeten doen waar ze plezier in hebben."

'Na de overname had ik veel strijd met mijn vader'

Hij was pas acht jaar toen zijn ouders de nieuwe zaak van Boek- en Kantoorhandel Schellen openden aan de Molen-wieken in Veghel. En omdat Wim Schellen met zijn familie boven de winkel woonde, groeide hij praktisch op in het bedrijf.

Door ziekte van zijn vader nam Wim het stokje al op zijn 20ste over. "Ik rolde direct in de winkel en merkte dat het allemaal niet zo gestructureerd was. Ik ging direct reorganiseren, systemen opzetten, de winkel anders inrichten. Ik had daar veel strijd over met mijn vader. Hij was terughoudend en vond het allemaal niet nodig. Maar ik wilde verder en kreeg kansen van mijn moeder. Zij stond open voor die veranderingen." Het overnemen van een familie-bedrijf zorgt voor veel emoties, ondervond Schellen. "Je hoort vaak dat als je het bedrijf van je ouders overneemt, je in een gespreid bedje komt. Niet altijd dus."