Tweelingbroers Bob en Thijs (30) droomden nooit van opvolging, nu leiden ze dit 276 jaar oude familiebedrijf
Het familiebedrijf van de tweeling Bob en Thijs bestaat al 276 jaar. Inmiddels heeft Wemerman Plaatbewerking uit Twello ook een koninklijke erkenning. De broers zijn de negende generatie, voor zover ze weten. En het was niet eens hun jongensdroom om hun vader op te volgen. „We zien het wel. Onze ouders hebben ons totaal niet gepusht. Je moet wel passie hebben. Anders wordt het toch niks.”
Metalen omheiningen voor tv’s, sleutelkastjes voor overheidsgebouwen, maar ook onderdelen voor de modelspoorbaan van een gepensioneerde man: zowel bedrijven als particulieren kunnen terecht bij Wemerman Plaatbewerking. Aan het roer staan tweelingbroers Bob en Thijs Wemerman, beiden 30. Zo’n drie jaar geleden, toen ze eind twintig waren, namen ze het bedrijf over van hun vader.
„Daarvoor werkten we er al een jaar of twee fulltime. Dus we kwamen er niet helemaal groen in”, zegt Thijs tegen De Stentor. „Je moet even wennen aan het feit dat je echt verantwoordelijk bent voor alles. En je wil ook laten zien dat je niet als zoontje van de baas binnenrolt. Maar ik denk dat we het nu goed voor elkaar hebben.”
Winkeltje met witgoed
Voor zover ze weten, zijn de broers de negende generatie in het familiebedrijf, dat inmiddels 276 jaar bestaat.
Eerder deze maand kreeg Wemerman koninklijke erkenning met het predicaat Hofleverancier. Dat predicaat kun je al aanvragen als je als bedrijf honderd jaar bestaat. Waarom doen de broers dat dan nu pas?
„Onze vader stond niet zo graag in the picture. Wij ook niet per se. Maar het is zo’n mooi verhaal, van al die generaties. Daar mag je best bij stilstaan.”
De eerste tweehonderd jaar was het bedrijf vooral een smederij. Dat begon aan de Rijksstraatweg in Twello. Bij de oudere generatie is die plek vooral bekend door het winkeltje dat erbij zat. „Dat was een beetje een winkel van Sinkel. Je kon er op een gegeven moment zelfs witgoed en fietsen halen.”
Rond de jaren 80 sloot die winkel. Hun opa stapte meer van het smeden af en ging zich richten op de productie van metaaldelen.
Rigoureuze keuzes
De vader van Bob en Thijs professionaliseerde de boel, verhuisde het bedrijf naar een bedrijventerrein en koos ervoor zich te specialiseren in plaatwerk. „Het liep in die tijd niet heel lekker. Onze vader heeft best wat rigoureuze keuzes gemaakt en behoorlijk geïnvesteerd. Dat was een risico. Maar het heeft heel goed uitgepakt.”
“We begrijpen elkaar goed. Ik zie genoeg tweelingen die elkaar naar het leven staan. Wij zijn geen opvliegende types en hebben dezelfde ambities”
Bob Wemerman
‘Je moet veel petten op hebben’
Het bedrijf overnemen was geen jongensdroom van de twee. Thijs studeerde zelfs compleet iets anders: planologie. Bob deed al wel iets technisch. „Het leek mij altijd wel leuk. Maar ik had het nooit echt concreet gemaakt.”
Uiteindelijk ging bij Thijs het vuurtje ook branden. De tweelingbroers besloten er samen in te stappen. „Nu doe je het echt met zijn tweeën. Kun je sparren op gelijk niveau”, legt Bob uit. „We begrijpen elkaar goed. Ik zie genoeg tweelingen die elkaar naar het leven staan. Wij zijn geen opvliegende types en hebben dezelfde ambities.”
Thijs: „We vullen elkaar ook goed aan. Bob is meer van de technische kant, ik ben iets meer bezig met het personeel en de procesverbetering.” „Maar we zijn met een klein team. Dus je moet veel petten op hebben en flexibel kunnen zijn.”
In totaal werken er twaalf mensen bij het bedrijf. Op kantoor werken nog vier mensen. „Je probeert een beetje overlap te hebben. Bob en ik kunnen ook heel veel machines bedienen en springen bij als het nodig is.” Dat werkt goed, zien de broers.
Vertrouwen
Vertrouwen is belangrijk. Richting medewerkers én klanten. „Je probeert echt een relatie aan te gaan”, zegt Thijs. „Het is ook geven en nemen.”
„Veel bedrijven vragen extra kosten voor spoedleveringen. Bij ons is alles dezelfde prijs. Het is allemaal op basis van reputatie.”
Wel liggen er uitdagingen. Als het gaat om AI en automatisering, bijvoorbeeld. Maar ook in personeel vinden. „Het is echt nog wel een vakmanschap. Je moet meerdere machines kunnen bedienen, zelf bedenken wanneer wat af moet zijn en in welke volgorde je wat doet. Het is moeilijk om mensen te vinden die dat kunnen.”
Toch hebben de broers vertrouwen in de komende jaren. Zo dromen ze ervan om ooit een eigen product te maken, in plaats van te maken wat de klant vraagt. En over een jaar of dertig weer een opvolger binnen de familie? Daar hebben de kinderloze broers nog niet over nagedacht. „We zien het wel. Onze ouders hebben ons totaal niet gepusht. Dat willen wij ook niet. Je moet wel passie hebben. Anders wordt het toch niks.”
Dit artikel is geschreven door Luuk ten Kleij voor De Stentor.