Nieuws Horeca

De snackbarcultuur moet op de lijst van immaterieel Nederlands erfgoed

Even op zaterdag een frietje halen? Iets Nederlandser bestaat niet, vindt het Nederlandse Frituurcentrum. De snackbarcultuur moet een plek krijgen op de lijst van immaterieel Nederlands erfgoed. ,,Het is eenvoudige kost, maar wel ónze eenvoudige kost.''

Eefje Oomen | Foto: Joyce van Belkom 13 oktober 2017

Cafetaria De Fer Breda Snackbar frikadel

De radio staat afgesteld op de gouwe ouwe van 10 Gold, de zes halve haantjes pruttelen in het vet, en een van de klanten doopt een patatje in de dampende satésaus. Het is een donderdagmiddag als alle andere in frietzaak De Fer, een begrip in Breda en volgens verkoopster Petra Kleinjan (58) ook heus wel tot in Klundert. Petra, dochter van eigenaar Ferry van Strepen (ook een begrip in Breda en daarbuiten), heeft nog niks vernomen van de plechtige voordracht voor een erfgoedlijst, maar hoe meer ze erover nadenkt, hoe beter zij het idee vindt. Haar zaakje met de tl-balken, het marmer-vinyl en de geel-witte vitrage was vroeger niks bijzonders, maar nu voelt Petra zich zeker wel deel van een stukje Nederland dat wat bescherming en status verdient. Aan de andere kant van haar pleintje heeft ze in de loop van de tijd een supermarkt met Poolse broodjes zien komen, aan de overzijde heeft ze de Turkse en Marokkaanse mannen op het terras van het Hollandsch Koffiehuis zien neerstrijken, en verderop verkoopt de Toko Vietnamese Asian Food meer loempia's dan zij. ,,Ik heb er nog steeds vier in de vriezer liggen.'' Je hoort Petra niet klagen, zeker niet, want ze verdient nog steeds voldoende, maar wel stukken minder dan tien jaar geleden. ,,Rond het middaguur stond het hier altijd barstensvol met jongens en meisjes van de leao; de boterhammen die ze van hun moeder kregen vond ik in mijn prullenbak.'' Nu heeft de leao een andere naam, willen pubers volgens haar alleen maar 'mac, mac, mac', en doet dit wijkje nog altijd zuinig aan - wat premier Rutte ook op de kaft van het nieuwe regeerakkoord zetten mag.

Dure friet

Geschokt is Petra door de prijzen die sommige collega's tegenwoordig voor een zak friet vragen. 3,75! Een klein zakje friet kost bij haar 1,85, en dat is meer dan zat, want toen zij hier zo'n 46 jaar geleden voor het eerst aan het werk ging, was zo'n portie niet meer dan één gulden.

Menu

Het assortiment is de laatste jaren nauwelijks veranderd: de snackbarklant is conservatief. Petra: ,,We probeerden laatst nog van die nieuwe, gele blikjes Red Bull, maar dat liep voor geen meter. Toen heeft mijn man alles maar opgedronken.''

Vitrine

Nu móét alles in een gekoelde vitrine; vroeger bestonden er nauwelijks regels. Petra: ,,Mijn vader verkocht de friet gewoon in oude kranten.''

Berenklauw

Petra heeft kleine, grote, platte gehaktballen, en het 'jochempie' (met fijngesneden ui). Maar de berenklauw met grove stukken uiis in haar buurtje favoriet.

Friet

Lang geleden sneed Petra's moeder van bintjes zelf de frieten, nu kopen ze tienkilozakken 'verse friet' van de groothandel in Halsteren.

Majo-pomp

Meer klanten bestellen mét (plus 0,35 cent) dan zonder.

Frikadel en vleeskroket

Er liggen dingen als Sitosticks, Mexicanos en Viandellen in de vitrine, maar de frikadel en de vleeskroket blijven het populairst. Petra: ,,En de buitenlanders die hier komen, bestellen kipcorns of kaassoufflés.''

Rekenmachine

Patatzaak De Fer heeft een zakjapanner, maar geen pinapparaat. Petra: ,,De vaste klanten klagen niet hoor. Die weten niet beter.''

Grote gehaktbal

De grootste van het menu: de truckersgehaktbal. Opgediend met een flinke schep dampende jus.

Historische foto's

Op de achterwand een paar historische foto's. Petra's zaak zat vroeger in een eenvoudige, donkerhouten keet: klanten haalden er hun friet aan een snackloket af.

'Amerika koestert zijn hamburgers ook'

In de inventaris van Nederlands immaterieel erfgoed staan inmiddels al heel uiteenlopende dingen: de kinderpostzegelactie, het Zomercarnaval in Rotterdam, en de Wandelvierdaagse van Nijmegen. De snackbarcultuur hoort volgens frituurexpert- en historicus Ubel Zuiderveld zeker in dit rijtje belangrijke Hollandse gebruiken en rituelen thuis. ,,Dan gaat het niet alleen om zo'n echte Hollandse snack als de frikadel, maar ook om zo'n gewoonte als de 'frietdag': gezinnen die op een vaste dag in de week altijd patat halen.'' Dat de snackbarcultuur ook een teken van culinaire armoe zou kunnen zijn: daar wil Zuiderveld niks van weten. ,,Patat is eenvoudige kost, maar het is wel ónze eenvoudige kost. In andere landen zijn ze ook trots op hun lekkere, maar simpele volkseten: Amerika op zijn hamburgers, Italië op zijn pizza's en Duitsland op zijn curryworst.''

In andere landen zijn ze ook trots op hun lekkere, maar simpele volkseten

Ubel Zuiderveld