Nieuws Horeca

Rotterdamse loempiaverkoper legt uit hoe de Vietnamese loempia een typisch Hollands fenomeen werd

De Vietnamese loempia, wie kent 'm niet? De familie Nguyen bakt ze al meer dan dertig jaar. In het AD Rotterdams Dagblad vertellen ze openhartig over het succes van de straatsnack en het ontstaan van het familiebedrijf.

LOT PISCAER | Foto's: Frank de Roo 9 augustus 2017

Loempia mamahong1807 FDR1 foto franderoo

Thuan Nguyen, zoon van de oprichters, vertelt hoe de familie in Rotterdam terechtkwam. ,,Na de Vietnamoorlog werd de Vietnamezen die aan de kant van de Amerikanen stonden het leven onmogelijk gemaakt. Mensen vluchtten in boten de oceaan op. Veel bootvluchtelingen hebben dat niet overleefd, maar mijn ouders - en ik als baby - gelukkig wel. We werden gered en kwamen in een Filipijns vluchtelingenkamp terecht. Mijn oom bleek al in Nederland te zijn. Daar zijn wij ook heen gegaan.''

Omdat een vaste baan vinden moeilijk was, begonnen Thuans ouders en oom met de verkoop van zelfgemaakte loempia's. Eerst in Leiden en Gouda. ,,Daar waren ze met een dagopbrengst van 50 gulden al heel blij.'' In een grotere, internationale stad als Rotterdam hoopte de familie meer te verkopen. En dat bleek te kloppen.

Op de twee standplaatsen die de broers in 1986 kregen (op de Hoogstraat en de Lijnbaan) staat de familie tot op de dag van vandaag loempia's te bakken. Lange tijd bleef de formule onveranderd. De Rotterdammer hield ervan, dus was er geen noodzaak tot verandering. En dat terwijl de Vietnamese keuken zoveel meer is dan de loempia. In Amerika en Frankrijk zijn Vietnamese restaurants net zo bekend als de Chinees bij ons.

Haring

Gekker nog: Nederland is het enige land ter wereld waar de Vietnamese loempia als straatsnack wordt verkocht. Thuan: ,,Zelfs in Vietnam gebeurt dat niet. Daar is de loempia onderdeel van een gerecht.''

De verklaring zit hem in de al aanwezige cultuur van eten op straat in Nederland. ,,De haring en patat kenden ze al.'' Ook waren loempia's, dankzij het Nederlands-Indische verleden al bekend. Zo werd de Vietnamese loempia een typisch Hollands fenomeen.

Lange dagen

Als kind zat Thuan Nguyen samen met zijn broer en zus aan de keukentafel om loempia's te maken. ,,Met onze kleine vingertjes konden we goed de halfbevroren loempiavellen los peuteren. Een secuur werkje.'' Vader en moeder Nguyen waren dan al uren bezig met de voorbereidingen. ,,Op een productiedag begin ik om 5 uur 's ochtends, maar dat is niks vergeleken met de uren die mijn ouders maakten.''

Tegenwoordig heeft de familie een productiekeuken in Berkel en Rodenrijs, waar alle ingrediënten gewassen en gesneden worden en de flensjes en de sauzen worden gemaakt.

Update

Toen de tweede generatie volwassen werd en volledig mee kon draaien, merkten de Nguyens dat de loempia minder populair werd. Backpackers hadden in Azië kennisgemaakt met het Vietnamese streetfood: die van bánh mì (stokbrood belegd met gesneden groenten, pickles en vlees) en goi cuon (ongebakken loempia's). Het was tijd voor een update van de kramen en het assortiment.

,,Mijn moeder is bepalend is geweest voor het succes van het bedrijf. Daarom hebben we de kramen naar haar vernoemd: Mama Hong. Een sterke vrouw, die met haar jonge gezin opnieuw moest beginnen in een land waarvan ze de taal niet sprak. Ze is de matriarch en de opperproever. Als zij het niet goed vindt, moet het opnieuw.'' De nieuwe wagens staan te stralen, met mama's naam erop. En vrees niet: ook de loempia's zijn er nog.

Mijn moeder is bepalend is geweest voor het succes van het bedrijf. Daarom hebben we de kramen naar haar vernoemd: Mama Hong

Thuan Nguyen