Nieuws Actueel

Je brood verdienen met het plukken van paardenbloemen

Jorieke van Noorloos 18 januari 2016

De lichtinstallaties en interactieve lampen van Lonneke Gordijn (35) en Ralph Nauta (37) - Studio Drift - zijn te zien in musea over de hele wereld. 'Soms lukt iets niet, dan spoel je een winstmarge van vijftigduizend euro door de plee', vertelt Nauta in Het Parool.

Lichtinstallaties met lichtgevende paardenbloemen, grote glazen buizen en lampen die lijken te bloeien: dat is het werk van Ralph Nauta en Lonneke Gordijn. In een studio aan de Asterweg in Noord brengt het ontwerpduo natuur en technologie samen. Van een klein bedrijf uit Eindhoven is Studio Drift in negen jaar uitgegroeid tot een grote onderneming met tentoonstellingen in onder meer San Francisco, Sjanghai, New York en Tokio - door keihard te werken en te blijven geloven in wat je maakt, aldus het duo.Geloven in wat je maakt is een mooi uitgangspunt, maar hoe weet je of een ontwerp aanslaat?Lonneke Gordijn (LG): "Dat weet je niet. We maken vooral wat we zelf zouden willen zien en laten ons door de omgeving inspireren. Als ik naar de supermarkt loop en onderweg een bloem zie die er in de winter nog niet hoort te zijn, ontstaat een idee. Een ontwerp waar we allebei erg trots op zijn, is Fragile Future. Dat is een installatie waarin we echt paardenbloempluisjes op lampjes hebben geplakt. Het begon als mijn afstudeerproject; ik had nooit gedacht dat we met het plukken van paardenbloemen ooit ons brood zouden kunnen verdienen."

Ralph Nauta (RN): "Een andere inspiratiebron zijn nieuwe technologieën, zoals virtual reality. Dat komt in de toekomst ook terug in ons werk. VR kan grote impact hebben op onze samenleving: we komen steeds verder van de realiteit te staan, maar tegelijkertijd maken we tools om onze eigen werkelijkheid vorm te geven. Verdwijnt de noodzaak dan om voor de 'echte' wereld te zorgen? Hoe spelen de politiek en het bedrijfsleven hierop in?"Hoe gaat jullie creatieve proces in z'n werk?RN: "We gaan zitten, vertellen elkaar wat we hebben meegemaakt en beginnen met ontwerpen en bedenken. We vullen elkaar goed aan."

LG: "Ralph heeft lef, ziet mogelijkheden en probeert van een nee toch een ja te maken. Ik ben degene die het concept bewaakt en ervoor zorgt dat het ontwerp er ook echt komt. Als je al zo lang samenwerkt, merk je gewoon: de positie van samenwerkingspartner kan door niemand anders meer worden ingevuld." RN: "Toch gaat dat samenwerken niet altijd zonder slag of stoot."

LG: "Vooral niet als we met een idee móeten komen en er dus druk op de ketel staat. Maar als je het even niet meer weet, helpt het altijd om weer even terug te gaan naar de essentie, wat je eigenlijk wil zeggen met het ontwerp. Van tevoren weten we nooit hoe we van A naar B gaan, dat bedenken we pas tijdens het proces."Studio Drift bestaat negen jaar. Hebben jullie er altijd van kunnen leven?LG: "Nee. De eerste drie jaar hadden we allebei een uitkering via de WWIK (Wet Werk en Inkomen Kunstenaars), dat is zo'n 650 euro per maand. Daar leefden we van en de rest investeerden we in ons bedrijf. Eén keer, in 2007, kregen we een subsidie. Dat betekende veel voor ons: van dat geld hebben vijf ontwerpen gemaakt en onze eerste presentatie in Milaan gefinancierd."

RN: "Maar die eerste jaren waren heel moeilijk. Dan sta je bij de Albert Heijn en kun je weer je boodschappen niet betalen. Toch heb ik er nooit stress van gehad."

LG: "We hebben altijd gedacht: het gaat komen. We merkten op exposities dat er interesse was in ons werk, maar er moest natuurlijk wel een keer inkomen gegenereerd gaan worden."

RN: "Dat we nu zestien mensen in dienst hebben en van onze ontwerpen kunnen leven, komt door slim en hard werken."

LG: "De eerste zes keer zeggen galeries 'nee' tegen je ontwerpen, de zevende keer willen ze het eens proberen. We bleven vertrouwen in ons kunnen en onze ontwerpen. Aan de pers hebben we ook veel gehad. Uiteindelijk wilde een Londense galerie met ons werken; dat heeft echt een verandering teweeggebracht. In één keer gingen onze werken over de hele wereld, van het Victoria & Albert Museum in Londen tot het Rijksmuseum."

"Er is ook weleens iets minder goed gelukt, hoor. We zijn bijvoorbeeld al twee jaar bezig met een project voor een binnenplaats van een Londens hotel. Het budget is nu op. Het ontwerp was af, maar we vonden het niet goed genoeg. Het miste gewoon net het karakter. Zo konden we het niet verkopen. Dat hebben we de klant verteld." RN: "Dan spoel je een winstmarge van vijftigduizend euro door de plee en begin je gewoon opnieuw."

Hoe verhouden artistieke en commerciële uitgangspunten zich tot elkaar in jullie werk?RN: "Daar denken we niet bewust over na. We creëren iets en hebben daar een markt voor gezocht. Als je alleen maar bezig bent met trends, en dus met de commercie, heb je ook geen tijd meer om zelf ontwerpen te ontwikkelen."

LG: "We moeten natuurlijk van ons werk leven, maar we hebben het geluk dat we door onze huidige positie geen concessies meer hoeven te doen. Eerder deden we nog wel eens een opdracht die minder goed in ons straatje lag, maar wel altijd met een ontwerp dat dicht bij ons lag."

Wat kan de creatieve industrie in Amsterdam nog gebruiken?LG: "Ik denk dat die industrie nog veel meer ingezet zou kunnen worden bij het oplossen van praktische en politieke vraagstukken. Er is zo veel interessante denk-power onder creatieven. Bedrijven, gemeenten en de industrie kunnen daar baat bij hebben."

RN: "Wat lastig is, maar tegelijkertijd bevrijdend, is dat wij geen grenzen hebben. Iemand in het onderwijs kent letterlijk de landsgrenzen: in een ander land gebruik je andere vaktermen. Ons werk kan overal hangen."

LG: "Ik merk dat ontwerpers uit andere landen veel beperkter in hun mogelijkheden zijn. Wij hebben de mogelijkheid gehad om te experimenteren, fouten te maken en te pionieren doordat we een uitkering hadden. Dat waardeer ik zo aan Amsterdam: de infrastructuur is goed en er is een vangnet qua financiën. Een fijne basis."

Hoe ziet de toekomst van Studio Drift eruit?LG: "We werken veel samen met universiteiten en techneuten: we zoeken aansluiting bij vraagstukken die leven in de wetenschap of technologie. Dit jaar werken we samen met een chemisch ingenieur om een fabriek op te zetten waar moeilijk te recyclen chemisch afval verwerkt wordt tot ruwe materialen. Een veilig, circulair proces zonder emissies, met een synthetisch obsidiaan als restproduct. Dat biedt ons design veel mogelijkheden."

"In oktober gaan we ons droomproject lanceren. Daarover kunnen we op dit moment alleen zeggen dat het optisch onmogelijk leek en technisch erg ingewikkeld is. Het begon met een droom; nu zijn we vier jaar verder en hebben we eindelijk de juiste groep mensen bij elkaar om het te gaan ontwikkelen."