Nieuws Actueel

Zo boeken Rob Peetoom en zijn zoon zakelijk succes met dezelfde filosofie

Vader Rob Peetoom en zoon Roger gaan als respectievelijk kapper en horecaondernemer ieder hun eigen weg, maar houden er dezelfde filosofie op na. ‘Je moet het publiek vinden dat bij je past.’

Guy Hoeks | Foto: ANP 30 augustus 2018

Rob Peetoom

Een late vrijdagmiddag, de zon staat pal op strandtent Republiek in Bloemendaal, als de 73-jarige Rob Peetoom, gebronsde huid, blonde lok en een zwart slim-fit t-shirt, binnen gelijk vertelt dat zijn oudste kroos Roger helaas niet kan komen vanwege een gebroken arm van zijn zoon. Roger is eigenaar van de hippe Bloemendaalse beachclub. ‘Een dokter is natuurlijk geen kapper, waar je even zonder afspraak binnenloopt en een half uur later weer weg bent’, zegt hij breed grijnzend. De knipgoeroe weet het ijs direct te breken met de soepele oneliner. ‘Werk jij trouwens 24/7?’

Morgan & Mees

De volgende ochtend ontmoeten we elkaar weer. Dit keer in het restaurant van Morgan & Mees in Amsterdam-West, waar het terras om half 12 al barstensvol zit met yuppen. Zo’n drie jaar geleden toverde Roger Peetoom (48) de voormalige sportschool om in een boutiquehotel met restaurant en cocktailbar. Peetoom senior komt binnengewandeld. ‘Heb je al ontbeten?’, vraagt de goedlachse kapper, getooid met een zelfde zwarte t-shirt en een hip rond zonnebrilletje. Even later schuift zoon Roger aan. Beiden barsten in lachen uit. ‘Tja, ik weet niet voor wie het compliment is’, zegt Roger ongemakkelijk. ‘Maar we zijn in elk geval geen broers.’

Het contrast tussen de ondernemende vader en zoon kan op het eerst oog niet groter. Waar Rob Peetoom als kapper al bijna vijftig jaar volop in de schijnwerpers staat, leeft Roger, een succesvolle horecaondernemer in de hoofdstad, in de betrekkelijke anonimiteit voor het grote publiek. ‘Wat dat betreft zijn we erg verschillend. Rob zoekt voor zijn business vaak de media op, terwijl ik het liefst op de achtergrond blijf.’

Barman op Leidseplein

Waar zijn jongere broer en twee halfzusjes al jaren deel uitmaken van het kappersbolwerk van pa, is Roger op jonge leeftijd een heel ander pad ingeslagen. ‘Iedereen zag dat hij al vroeg de beste strandloper was’, vertelt Peetoom senior over zijn oudste zoon die zijn eerste stappen in de horeca zette als 14-jarige bij Club Tropical in Zandvoort. In zijn vroege twintiger jaren werkt Roger als barman op het Amsterdamse Leidseplein en participeert hij in feestcafé Lang Leve de Lol. Op zijn 27e wordt hij manager van Palladium, een restaurant en bar eveneens gelegen aan het Leidseplein. Via de tweede vrouw van Rob, die Australisch is, gaat Peetoom junior drie jaar down under, waar hij een restaurant in Sydney runt. ‘Dat hebben we van kiet af aan gebouwd. Maar uiteindelijk heeft Europa culinair meer te bieden’, vertelt Roger over zijn terugkeer naar Nederland.

Dat zijn vader het ondernemerschap in zijn jeugd aanwakkert is onmiskenbaar, maar direct gehoor geven aan de wensen van pa doet Roger niet. ‘Eenmaal in de horeca, zei ik tegen hem: begin een strandtent!’ Dat ziet Roger in eerste instantie echter niet zitten, vanwege de vaak slechte zomers in Nederland waarin weinig verdiend kan worden. ‘Uiteindelijk werd zijn eerste eigen horecazaak toch een strandtent’, lacht Rob. Republiek, geopend in 1999, wordt drie jaar na de oprichting overgenomen. Roger: ‘Dat is al die jaren lucratief geweest.’

Lopende zaken en nieuwe ideeën

Gevraagd naar wat een goede ondernemer maakt, antwoordt Rob Peetoom zonder aarzelen. ‘Denk altijd goed na over lopende zaken en blijf om je heen kijken naar nieuwe ideeën. Tegelijk mag je je eigen segment niet uit het oog verliezen.’ Het ontbijt, een spiegelei op een sneetje bruin, is gearriveerd als hij zijn relaas vervolgt: ‘Je kunt wel een Michelin restaurant willen openen, maar is dat ook de omgeving waar je je prettig bij voelt’?, vraagt hij retorisch. ‘Kijk, ik wil altijd de hoogste kwaliteit in mijn vak als kapper, maar je kunt ook de hoogste kwaliteit nastreven in een iets lager segment. Je moet ook het publiek vinden dat bij je past.’ Zoon Roger vult aan: ‘Bij Republiek en mijn andere zaken zijn veel gasten ook vrienden geworden, terwijl je bij een sterrenrestaurant meer spreekt van klanten’. Intussen komt er een sneakerondernemer van de Elandsgracht binnengewandeld. ‘Hoe is het Daantje?’, vragen de Peetooms tegelijk enthousiast. Daan, een type skater van eind twintig met een platte pet: ‘Goed! Even lekker ontbijten met de boys, we gaan zo naar het Chin Chin festival.’

Naast Republiek in Bloemendaal en Morgan & Mees bestiert Roger Peetoom in Amsterdam ook Brut de Mer, Van ‘t Spit en Pazzi. Van die laatste twee zijn er meerdere vestigingen in en buiten de hoofdstad te vinden. ‘In deze restaurants hebben we specifieke concepten uitgewerkt met kleine menukaarten en die slaan in Amsterdam erg goed aan.’

Bourgondisch

Waar vader Rob in 4 Mavo van school wordt gestuurd en zijn eigen kapsalon in Santpoort opent, krijgt ook Roger op jonge leeftijd de verantwoordelijkheid over een eigen onderneming. ‘In Australië was het heel hard werken om de zaak levende te houden. Zo was het normaal dat surfers en andere gasten hun eigen drank mee brachten’, zegt hij. ‘Daardoor liep je een behoorlijke omzet mis. Maar ik heb daar echt leren knokken voor mijn knaken.’ Dat het ook tegenwoordig niet overal even voorspoedig gaat, ondervindt Peetoom junior buiten de hoofdstad. ‘Het idee van een goede kip eten met eenvoudige bijgerechten, zoals bij Van ‘t Spit, werkt heel goed in Amsterdam, maar buiten de hoofdstad hebben we wel wat opstartproblemen, vertelt hij onomwonden. ‘Amsterdammers gaan sneller voor een kippetje buiten de deur, terwijl mensen in Breda of Eindhoven bourgondischer zijn ingesteld. Daar willen ze langer tafelen.’ Hoe gaat hij daarmee om? ‘We toveren binnenkort een Van ‘t Spit in Breda om in een Pazzi, een plek met simpele Italiaans gerechten, waardoor het iets toegankelijker wordt’, vertelt Roger.

Een tikkeltje overmoedig was Peetoom junior misschien toen hij gewiekst de succesformule dacht te kunnen kopiëren naar andere steden. ‘In Amsterdam verandert alles wat we aanraken in goud, maar in steden als Rotterdam is het anders.’ Evengoed houdt de horecatijger vast aan het single dish-concept. ‘Ik geloof nog altijd dat er in elke grote stad ruimte is voor zo’n specifiek idee.’

Investeren

Ook een goede ondernemer heeft dus niet altijd en overal gelijk een daverend succes te pakken, zo weten de Peetooms. Om succes te behalen gaat het volgens hen vooral om het investeren in de mensen om je heen. ‘Sociale omgang met de consument is heel belangrijk’, zegt Rob Peetoom. ‘Of dat nu voor een knipbeurt is of bij een driegangenmenu, je wilt mensen blij maken en dat doe je sneller als je een aangename sfeer creëert.’

Volgens Roger draait het niet alleen om een goede klantrelatie, maar ook om het onderhoud met het personeel. ‘Motiveer je eigen mensen op een goede manier, want uiteindelijk moeten zij ervoor zorgen dat het klopt en de service goed is.’ Rob Peetoom: ‘Zo had ik meer kapsalons kunnen hebben, maar je moet eerst zorgen dat je team goed staat voordat je kunt uitbreiden.’

Tien jaar wacht Peetoom met het openen van de volgende kapperszaken. Inmiddels heeft hij achttien salons uit de grond gestampt en een eigen academie in de suikerfabriek op in Halfweg. Als de vitale zeventiger niet in Nederland is, verblijft hij op Bali, waar nog een kapperszaak te vinden is. Ook Roger heeft naar eigen zeggen met Republiek eerst voor zekerheid gekozen, alvorens toe te geven aan zijn expansiedrift. ‘Pas sinds acht jaar groeien we explosief en zijn er tien ondernemingen bijgekomen.’

Jubileumjaar

Volgend jaar bestaat Rob Peetooms kappersimperium een halve eeuw. Net als vijftig jaar geleden verwacht Roger wederom acte de présence te geven. ‘Op de opening van mijn eerste kapperszaak was hij er als drie maanden oude baby al bij’, zegt Peetoom senior met gepaste trots. Waar Rob Peetoom in zijn jubileumjaar een vestiging zal openen in New York, voelt Roger die uitbreidingsdrang naar het buitenland nog niet. ‘Een voorwaarde voor een succesvolle horecazaak is dat je er echt bij bent en in de buurt woont.’

De toekomst van zijn vak ziet Roger Peetoom rooskleurig in. ‘Uit eten gaan wordt steeds populairder’, zegt hij. ‘Mijn grootouders gingen misschien een keer per jaar naar een restaurant, nu koken veel mensen niet eens zelf meer.’ Dan: ‘Maar je ziet in Nederland maar weinig mensen die van horeca echt hun vak maken. Of je moet je eigen tent openen. In de bediening werken is toch vaak een veredelde studentenbaan, hoewel dat in de keuken anders is.’

Rob enigszins melancholisch: ‘Het probleem in het kappersvak is dat de winstmarges kleiner worden, omdat de lonen omhoog gaan door de schaarste. De meeste jongeren willen tegenwoordig studeren en niet te hard werken, terwijl kapper zijn gewoon hard werken is. Dat maakt het moeilijk om personeel aan te trekken. Zo betaal je in bepaalde wijken in New York 500 dollar voor een knipbeurt!’

Doorgroeien

Net als in de horeca is het volgens Rob Peetoom moeilijk een leven lang als kapper te werken. ‘Als je een eigen zaak vanaf je 30e runt, dan ben je er na je 50e wel een beetje klaar mee.’ Behalve bij hemzelf meent Rob: ‘Hier kunnen kappers stapsgewijs doorgroeien tot ze uiteindelijk partner worden in het bedrijf.’ Hetzelfde ondernemersprincipe hanteert zoon Roger. ‘Als mensen zich echt onderscheiden, dan wil je ze belonen en laten participeren in je concepten. Dat is dé manier om te vermenigvuldigen. Daar ben je als ondernemer zelf ook het meest bij gebaat.’

Willen vader en zoon ooit nog eens aan het strand wonen? ‘Ik ben verknocht aan Amsterdam’, zegt Roger. ‘Maar de afwisseling met Bloemendaal is heel fijn.’ Vader Rob: ‘Ik vlieg volgende week weer voor zes weken naar Bali.’ Dan gevat: ‘Heb je die opgespoten zandstranden in Amsterdam niet gezien?’