Nieuws Actueel

Sleepjesloepje pikt plezierbootjes op met pech

Paul van Meelis (52) van Sleepjesloepje pikt plezierbootjes op met pech en brengt ze naar de scheepswerf. Op zonnige dagen regent het telefoontjes. "Dagjesmensen zijn op het water druk met foto’s maken en pimpelen", zegt hij in Het Parool.

Marloes de Moor | Foto's: Dingena Mol 9 augustus 2016

20160725 Sleep Je Sloepje 01

"Zonder sleeptros ben ik niks. Dat is mijn beste vriend", zegt Paul van Meelis (52) van Sleepjesloepje. Hij is in de Marina Westerdok aan de Bickerswerfmet een fors touw in de weer. "De kunst is om de juiste lengte van de tros te bepalen." In de haven ligt een parmantig scheepje, de Nausika, een slag groter dan de gele sleepboot waarmee Van Meelis sinds tien jaar plezierbootjes met pech helpt. De schroefas van de Nausika zit vast. Van Meelis is eerder al te water gegaan om te kijken of er misschien een plastic zak in was vastgeraakt.

Grimmige vis

"In het centrum is dat vaak een tas van Albert Heijn en daarbuiten van de Dirk. Maar dit keer was dat niet de oorzaak. De eigenaar heeft me daarom gevraagd om deze boot voor reparatie naar scheepswerf Bierenbroodspot te brengen." Het is de eerste klus van Sleepjesloepje deze ochtend. Wat moeizaam komt de Nausika in beweging. "De ene boot is makkelijker dan de andere. Dit is een lastige, omdat ze zwaarder is dan de mijne." Met de spitse boeg en de ronde patrijspoorten heeft de Nausika iets weg van een grimmige vis die zich onwillig laat meeslepen. "Ze kijkt een beetje boos. Alsof ze zegt: pas maar op!" roept Van Meelis lachend. Maar na enig weerbarstig verzet volgt de kajuitboot hem uiteindelijk gedwee en trekt een bedaard spoor door de grachten. "Uiteindelijk win ik toch altijd."

Van Meelis kan alle plezierboten tot vijftien meter slepen, van zeilboten met een kiel tot motorsloepen. Op drukke dagen helpt hij met zijn bedrijf Sleepjesloepje soms zo’n vier bootjes per dag. "Gister kreeg ik zo veel telefoontjes dat het er ook zes of meer hadden kunnen zijn, maar meer dan vier op een dag lukt meestal niet. Ik kan maar op één plaats tegelijk zijn. Het kost veel tijd om van de ene naar de andere plek te varen."

Collega's

Als Van Meelis vol zit, verwijst hij klanten door naar zijn collega Arie Jansen van Zeeg Nautische Dienstverlening of naar Royal Ship, die ook hulpverlening op het water bieden. Van Meelis werkt zowel op afspraak als op afroep. Bij een afspraak vragen klanten hem om hun bootje naar een reparateur of scheepswerf te brengen. "Die telefoontjes komen vaak na een zomers weekend. Mensen zijn dan ergens gestrand en vragen mij hun bootje op te halen. Uiteraard bellen ze ook als ze meteen hulp nodig hebben."

Voor zestig euro per uur sleept Van Meelis ze naar een reparateur of werf. Zelf doet hij geen reparaties. "Ik ben geen monteur. Bovendien kom ik dan te veel in het vaarwater van de scheepswerven. Maar ik heb wel een pomp aan boord waarmee ik een lek schip drijvend kan houden, en een jumpstarter om een lege accu mee op te laden."

Stuurloos

Afgelopen weekend was het weer raak. Topdrukte. Van Meelis treft dan bijvoorbeeld gezinnen of vriendengroepen die stuurloos op het water dobberen, stuiterend op de golfslag van passerende binnenvaartschepen. Huilende kinderen aan boord, een omgevallen mand met broodjes, mensen die paniekerig staan te gebaren. "Varen is dan ineens een stuk minder leuk voor ze. Ze zijn altijd blij als ik eraan kom", zegt Van Meelis.

‘Mijn badeendje’

Een uitgevallen motor of een geblokkeerd roer zijn de meest voorkomende problemen. Of bootjes die geen brandstof meer hebben, met een lege accu staan of in aanvaring zijn gekomen met een ander schip. De groep onervaren schippers wordt de laatste jaren groter volgens Van Meelis, mede vanwege de verhuur van sloepen en initiatieven als boot- en sloepdelen. "De meeste van hen zijn niet gewend om te varen. Varen is om je heen kijken, anticiperen, maar dat blijkt voor veel dagjesmensen lastig te zijn. Ze zijn met van alles bezig: hun telefoons, pimpelen, foto’s maken en praten, en letten niet op wat er om hen heen gebeurt. Dat kan aanvaringen veroorzaken. Kapiteins van rondvaartboten klagen op de marifoon steen en been over hun vaargedrag."

Laats theeft Van Meelis nog een polyester sloep gesleept, die gebotst was met een stalen baggerschuit. "Er zat een gat in die boot. Met de pomp erbij hebben we haar drijvend weten te houden." Van Meelis vaart met de Nausika in zijn kielzog het open water van het IJ op. Hij schakelt de marifoon op kanaal vier. "Ah, even lucht, ruimte!" roept hij. "Varen op open water vind ik het leukst. Daar zijn de grote jongens en dan hoor ik er toch een beetje bij. Met mijn badeendje", grinnikt hij, want zo wordt zijn kleine gele sleepbootje met het rode dak vaak genoemd.

"Dit is een beruchte plek." Hij wijst op een deel van het IJ dat is afgezet met gele tonnen en boeien. "Onder het water ligt een damwand om de panden aan de Silodam te beschermen tegen grote schepen die uit koers lopen. Schippers varen rustig dwars door dat gebied heen en botsen dan op die wand. Ik heb er dit jaar al verschillende bootjes vanaf moeten halen."

Voorrang

Aan de bakboordzijde passeert de pont naar Noord. Een passagier met witte baard beziet hoofdschuddend een vrouw in een zeilbootje die geen voorrang dreigt te verlenen. ‘De badeend’ kent hij klaarblijkelijk. Traag steekt hij een wijsvinger op.

Als Van Meelis de Nausika bij scheepswerf Bierenbroodspot heeft afgeleverd, moet hij voor een tweede klus naar het bedrijf Hoosjebootje in Oost. Daar ligt een grijze, wat verwaarloosde oude reddingssloep te wachten. Bij elke werf waar Van Meelis aankomt, verrijst uit de stalen rompen, sissende lasapparaten en klingelende masten een potige man die luid aanwijzingen geeft en touwen toewerpt. Van Meelis heeft klanten bij alle jachtwerven in Amsterdam. Die kunnen hem bellen als er een probleem is. Dat ontstond min of meer bij toeval. Nadat hij was gestopt met zijn werk bij Mojo Concerts en een halfjaar met zijn gezin op de Oostzee had gezeild, besloot hij dat hij elke dag op het water wilde zijn.

Geen 'pratende vracht'

Hij liet een sleepbootje bouwen, maar een bedrijf had hij nog niet. "Totdat ik een stuk ging varen en onderweg iemand met bootpech tegenkwam. Die vroeg of ik hem naar jachthaven Bouwmeester aan het Nieuwe Diep wilde slepen; mijn eerste klant. Al snel volgden er veel meer." Eventuele passagiers zet Van Meelis direct aan wal; ‘pratende vracht’ neemt hij niet meer mee. Een keer overkwam het hem dat de sleeptros brak en een stalen sluiting tegen het hoofd van een passagier werd gekatapulteerd. "Overal bloed. Brandweer, ambulance erbij. Daar ben ik erg van geschrokken. Sindsdien sleep ik nooit meer bootjes met mensen erin. Ik maakte die fout doordat ik dacht: dat doe ik wel even."

Van Meelis werkt het hele jaar door, dus ook bij storm, kou en slagregen. "Ik ben geen KNRM of reddingsdienst en met dat soort weer gaan mensen met plezierbootjes meestal niet het water op. Voor mij zijn de zonnige dagen het drukst. Toch heb ik wel meegemaakt dat ik tijdens een najaarsstorm een losgeslagen woonarkje in Noord moest veiligstellen en afmeren. Eén grote watermassa was het. De regen joeg tegen de ramen, de ruitenwissertjes gingen tekeer. Ik zag vrijwel niks. Maar, hoe langer je tegen de wind in vaart, hoe rustiger het wordt."

Hij maakt het touw gereed voor de grijze boot bij Hoosjebootje. Anders dan de Nausika volgt deze boot zonder naam hem zonder morren. "Kijk, ze luistert goed! ‘Ze’ hè", waarschuwt hij. "Ik werk alleen met vrouwen." Geroutineerd vaart hij door de grachten naar Boot Service Amsterdam aan de Hoogte Kadijk. Hij kijkt nog eens achterom naar de grijze boot. "Net iets uit het midden. Dat is het beste. Dan heb je geen last van het schroefwater." Tevreden: "Dit is een ideaal sleepje."