Nieuws Actueel

Van Xenos-directeur tot vrijwilliger voedselbank

Hij was ooit 'de baas' van 72 Xenos-winkels en is nu de oudste vrijwilliger (80) van de voedselbank. Alewijn van der Sluis: "Mensgericht, dat ben ik wel. De aard van 't beestje." Het Brabants Dagblad gaat met hem in gesprek.

Maarten van de Rakt | Foto: Jeroen Appels 25 maart 2016

Xenos Voedselbank

Elke woensdag tuft hij in zijn Hyundaitje naar de voedselbank in de Osse Rossinistraat. Daar staat Alewijn van der Sluis met z'n makkers te 'portioneren'. Schnitzels en ballen gehakt ompakken naar gezinsporties. Plastic schort om, kapje op, wegwerphandschoenen aan.

Deze week werd hij 80 jaar.

Hij is de oudste vrijwilliger van de voedselbank. Ooit was hij algemeen directeur van 72 Xenos-winkels. Nou ja, directeur... Zelf houdt hij het liever op 'de baas'.

We treffen Van der Sluis op zijn verjaardag, thuis, een boerderijtje op een idyllisch plekje in Schaijk. Hij woont er al jaren, sinds 1966. Rijen oude lindebomen omranden de boerderij. Hij heeft net zijn scharrelende kippetjes gevoerd. Op klompen kleppert de geboren Rotterdammer achterom de keuken in.

Hoe bent u bij de voedselbank terechtgekomen?"Ik ben diaken bij de Paaskerk in Oss. Twaalf jaar geleden kwam een vluchtelingengezin in Heesch terecht. Een christengezin met zes kinderen uit de Soedan. We zijn met die mensen elke week voedselpakketten gaan halen bij de voedselbank van de familie Faulhaber. Ik ben er gaan helpen toen ze dat vroegen. Later stond ik aan de wieg van de huidige voedselbank. Hoe dat gaat? Je rolt erin. Je pakt iets op dat dicht bij je ligt. Zo heb ik de afdeling vers vlees en vleeswaren gekregen. Ik doe het met plezier. Op donderdag reiken we vanuit vrieskasten vlees en vleeswaren uit. Dan zie je de mensen voor wie je het doet langskomen. Kleine kinderen die met grote oogjes kijken en commentaar geven: lekker, mam. Dat is mooi om te zien."

Wat sprak u aan om te gaan helpen?"Ik heb altijd iets met food gehad. Ik heb voor een handelshuis zeven jaar in Kameroen gewerkt. Dat exporteerde cacaobonen en importeerde van alles. Daarna werkte ik voor De Gruyter in Den Bosch, in de levensmiddelensector. Ik ben in 1975 gevraagd de Xenos te gaan leiden. Bij de opsplitsing van De Gruyter wilde niemand de Xenos hebben. Ze vonden het zo'n gekke formule. We werden ingelijfd door het SHV-concern, de Steenkolen Handels Vereeniging. Xenos was een vreemde eend in de bijt, vandaar ook die naam. Met producten als thee, wierook, Indisch eten, kruiden. Dat heb ik gedaan tot mijn pensioen in 1999. We groeiden van drie naar tweeënzeventig winkels. Kennelijk deed ik het goed. Ik kreeg voor de overname door een investeringsmaatschappij complimenten. Als enige van de bedrijfsactiviteiten had ik een constante lijn in de ontwikkeling van de formule gehandhaafd. Het was wel aanpoten; ik heb heel wat uren in de week gedraaid, relatief weinig vakantie."

Los van affiniteit met food moet er toch ook zoiets zijn als hulpvaardigheid?"Zonder dat zou het niet kunnen. Mensgericht, dat ben ik wel. Ik heb altijd oog voor de medemens. Het is belangrijk dat mensen zich ontfermen over elkaar. Als je nu die protesten ziet tegen vluchtelingen, dat stuit me tegen de borst. Als kind kon ik makkelijk iets delen, terwijl mijn oudste broer meer naar zich toe haalde. Dat zie je in je latere leven terug. De aard van het beestje, zeg maar. 'Ruim jij maar lekker op', zei moeder na het spelen paaiend. En dan deed ik dat. Als directeur groeide je ook mee. Heel wat medewerkers zullen met plezier en dankbaarheid terugdenken aan de periode dat ik de baas was. Want ik had oog voor hen. Al moest ik in de crisis van 1984 ook streng zijn. Toen hadden we ook een dip in de economie. Daarbij ben ik meer een doener dan een denker. De meeste mensen keren het om en blijven hangen in de twijfel."

Terug naar de voedselbank, hoe gaat het daar momenteel eigenlijk mee?"We zijn behoorlijk gegroeid sinds we in de Rossinistraat zitten. We voeden zo'n 575 mondjes. De mensen krijgen een mooi pakket, met dank aan Unox, Padifood en Dalco. Ook kleine ondernemers zijn betrokken, zoals de keurslager in de Ruwaard en bakker Lamers. We voorzien in een behoefte. Het is broodnodig. Mensen staan al een uur voor we opengaan buiten te kletsen. Ze komen niet meer schuw naar binnen. Vroeger was er nog wat gêne, maar het tv-programma Effe geen cent te makken met Natasja Froger heeft gezorgd voor een ommekeer, hoe mensen ertegenaan kijken."

Hoe is uw agenda verder gevuld?"Woensdag en donderdag dus de voedselbank. Dinsdagochtend komt al jarenlang de hulp, en 's middags bridgen in het dorp bij de KBO. Dan is er het diaconale werk voor de Paaskerk. Leden bezoeken, die daar behoefte aan hebben. Omdat de partner overleden is of opgenomen wordt in een verzorgingshuis. Daar ga ik dan een kopje koffie drinken. De medemens moeten we niet uit het oog verliezen. Ook zorg ik voor de inhoud van de kerstpakketten, een stuk of 24. En met Pasen krijgen die mensen een paasstol met attentie - dat is al jaren zo. Maandag heb ik nog drie adressen bezocht. Verder is er op zo'n perceel als dit genoeg te doen."

Dat is toch allemaal niet bij te benen?"Vroeger deed mijn vrouw de bloemborders. Die laat ik maar een beetje op zijn beloop, net als de bosstrook. Voor het gras heb ik een zitmotormaaier. Ik ben recht van lijf en leden, gelukkig wel. Je hebt natuurlijk je beperkingen. Ik kan niet meer twee kratten tegelijk tillen. Pas is mijn rijbewijs met vijf jaar verlengd. Maar goed ook, want op de fiets is het allemaal niet te doen. Eenzaam? Laat ik het zo zeggen: mijn vrouw en ik waren erg gastvrij. We hadden vier feestdagen per jaar, Pasen, Pinksteren, haar verjaardag en Kerstmis. Dan bleef een groep gasten een paar dagen slapen in de boerderij. Afgelopen weekeinde hebben we mijn verjaardag gevierd, weer met logés. Zonder haar is het natuurlijk stiller in huis. Dat is nu eenmaal zo."

Weer gaat de telefoon, die normaal weinig rinkelt. Alewijn van der Sluis verontschuldigt zich een beetje. "Er zijn mensen die het nodig vinden mij vandaag te feliciteren."