Nieuws Actueel

De Vegetarische Slager gekozen tot 'Coolest Dutch Brand'

Niet VandeBron, niet Tony Chocolonely maar De Vegetarische Slager is gekozen tot 'Coolest Dutch Brand'. Voor deze prijs, een initiatief van FONK Magazine, sprak een vak- en publieksjury een duidelijke voorkeur uit voor het bedrijf van Jaap Korteweg.

Hille van der Kaa Foto: Marcel Otterspeer / Pix4Profs 21 maart 2019

Foto jaapkorteweg

FONK Magazine is de bedenker/initiatiefnemer van de jaarlijkse Coolest Dutch Brand en heeft in 2018 maandelijks een merk gekozen, een nominatie. Het thema draaide dit jaar om actuele sustainable brands die door lef en uitgekiende marketing aan een opmars zijn begonnen, waardoor ze een breed publiek aanspreken en van daaruit ook daadwerkelijk een verandering weten te bewerkstelligen. Na diverse voorrondes bleven De Vegetarische Slager, Tony Chocolonely en Vandebron over als finalisten. Een vak- en publieksjury koos, met maar liefst 77% van de stemmen, voor De Vegetarische Slager als dus overduidelijke winnaar.

Jaap Korteweg, oprichter en CEO van De Vegetarische Slager: 'We willen de grootste slager ter wereld worden en zo snel mogelijk. Dat heb ik zo gezegd omdat je dan een business plan hebt dat je nooit meer hoeft bij te stellen. Onze producten worden nu in zeventien landen op vierduizend locaties verkocht. En dat is nog maar het begin.'

De Ondernemer publiceerde meerdere artikelen over Jaap Korteweg. Met het winnen van de prijs geven we dit bijzondere artikel, een tweegesprek met z'n moeder Janny, graag nog 'ns alle aandacht.

Janny (90) en Jaap (55). In haar houten huis in Zevenbergen, vol met engelen en stenen. Vlak bij de boerderij waar het gezin Korteweg opgroeit. Zij in haar favoriete zetel aan het raam, hij naar haar toegebogen vanaf de keukenstoel. Op een metertje afstand, zodat moeder zoon goed kan verstaan. Hun donkere ogen - 'die heeft hij zeker van mij' - laten elkaar niet los. Hij laat haar vertellen. Ze begint met pa. "Want anders was Jaap er niet, hè." Ze knikt naar het zwart-witportret dat dicht bij haar hangt. "Kijk, daar is-ie." Een knappe man, donkere wenkbrauwen. Pa, Gerrit Korteweg. Hij overlijdt vijftien jaar geleden op 80-jarige leeftijd.

Ze ontmoet hem op haar 27ste, na een mooie maar moeizame jeugd. Janny groeit op in Schouwen-Duiveland. Zonder moeder. Vlucht met haar vader in de oorlog via Voorburg naar West-Brabant. Genoeg meegemaakt voordat het leven als mevrouw Korteweg begint. "Gerrit beschermde me. Het voelde als een dak boven mijn hoofd."

Gerrit begint pas laat écht voor zichzelf. Op zijn 37ste, te laat naar eigen zin. Want een boer moet jong beginnen, vindt hij. Gerrit doet het goed. Zo goed, dat mensen hem vragen stellen. Hem opzoeken. Hij treedt in boeren- en schoolbesturen. Niet omdat hij zo graag in de belangstelling staat, maar meer uit pragmatische redenen. Functioneel. Jaap: "Dan had hij wat te zeggen." Een prater is Gerrit niet. Een warme vader thuis, maar daarbuiten geen groepsmens. Op de boerderij doet hij het liefst alles zelf. De kinderen komen, vijf in totaal. Twee jongens, drie meiden. Jaap is de vierde.

Jaap trekt al vroeg zijn eigen plan. Moeder lacht als ze daarover vertelt. Echt zorgen maakt ze zich nooit over hem. Niet als hij er op het strand standaard tussenuit piept ('dan vonden we hem wel weer terug'). Of als hij op 6-jarige leeftijd alleen achterblijft in Nijmegen na een familie-uitje ('niemand had op 'm gelet, we hadden drie auto's vol, maar dat kwam wel goed').

Op school kijkt Jaap liever naar buiten dan naar het bord, iets wat moeder en vader regelmatig te horen krijgen. Janny: "Ja, dat was dan zo." Zoon: "Ze maakten daar nooit zo'n punt van. Niet dat ze me daar dan heilig verklaarden, maar het was bij ons thuis niet dat het zo moest en zou. Misschien had dat wel iets strakker gekund. Ik ben zelf strenger voor mijn kinderen. Al is dat helemaal niet nodig, want die doen alles vanzelf."

De vrijheid die Jaap krijgt, geldt ook voor het uitnodigen van vrienden. De deur staat altijd open in huize Korteweg, de kiet zit vaak vol. "Niet zoals bij andere boerderijen, waar je dan maar één vriendje mocht meenemen." Moeder: "Bij ons was iedereen welkom." Als de kinderen Korteweg gaan stappen, blijft de deur 's nachts van het slot. Jaap: "Dan lag er op tafel een briefje, waarop iedereen aftekende of-ie al binnen was en in welke kennelijke staat. De laatste moest dan altijd de boel afsluiten." Janny: "Dat werkte prima."

Jaap gedijt in de vrijheid die zijn ouders hem geven. Wil woudloper worden. Hij trekt eropuit. Jaagt in figuurlijke en letterlijke zin. Op zoek naar ... Ja, naar wat eigenlijk? Iets. Hij wil ontdekken, uitvinden. Zoekt de randen van zijn speelveld op met zijn jachtgeweer. In tegenstelling tot zijn vader, die één keer schiet en het voor altijd verfoeit, houdt Jaap Korteweg voor zijn vegetarische ommezwaai hartstochtelijk van de jacht.

De gaten in de muur van het oude ouderlijk huis vormen het bewijs. Eén keer gaat het mis. Jaap zet zijn flobertgeweer neer en het kruit schiet door het plafond. Een kogel ketst af op het lijstje met de huwelijksfoto van pa en ma. Glas kapot, foto heel. Moeder: "Of ik hem toen op zijn falie heb gegeven? Oef, weet ik niet. Ja, ik zal hem er vast op aangesproken hebben.

Jaap oogt schuldbewust. Zachtjes: "Dat had fout kunnen aflopen." Moeder kijkt hem vragend aan. "Wat zeg je? Ik hoor je zo slecht als je daar zit." Zoon, rustig: "Dat het weleens fout had kunnen aflopen, ma." Janny recht haar rug. "Ja, ik denk dat-ie daar wel van schrok. Maar het huis was ook nog uit de tijd van Napoleon, dus kon niet zoveel hebben."

Een doerak, dat is hij. Wel eentje die je kunt vertrouwen, voegt zij er snel aan toe. Pa en ma vinden het niet gek dat Jaap, in tegenstelling tot zijn vader, al vroeg zijn eerste schreden zet op weg naar zijn eigen boerenbedrijf. School laat hem koud, buiten aanklooien ligt hem des te meer. Hij wil het anders doen dan senior. Niet alleen. Veel te saai. Met een groep scholieren als hulp draait hij zijn eerste jaren op de boerderij in Zevenbergen. Hij is dan nog geen 20. Zijn vader loopt rond, geeft advies.

Jaap slaat het in de wind. "Ik wilde het zelf doen. Achteraf gezien niet zo'n goed idee. Ik heb in die jaren heel wat fouten gemaakt." Gerrit laat hem zijn gang gaan. Jaap: "Nu weet ik hoe bijzonder dat is. Dat hij me vrijheid gaf, terwijl ik altijd wist dat ik bij hem terechtkon als het écht mis zou gaan." Pa blijft helpen, zonder zijn stempel te drukken. Schudt zijn hoofd als Jaap weer eens een afslag neemt die hij niet begrijpt, maar láát hem vooral. De vrijheid die hij bij de overname van het boerenbedrijf maar moeilijk van zijn eigen vader krijgt, geeft hij wel aan Jaap. "De basis van mijn zelfvertrouwen."Waar vader weleens foetert, bewaart Janny de rust. Jaap: "Daar had pa dan een hekel aan, toch, als je het voor me opnam?" Haar ogen twinkelen. "Ach ja, het kwam toch altijd weer goed."

Het tekent haar. De kalmte waarmee ze reageert op onbezonnen acties van haar zoon. Jaap noemt zijn moeder 'flegmatisch'. De rust zelve. "Dat zie ik terug bij jou", zegt ze bedachtzaam, terwijl ze Jaap lang aankijkt. Hun blikken laten een innige verstandhouding zien. In de conversatie valt geen onvertogen woord. Ze laten elkaar uitspreken, willen elkaars antwoorden niet verstoren. Als Jaap koffie zet, valt het stil aan tafel. Een prettige stilte, zoals die kan vallen tussen mensen die op hun gemak zijn met elkaar.

De rust? Die heeft pa minder, vertelt Jaap later. Gerrit kon juist heel driftig zijn. Zeker als kind. Zoals die keer dat opa Korteweg een zieke kip wil doodschieten. Gerrit gooit boos zijn schoen door de ruit, schreeuwt 'dierenbeul'. Opa sluit hem op in de voorraadkast, om hem te laten afkoelen. Daar drinkt hij pardoes een fles levertraan leeg. Jaap: "Tja, wat moet je anders in zo'n kast?" Dan: "Dat wist je niet, hè ma, van die levertraan?" Janny, verwonderd: "Nee, maar het verbaast me niets, het was ook zo'n dierenvriend."

Zij volgt sinds een paar jaar zijn voorbeeld als vegetariër, al 'moet je buiten de deur niet al te moeilijk doen'. En een visje? Dat lust ze zeker wel. (Jaap mompelt: "Daar moet nog aan worden gewerkt.") Elke dag eet ze iets van haar zoon, uit de vriezer. Die stopt hij vol met de producten die iets afwijken van vorm en daardoor niet de verkoop in kunnen.

Ze vindt het heerlijk. "Behalve die schijf van laatst; wat was dat ook alweer?" Jaap fronst. "Een schijf?" Moeder en zoon overleggen. Welke was het dan? De gehaktbal, nee? De bamihap, nee? Was het wel van De Vegetarische Slager? "Ja, nu wil ik het ook wel echt weten, hoor."

Het gesprek over de vermaledijde schijf verstomt wanneer Jaap zich herinnert dat hij worsten voor zijn moeder heeft meegenomen. Nieuwe, die binnenkort in productie komen. Hij maakt er wel even een paar klaar. "Kijk ma, die moet je dan met plastic en al in de pan doen, maar niet laten koken." Zij knikt tevreden. Alsof ze zegt: dat doe jij toch prima zo, jongen. Het water kookt over.

Dan schuift Myrthe aan, de 28-jarige dochter van Jaap. Ze kijkt vertederd naar het schouwspel. Op wie zij haar vader het meest vindt lijken? "Ik denk mijn opa, wat uiterlijk betreft. Het sterke. Maar dat praten, dat heeft hij van oma. Dat hij mensen kan aanvoelen." Later, als de fotograaf moeder en zoon naast elkaar op de bank posteert: "Wat zijn ze mooi samen. Kijk dan. Ja, zo lief zijn ze echt. De hele familie en zeker die twee."

In december 2018 nam Unilever De Vegetarische Slager over. Voor Unilever past de acquisitie naadloos in de strategie om het portfolio uit te breiden met plantaardige voedingsmiddelen die gezonder zijn en een lagere impact op het milieu hebben. Daarnaast speelt Unilever met de acquisitie in op de groeiende consumententrend om regelmatig een dagje geen vlees te eten. Voor De Vegetarische Slager ligt de overname in lijn met de groeiambitie om ‘de grootste slager ter wereld te worden’ en hiermee de bio-industrie overbodig te maken. Oprichter Jaap Korteweg: “Het internationale netwerk van Unilever in 190 landen geeft ons hiervoor alle mogelijkheden”.