Nieuws Actueel

Waarom miljonair worden niet voor iedereen is weggelegd

De kans dat je als 'gewone' Nederlander miljonair wordt, is in Nederland groter dan dat je de Staatsloterij wint. Maar de 'maatschappelijke jackpot' komt vele malen dichterbij als je uit een rijk nest komt.

GEA BRUINSMA 20 september 2017

Miljonairs

Het gezegde: met geld maak je geld, blijkt in miljonairsland een waarheid als een koe. Twintig procent van de Nederlandse miljonairs heeft miljonairs als ouders. De kans om als miljonairskind in hetzelfde milieu te blijven is dus vele malen groter dan de kans voor de gemiddelde Nederlander om op eigen kracht zes nullen op de bank te krijgen.

Gelijke kansen

In een ideale samenleving krijgt iedereen gelijke kansen. Ook miljonairs zouden 'netjes' over het hele land, zelfs over de buurten en dorpen verspreid moeten zijn. Om iedereen maar meteen uit de droom te helpen: van een 'nette' spreiding van vermogenden is in Nederland alvast geen sprake.

Zeeland

Uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Centraal Planbureau (CPB) en het rapport Vermogend Nederland van Van Lanschot blijkt dat de meeste miljonairs in Zeeland (1,8 procent) en Utrecht (1,6 procent) wonen. De woonplaatsen Laren, Blaricum en Bloemendaal zijn vervolgens het dichtstbevolkt qua grootverdieners: 10 procent van de populatie van deze dorpen bulkt van het geld.

1 miljoen vermogen

In 2016 passeerde Nederland de grens van 100.000 miljonairs. Dit zijn landgenoten met minstens 1 miljoen euro vermogen, en dan telt de waarde van de eigen woning en de eventuele hypotheekschuld niet mee.

Landbouw

Naast de woonplaats blijkt ook het beroep dat iemand kiest, een verschil te maken tussen of iemand slaagt of niet slaagt in het leven. Zo is ruim 65 procent van de miljonairs van nu ondernemer of ooit ondernemer geweest, en zijn boeren flink vertegenwoordigd. Bijna één op de vijf mensen met meer dan een miljoen aan vermogen is actief in de landbouw.

Ongelijkheid

Waar je woont of welk beroep je uitoefent helpt wel, maar is niet allesbepalend. Een straatarm joch uit Rotterdam-Zuid met een perfect (voet)balgevoel kan ook miljonair worden. Ongelijkheid is op zich niet slecht, aldus hoogleraar Maarten Wolbers van de Radboud Universiteit. ,,Als in een maatschappij ook hogere sociale lagen zijn, hebben mensen iets waar ze naar kunnen streven. Er mag dus best wat verschil zijn, zoals een grotere beloning bij hogere banen."

Scheefgroei

Maar het verschil kan ook te ver gaan, zegt Wolbers. ,,Het wordt een probleem als mensen ondanks hun talent niet hogerop kunnen komen." En op dat punt is in Nederland sprake van scheefgroei: kinderen uit de armere bevolkingslagen krijgen niet dezelfde kansen als de rijkere kinderen.

Gezond en aantrekkelijk

Dat afkomst uitmaakt, concludeert ook het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). De groep van de rijksten in Nederland bestaat uit mensen die naast het meeste geld ook op andere gebieden het meeste 'kapitaal' hebben. Ze hebben vaker een goed netwerk en een sociaal vangnet, beheersen bijvoorbeeld de Engelse taal goed, en zijn gemiddeld genomen gezond en aantrekkelijk.

Netwerk

Voor de mensen die al uit een rijk nest komen, gaat veel vrijwel vanzelf: ouders kennen de juiste mensen, stimuleren hun kinderen door te leren en kunnen bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding of bijles betalen. Daartegenover scoren mensen uit minderbedeelde bevolkingsgroepen slechter op het gebied van alle kapitaalcategorieën. De mensen in de armste bevolkingsgroep hebben nauwelijks een netwerk, de minste kennis van het Engels en zijn minder gezond. Voor die groep is het volgens het SCP dan ook een stuk moeilijker om hogerop te komen in hun carrière. En daarmee lijken de kansen in Nederland toch niet voor iedereen even groot.

Er mag best wat verschil zijn, zoals een grotere beloning bij hogere banen

Maarten Wolbers, hoogleraar