Nieuws Actueel

Directeur uitvaartverzorging stopt; het 50-jarige bedrijf gaat door

Ossenaar Ko van Lith neemt afscheid als uitvaartverzorger. "Door de jaren heen leer je omgaan met andermans verdriet", vertelt hij in het Brabants Dagblad.

Mari van Rossem | Foto: Jeroen Appels 9 maart 2016

Uitvaart Directeur

Veel kán in de hedendaagse uitvaart, waar de voorschrijvende rol van de kerk plaats heeft gemaakt voor de persoonlijke touch. Ko van Lith (58), scheidend directeur van de gelijknamige uitvaartverzorging aan de Osse Docfalaan, weet er alles van. Voor wie het wil, biedt zijn bedrijf de uitvaartfiets aan waarmee een nabestaande de overleden dierbare nog een keertje kan meenemen op een laatste rit door de regio. Een tocht die óók met luxueuze uitvaartbus kan: inclusief drankje en hapje onderweg. Ja, zelfs is er de mogelijkheid om met motor met zijspan de kist mee te nemen, als ronkend alternatief voor de traditionele zwarte dan wel grijze of witte rouwauto. En voor wie de overledene voor altijd en eeuwig bij zich wil dragen, is er de tatoeage, vervaardigd met de as van de dode.

Waren de ontwikkelingen op het gebied van het laatste afscheid nog wel bij te houden?"Die gingen inderdaad razendsnel. Als ondernemende uitvaartverzorger moet je daarop wel inspringen. Zo hadden mijn vrouw Jeanne en ik wel een redelijk vooruitziende blik toen we in 2007 het Herinneringshuis Van Lith startten. Door de ontkerkelijking vroegen mensen in toenemende mate om dat andere afscheid. Deels konden we het al wel bieden in ons stadsmortuarium; daarin pasten echter slechts zo'n honderd belangstellenden. Net als het cremeren is het niet-kerkelijke afscheid enorm in opkomst. Een beetje Fingerspitzengefühl is nodig om zo'n huis voor afscheid, mét 24-uurskamer waarvoor de nabestaanden de sleutel krijgen, tot een succes te maken."

En nu stappen jij en Jeanne uit de wereld die uitvaartverzorging heet. Was er geen opvolger in de familie?"Dat klopt, ja. Die keuze maakten we overigens al veel eerder. Onze beide dochters gaven jaren geleden al aan dat ze hun eigen carrière wilden. Ze studeerden sociaal pedagogische hulpverlening, zijn eigenlijk veel meer dienstverlener dan manager en willen dat laatste ook liever helemaal niet zijn. Voor mij gold dat feitelijk ook. Ik ben inderdaad een selfmade man die van de rol van uitvaartverzorger rolde in die van de leidinggevende toen ons bedrijf steeds groter werd. Mijn hart lag echter altijd bij het contact met de mensen die net een dierbare hadden verloren. Ik denk dat het zorgzame dat míjn vader en moeder typeerde en dat wij en onze meiden nog steeds kennen, in het familie-dna zit. Je bedrijf runnen is andere koek."

Hoe gaat het nu verder met het bedrijf?"Gelukkig hebben we in Wim Muller, sinds vijf jaar mededirecteur, de ideale opvolger. Ik kende hem al als manager van het Beuningse crematorium en wist dat hij graag zijn eigen bedrijf wilde. Wim zet de zaak voort onder onze familienaam. Gewoon, omdat Van Lith nou eenmaal een begrip in de regio is. Aangezien mijn jongste zus Marees en ons nichtje Betty er blijven werken, is die naam Van Lith dus nog steeds een beetje terecht."

Toch wel het einde van een tijdperk..."Ja, maar geen abrupt slot. Stapsgewijs zijn Jeanne en ik de voorbije vijf jaar allebei minder gaan werken. Officieel ben ik op 1 januari van dit jaar gestopt als directeur en bemoei ik me nergens meer mee. Een ander leven gloort nu: ik heb mijn eerste proefrit op de Osse wijkbus al achter de rug."

Wist je altijd al dat je ooit in de voetsporen van je vader zou treden?"Na de mavo Sint-Jan en een jaar meao ben ik op m'n achttiende al in de zaak van onze pa begonnen. Hij was in 1944 in Dreumel als timmerman een eigen bedrijfje begonnen, vervaardigde ook grafkisten en - zo ging dat nog in die jaren - legde de overledene dan ook in die kist. Nadat hij in '66 met ons gezin naar Oss verhuisde, duurde het niet lang voordat ik met lange zwarte jas en hoge hoed bij een begrafenis meeliep. Mijn eerste uitvaart regelde ik op 18-jarige leeftijd."

Was dat niet vreselijk jong?"Mijn vader hield me voor: jongen, zolang je op elke vraag maar een goed en gepast antwoord kunt geven, dan is het oké. Ook al was ik destijds nog erg jong, dat is altijd een leidraad geweest. Waar ik echter al snel van afwilde, was het 'aanzeggen' in de buurt. Ging je op de fiets de wijk of het dorp in om hardop het overlijden van een buurtgenoot te melden. Oók met hoge hoed en slipjas. Daarbij voelde ik me niet zo op m'n gemak, terwijl de collega's van zestig, zeventig jaar oud dat dorpsomroepen prachtig vonden om te doen. Uiteindelijk begonnen we vrij snel daarna met het in de brievenbus stoppen van rouwkaarten met op de envelop 'overlijden buurtgenoot'. Dat vond pa een goed alternatief."

Was het moeilijk om al die jaren als blijmoedig mens tussen verdrietige en rouwende nabestaanden te verkeren?"Vooropgesteld: we hebben bij Van Lith allemaal een klein hartje, zeker geen olifantshuid. Je leert echter door de jaren heen omgaan met andermans verdriet. Dat mag je niet naar je toe trekken; dan komen de tranen bij jóu. Er was altijd dat mechanisme dat je ook als iets ongrijpbaars terugziet bij de mensen die net iemand voorgoed moesten afgeven. Noem het kracht naar kruis: bij iedereen die er voor komt te staan is er dat besef dat zaken geregeld moeten worden. En dat lukt dan. Da's echter geen verdienste van ons. We helpen alleen: eerst een luisterend oor en daarna aan de slag. Natuurlijk waren daarbij ook momenten van stress. Je wilt een afscheid foutloos laten verlopen. In huis en op kantoor hingen briefjes: dít niet vergeten, dát nog doen. 's Nachts in bed schoot ik wel eens wakker met zo'n gedachte. En dan 'hup', wéér een krabbel op een briefje. Het werkte."