De afgelopen weken regende het berichten over de handhaving op schijnzelfstandigheid. Metronieuws schreef dat het aantal zzp’ers blijft stijgen, ondanks strengere controles van de Belastingdienst, en NU.nl concludeerde op 25 mei dat strengere handhaving ‘weinig effect’ heeft: in grote sectoren werken nog altijd veel zzp’ers. Aan de andere kant van het spectrum startte Comité ZZP de actie Stopdehandhaving.nl, vanuit de gedachte dat de handhaving de zzp’er zelf raakt.
Hoe verschillend deze geluiden ook zijn, ze rusten op hetzelfde misverstand: dat de handhaving bedoeld zou zijn om het aantal zzp’ers terug te dringen. Een daling kan een logisch gevolg zijn, want tussen de ruim een miljoen zzp’ers zit zonder twijfel een groep schijnzelfstandigen. De denkfout die daarna wordt gemaakt, is dat die groep – of zelfs hele beroepsgroepen – niet méér als zzp’er zou kunnen werken. Als er al sprake is van schijnzelfstandigheid, en dat moet eerst worden vastgesteld, dan is de oplossing niet het schrappen van de zzp’er, maar het anders inrichten van de samenwerking als échte zelfstandige.
Lees ook: Aartsen zet in op snelheid, nieuwe zzp-wet moet al in 2028 ingaan: ‘Politieke lef tonen wordt de gamechanger’
Waar handhaving wél voor dient
Wie de handhaving wil begrijpen, moet terug naar het doel, en dat is niet één doel maar een combinatie.
Bescherming van werkenden: echte zelfstandigen moeten kunnen blijven ondernemen; schijnzelfstandigen missen sociale zekerheid – WW, arbeidsongeschiktheidsdekking en pensioenopbouw – en worden zo beschermd tegen uitbuiting.
Een gelijk speelveld. Handhaving voorkomt dat malafide opdrachtgevers lagere tarieven rekenen door te besparen op premies en belastingen, ten koste van bedrijven die zich wél aan de cao- en belastingregels houden.
Juiste belastingafdracht. Het verschil tussen loonheffing en zzp-belastingvoordelen mag niet worden misbruikt, zodat de sociale fondsen gezond blijven.
Geen van deze doelen is ‘minder zzp’ers’. Het doel is minder schijnzelfstandigen.
Verboden was het altijd al – er stond alleen geen straf op
Wat in het debat vaak wordt vergeten, is dat schijnzelfstandigheid nooit toegestaan is geweest. Onder het handhavingsmoratorium bleef alleen de sanctie uit. Stel dat je die ‘straf’ opnieuw weghaalt, zoals Stopdehandhaving.nl feitelijk bepleit: dan kun je niet opeens weer probleemloos met zzp’ers werken. Het enige wat je bereikt, is dat je het complete arbeidsrecht buitenspel zet. Want waarom zou je nog iemand in dienst nemen, als je iemand hetzelfde werk onder dezelfde omstandigheden kunt laten doen buiten het arbeidsrecht om, door er simpelweg het label ‘zzp’ op te plakken? Dat is precies wat de afgelopen jaren mogelijk was. Niet dat het mocht, maar als je weet dat er geen sanctie volgt…
Daarmee ga je voorbij aan het doel van het arbeidsrecht: de bescherming van de zwakkere partij, de werknemer. ‘Maar zzp’ers hoeven toch niet beschermd te worden?’, hoor ik dan. Klopt – en dat is precies wat handhaving bewerkstelligt. Je beschermt niet de zzp’er, maar de werknemer. En tegelijkertijd borg je daarmee de vrijheid van de échte zelfstandige. Hoe vaak lees je in een opdracht niet een lijst aan eisen – vaste tijden, op locatie, voorgeschreven werkwijzen – terwijl dat helemaal niet nodig is? Dat is geen ondernemerschap, maar verkapt werknemerschap.
Denk de lijn maar eens door: als niemand meer iemand in dienst neemt en er feitelijk geen verschil meer bestaat tussen zzp’er en werknemer, dan komen er vroeg of laat alsnog regels voor die hele groep. Iedereen valt dan alsnog onder het arbeidsrecht en je bent terug bij af.
Lees ook: Gerechtshof heeft maling aan Uber-arrest: werkers via Temper zijn géén zzp’er maar uitzendkracht
Van de regen in de drup: de vlucht naar uitzending en detachering
Het probleem is dus niet de handhaving, maar de manier waarop ermee wordt omgegaan. Neem het patroon dat ik in de praktijk steeds vaker zie: een organisatie durft uit angst voor schijnzelfstandigheid niet meer met zzp’ers te werken en stapt massaal over op uitzend- of detacheringsconstructies. Ogenschijnlijk veilig, maar aan die route kleven ook stevige risico’s. Het uitzendregime wordt flink aangescherpt, helemaal wanneer de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) per 1 januari 2027 in werking treedt. Die wet geldt niet alleen voor uitzendbureaus, maar voor iedereen die arbeidskrachten aan een ander ter beschikking stelt om onder diens leiding en toezicht te werken. Dat kunnen dus ook zzp’ers zijn, die feitelijk als schijnzelfstandigen werken.
Weer een reden om niet met zzp’ers te werken? Nee, juist niet. Wie de samenwerking goéd inricht, heeft niet te maken met de Wtta en andere ingewikkelde regelgeving. De vlucht naar een andere constructie lost het probleem niet op; de juiste inrichting wel.
Zelfs de Belastingdienst spreekt niet altijd met één mond
Dat de angst soms door de controleur zelf wordt gevoed, merkte ik onlangs in een gesprek met een groot bedrijf. Daar was besloten volledig te stoppen met zzp’ers, nadat een kritische belastinginspecteur over de vloer was geweest die louter negatieve signalen afgaf. Tegelijkertijd hoor ik uit het werkveld heel andere verhalen: de ene inspecteur blijkt aanzienlijk coulanter dan de andere, en er klinkt ook veel positieve feedback. Dat de uitkomst afhangt van wíe er toevallig langskomt, is natuurlijk niet wenselijk. Het laat zien dat zelfs bij de controlerende instantie de kennis ogenschijnlijk niet altijd op orde is. In zoverre snap ik de vrees bij partijen dus goed.
Maar de opvatting van één inspecteur zou nooit doorslaggevend mogen zijn. Een mondeling signaal tijdens een bedrijfsbezoek is geen beschikking. Wie het er niet mee eens is, kan het standpunt laten toetsen – via vooroverleg, een voor bezwaar vatbare beschikking of uiteindelijk de rechter. Ook daar valt juridisch dus gewoon wat aan te doen.
De risico’s waar niemand het over heeft
Bijna niemand maakt zich druk over de risico’s aan de andere kant van de streep: de lasten en verplichtingen van het arbeidsrecht, het verlies van arbeidskrachten op een toch al krappe arbeidsmarkt en het missen van de expertise van zelfstandige professionals. Dat zijn minstens zulke grote risico’s – en wél het directe gevolg van het buitenspel zetten van zzp’ers.
Terwijl de oplossing in de kern eenvoudig is: pas de arbeidsrelatie op de juiste manier aan, vooral in de praktijk, zodat je wél met zzp’ers kunt werken, zonder zorgen. Kun je daarover vooraf honderd procent zekerheid krijgen? In theorie wel, via een beschikking van de Belastingdienst of een oordeel van de rechter. Maar belangrijker: aan alle samenwerkingsvormen – en aan ondernemen überhaupt – kleven risico’s. Die zijn goed beheersbaar, mits je de juiste kennis en expertise binnenhaalt. Dat vraagt tijd, investering en continue monitoring, maar het levert ook veel op: zelfstandige professionals, geen gebondenheid aan het arbeidsrecht, minder tijdverlies aan inwerken, flexibiliteit en kostenbesparing. In risico’s denken is nodig, maar je kunt erin doorslaan. En het is een illusie dat je geen risico’s meer loopt als je helemaal stopt met zzp’ers.
Tot slot
De krantenkoppen suggereren dat de handhaving faalt omdat het aantal zzp’ers niet daalt, maar dat was nooit de bedoeling. Handhaving is geslaagd wanneer schijnzelfstandigheid verdwijnt en échte zelfstandigen – met de vrijheid die daarbij hoort – kunnen blijven ondernemen. Wie dat doel begrijpt, stopt met het sluiten van deuren en begint met het goed inrichten van de samenwerking. Daar wint iedereen bij.