Nieuws Financiën

Twentse bouwbedrijven moeten nog steeds overleven

Om te overleven, moeten Twentse bouwbedrijven 'achter de IJssel' werk ophalen. In tegenstelling tot de Randstad komt de bouw van woningen, bedrijfspanden, scholen en zorgcentra in deze regio moeizaam op gang. Voor de meeste bedrijven is de crisis dan ook nog niet voorbij. "We zitten in de eindfase van een heel moeilijke tijd. De bouw trekt ook hier aan, maar dat gaat langzamer dan in het westen van het land", zegt voorzitter Lucas Haafkes van Bouwend Nederland afdeling Twente, waarbij de 170 (middel)grote bouw- en infrabedrijven uit de regio zijn aangesloten.

Van onze redactie 21 januari 2016

Bouw1thinkstock

Dat waren er vijf jaar geleden nog 210. Door het faillissement van veertig grotere bedrijven en reorganisaties bij andere ondernemingen zijn er sinds 2010 zo'n drieduizend vaste banen in de Twentse bouwsector verdwenen. Deze cijfers maken duidelijk welke kraters de malaise in de bouw in deze regio hebben geslagen. "Er heeft een behoorlijke kaalslag plaatsgevonden. Bedrijven die wel overeind zijn gebleven, hebben eveneens een veer moeten laten", aldus Haafkes. Hij heeft bij zijn eigen aannemingsbedrijf, met vestigingen in Goor, Enschede en Deventer, in 2012 het aantal medewerkers teruggebracht van 110 naar 80. "Dat is heel zuur. Maar we hebben vanaf 2014 weer mensen aangenomen en zitten nu op 90." Net als veel collega's bleef Haafkes investeren in netwerken in de Randstad. Daar heeft hij nu profijt van. "We bouwen bijvoorbeeld momenteel in Rotterdam een zorgcentrum. Als je volledig afhankelijk bent van de Twentse markt, heb je het nog heel lastig. Waarom Twente achterblijft, is moeilijk te verklaren. De opleving van de economie vertaalt zich vooralsnog vooral in de regio's rond Zwolle, Apeldoorn en in de Randstad in grotere bouwprojecten. Maar ook dat is betrekkelijk. Landelijk hoor je geluiden dat er een groei is van 4 procent, maar dat is ten opzichte van vorig jaar. Het betekent dat het nog altijd 16 procent onder het oude niveau blijft."

Weinig aanbod, grote concurrentie Dat geldt evenzeer voor klussen op het gebied van aanleg van wegen, fietspaden, rioleringen en viaducten. "De infratak blijft achter." Dat zal niet zo snel veranderen doordat de overheidsbudgetten zelfs teruglopen, constateert Haafkes. De bedrijven die vooral actief zijn in de utiliteitsbouw (scholen, bedrijfsgebouwen en zorgcentra) hebben te maken met minimale winstmarges. "Er is weinig aanbod en de concurrentie is groot. Er hoeft maar iets mis te gaan en de kleine winst op een project kan praktisch volledig verdwijnen."

InnovatiefBouwbedrijven moeten innovatief zijn om het hoofd boven water te houden, zegt Haafkes. "Klussenbedrijven met pakweg minder dan tien man hebben vaak vaste opdrachtgevers. De wat grotere bedrijven kunnen overleven door veel aandacht te besteden aan nieuwe productiemethoden om verspilling van materialen en tijdverlies te voorkomen. Op dat gebied zijn mede dankzij Pioneering, waarin bedrijven en kennisinstellingen in Twente samenwerken, hier belangrijke stappen gezet. We lopen landelijk gezien voorop."

Vluchtelingen Daarmee kunnen de bouwbedrijven hun voordeel doen bij het verduurzamen van woningen. "Dat gaat veel werk opleveren. Tot 2020 worden bijvoorbeeld in Overijssel 47.000 particuliere woningen energiezuinig gemaakt. Verder gaan de zestien woningcorporaties in Twente de komende twee jaren vijfhonderd huurwoningen naar nul op de meter renoveren." Ook van de huisvestingsproblematiek van vluchtelingen gaan bouwbedrijven profiteren. "Denk aan tijdelijke woonunits en het geschikt maken van kantoorgebouwen voor wonen."

Foto: Thinkstock