Nederland zit sinds donderdag in fase 2: een feitelijk watertekort. Door de aanhoudende droogte komt er via regen en rivieren weinig water binnen, maar de vraag is door de zomerse temperaturen van de afgelopen weken juist extra hoog. Waterbeheerders nemen daarom extra maatregelen. Zo mag in sommige regio’s minder grond- of oppervlaktewater worden opgepompt en worden sluizen minder vaak geopend, waardoor schepen langer moeten wachten.
„De eerste ondernemers die iets merken, zijn boeren en kwekers die niet meer mogen beregenen en binnenvaartschippers”, zegt Roy Tummers, directeur Water bij VEMW. Dat raakt volgens hem ook ondernemers die bouwmaterialen, brandstoffen of grondstoffen over het water laten aanvoeren. „Tijdens eerdere droge zomers konden binnenvaartschepen door de lage waterstand al niet meer volledig worden beladen. Ook bouwbedrijven die grondwater wegpompen, recreatieondernemers die afhankelijk zijn van bevaarbaar water en bedrijven met een eigen grondwaterbron kunnen lokaal met beperkingen te maken krijgen.”
Versnippering rond water
Wasserijen, brouwerijen, horecabedrijven, voedingsproducenten en autowasstraten gebruiken meestal drinkwater en worden daarom niet rechtstreeks geraakt door een verbod op grond- of oppervlaktewater. ,,Een ondernemer die drinkwater inkoopt bij een drinkwaterbedrijf, heeft in feite nog niets te vrezen”, zegt Roy. ,,Ik kan me niet voorstellen dat de overheid nu zegt: doe jij je wasserette maar dicht, want je verbruikt te veel water. Ook kan ik me niet voorstellen dat een drinkwaterbedrijf bij een bestaande ondernemer echt de kraan dichtdraait.”
“Het is aan de individuele waterbeheerder om te bepalen of het gebruik moet worden verminderd”
Willem van Toor Strategisch beleidsadviseur water
Een wasstraat kan wel het verzoek krijgen om minder drinkwater te gebruiken. Maar een ondernemer die zelf water uit de grond, een beek of een kanaal haalt, loopt mogelijk eerder tegen een beperking aan. „Er is een enorme bestuurlijke versnippering rond water”, zegt Willem van Toor, strategisch beleidsadviseur water bij VNO-NCW en MKB-Nederland. „Het is aan de individuele waterbeheerder om te bepalen of het gebruik moet worden verminderd. Vaak begint het met een oproep om zuinig te zijn, maar een beperking kan ook juridisch worden opgelegd.”
Lees ook: Zakelijke watergebruikers: geen problemen door droogte, wel alert
Bij fase 3 beslist het kabinet mee
Een landelijk antwoord op de vraag welke ondernemer wanneer moet minderen, bestaat daardoor niet. ,,Dat hangt af van de plek, de bron die het bedrijf gebruikt en de afweging die de waterbeheerder maakt”, zegt Willem. ,,Naarmate de droogte langer aanhoudt, kunnen zulke beperkingen op meer plaatsen worden ingevoerd. Ondernemers die afhankelijk zijn van drinkwater hebben voorlopig geen probleem, maar ook voor hen geldt de oproep om er zuinig mee om te gaan.”
Wanneer het tekort niet meer met regionale maatregelen kan worden opgevangen en grote landelijke gevolgen dreigen, kan Nederland opschalen naar fase 3: een dreigend of feitelijk nationaal watertekort. Dan wordt de ministeriële crisisorganisatie geactiveerd en komt onder meer het Nationaal Crisiscentrum in actie. Dat gebeurde voor het laatst in 2003, tijdens de droge zomers van 2018 en 2022 bleef Nederland in fase 2.
Wie krijgt het beschikbare water?
Fase 3 betekent niet automatisch dat wasstraten, restaurants of wasserijen worden afgesloten. Wel wordt dan op nationaal niveau bepaald welke belangen voorrang krijgen bij de verdeling van het beschikbare water. „Dan ontstaat een andere situatie”, zegt Roy. „Het is denkbaar dat ook drinkwaterbedrijven moeten beknibbelen. Ik chargeer een beetje, maar je kunt je voorstellen dat eerst wordt gezorgd dat huishoudens drinkwater hebben en daarna wordt gekeken wat er nog naar bedrijven kan.”
Lees ook: Zo besparen ondernemers water met slimme douches en toiletten
Bij ernstige schaarste wordt de wettelijke verdringingsreeks gebruikt. Waterveiligheid en het voorkomen van onherstelbare schade krijgen de hoogste prioriteit, gevolgd door de levering van drinkwater en energie. Landbouw, scheepvaart, recreatie en veel andere economische activiteiten staan lager in de rangorde en kunnen daardoor eerder met beperkingen te maken krijgen.
“Het moet echt een tijd flink doorregenen voordat dat zoden aan de dijk zet”
Roy Tummers Directeur Water bij VEMW
Ook dan staat niet vooraf vast welke bedrijven moeten minderen. Waterbeheerders kijken onder meer naar de regio, het soort watergebruik en de schade die een beperking veroorzaakt. ,,Wij weten ook niet wanneer welke ondernemer problemen krijgt”, zegt Willem. ,,Daarom moet de overheid bij een verdere opschaling duidelijk maken wat dat concreet voor ondernemers kan betekenen. Bedrijven moeten weten wat zij kunnen verwachten en wat zij zelf kunnen doen.”
Een weekje regen helpt nauwelijks
Stel dat het volgende week vrijdag en zaterdag keihard regent. Is het watertekort dan opgelost? „Nee”, zegt Roy. „Voor de grote rivieren is vooral belangrijk hoeveel regen er valt in de landen waar de Rijn en Maas eerst doorheen stromen. Dat water moet uiteindelijk naar Nederland komen. Een paar flinke buien hier lossen de lage rivierafvoer niet onmiddellijk op.”
Ook het grondwater is na een nat weekend niet hersteld. Bij stortbuien stroomt een groot deel van het water snel weg, voor aanvulling van de bodem is langdurige regen nodig. „Het moet echt een tijd flink doorregenen voordat dat zoden aan de dijk zet”, zegt Roy. „Dan praat je eerder over weken dan over twee dagen.” Ook bij een stijgende rivierstand zijn de problemen voor de binnenvaart niet onmiddellijk voorbij.
Ondernemers betalen de rekening
Een ondernemer hoeft niet zelf te worden gekort om toch geld te verliezen aan het watertekort. Minder vracht per schip leidt tot hogere vervoerskosten, langere wachttijden bij sluizen zorgen voor vertraging en lokale onttrekkingsverboden kunnen werkzaamheden of leveringen stilleggen. Ook bedrijven die zelf nauwelijks water gebruiken, kunnen daardoor later of meer gaan betalen voor hun grondstoffen. „Dat werkt door in de aan- en afvoer van spullen en dus ook in de kosten”, zegt Roy.
Daarnaast wordt drinkwater zelf duurder. Volgens Roy is het gemiddelde tarief voor een zakelijke grootverbruiker die jaarlijks 100.000 kubieke meter afneemt in de afgelopen vijf jaar al met ongeveer 70 procent gestegen. „Dat is echt heel veel”, zegt hij. „De bedragen zijn bij een klein bedrijf natuurlijk lager, omdat het minder water gebruikt, maar de tarieven en de kosten voor de inkoop van drinkwater blijven oplopen.”
Breng je waterverbruik in kaart
Een mogelijke oplossing voor het watertekort is dat Nederland meer regenwater gaat vasthouden en sneller ruimte maakt voor nieuwe waterbronnen en uitbreiding van de drinkwaterproductie. „We moeten niet alleen naar deze zomer kijken”, waarschuwt ook Willem. „Als droogte vaker voorkomt, moeten ondernemers weten waar zij aan toe zijn, welke beperkingen kunnen volgen en hoe zij zich daarop kunnen voorbereiden. Daar moeten overheid, waterbeheerders en het bedrijfsleven betere afspraken over maken.”
Ondernemers kunnen hier alvast op inspelen door hun waterverbruik in kaart te brengen: waar wordt drinkwater voor gebruikt, waar lekt of verdwijnt het en kan water worden opgevangen of hergebruikt? Voor een verhuizing of uitbreiding is het bovendien verstandig om vroeg te controleren of op de beoogde locatie voldoende capaciteit beschikbaar is. „Bij grote bedrijven zijn de waterbelangen zo groot dat zij mensen hebben die dit allemaal volgen”, zegt Roy. „Bij het mkb komen dit soort plannen vaak nauwelijks op tafel. Dat blijft een uitdaging.”
Zo bespaar je miljoenen liters drinkwater
Korter afgestelde kranen, waterloze urinoirs en hergebruik van regenwater kunnen het verbruik bij horeca- en recreatiebedrijven flink verminderen. Ondernemers die zulke maatregelen toepassen, besparen gezamenlijk miljoenen liters drinkwater. ,,Je moet als ondernemer altijd goed op water letten”, zegt Willem. ,,Dat geldt tijdens fase 2, maar zeker ook daarna. Water is niet meer iets waarvan je zonder nadenken kunt aannemen dat er altijd genoeg van is.”